Het dorp op zijn ergst

Schelden, schreeuwen, vechten: de voorstelling `De Leenane Trilogie' over een arm Iers dorp lijkt wel een wedstrijd. Regisseur Johan Simons: `Mensen in een dorp hebben dromen, maar die krijgen geen kans want de buitenwereld is te eng.'

Theatermaker Johan Simons snoeit graag rozen. Ze staan aan de rand van het pleintje dat dienst doet als parkeerplaats, voor het schoolgebouw waar hij woont. Hij oogt niet als een rozenkweker. Zijn lichaam is er te groot voor, zijn handen te grof. Zijn ringvinger is hij kwijt sinds hij elf jaar geleden, tijdens de repetities voor een voorstelling, in een veevoederfabriek van een liftje sprong en met zijn trouwring bleef haken. De voorstelling ging door, want ,,ik kom uit een boerenfamilie en ben hard opgevoed''. Hij is van 1946 en groeide op in Heerjansdam, onder Rotterdam, de broers van zijn moeder waren aardappelhandelaren. ,,Inkopen doen bij de boeren, dat vond ik mooi, met een Mercedes-vrachtwagen door Tholen.''

Nu woont hij, met actrice Elsie de Brauw en hun twee zonen, al twaalf jaar in het dorpje Varik in de Tielerwaard, op honderd meter van de Waal. Hij houdt van het rivierenlandschap. De recentelijk verzwaarde dijken vindt hij te aangeharkt, liever laat hij een stuk oude, ongecultiveerde dijk zien. ,,De Linge is te lieflijk, hier dendert de 24-uurs economie doorheen, die vrachtschepen varen altijd. Het is een landschap dat je niet kunt vatten. Je kijkt alle kanten op, neemt het in je op, maar het is te groot, je eigen niksigheid wordt duidelijk. Vreselijk vind ik dat, maar ook geruststellend.''

Vergezichten, buitenleven, ruimte, ze zijn cruciaal in het werk van Simons. Vijftien jaar lang was hij, samen met slagwerker Paul Koek, artistiek leider van Theatergroep Hollandia, het gezelschap dat locatietheater in Nederland introduceerde. Hollandia, gevestigd in Zaandam, speelde Griekse tragedies en Duitse boerendrama's op sluizen en onder bruggen, in een autosloperij en bij Hoogovens. In schouwburgen kwamen ze nauwelijks. Begin dit jaar fuseerde Hollandia met Het Zuidelijk Toneel in Eindhoven, onder leiding van Simons en Koek. De Hollandia-acteurs – Elsie de Brauw, Fedja van Huêt, Jeroen Willems, Betty Schuurman, Bert Luppes, Frieda Pittoors – kwamen mee. Simons: ,,Klopt, het is meer een overname dan een fusie, al krijg ik problemen met m'n bestuur als ik dat zeg.''

Juichend ontvangen

Het gaat goed met het oude en nieuwe Hollandia. In het buitenland is veel belangstelling voor hun werk. Deze week speelde De val van de goden, een op Visconti's film The Damned gebaseerde voorstelling, op de Salzburger Festspiele. De scheidend artistiek leider van dat festival, Gerard Mortier, wil samen met Simons voorstellingen gaan maken in verlaten industriële complexen in het Ruhrgebied. En het nieuwe Hollandia presenteert zich met De Leenane Trilogie, een letterlijk avondvullend stuk van de jonge Ierse schrijver Martin McDonagh.

De Leenane Trilogie, een coproductie met het Vlaamse Toneelhuis, was voor de zomer te zien in België en begint half september aan de Nederlandse tournee. Nu al is hij een succes. De voorstelling is geselecteerd voor het aanstaande Theaterfestival en door alle Vlaamse en Nederlandse dagbladen juichend ontvangen. ,,Onbetwist hoogtepunt van het theaterseizoen'', vond deze krant.

De Leenane Trilogie gaat over het leven in het werkelijk bestaande gehucht Leenane (spreek uit: lie-neen) aan de Ierse westkust. Kale heuvels, turfvelden en een enkel wit huis bepalen het beeld van het graafschap Connemara. Prachtig om doorheen te fietsen, maar geen plek om geboren te worden. Leenane is een dorp op z'n ergst: geïsoleerd, verpauperd, gewelddadig, immoreel. Bewoners grijpen naar de fles, slaan elkaar de hersens in, of, als ze bespiegelend van aard zijn, lopen de zee in. Een collectie afzichtelijke types, zonder enige hoop op een beter leven. Dieptriest, maar ook hilarisch zijn ze; de priester met zijn geloofscrisis, het dorpssletje dat met zelfgestookte drank leurt, het geniepige monster en haar ongehuwde dochter. De immer explosieve gebroeders Connor moeten hun rooie pruikjes na elke vechtpartij terugruilen.

De drie toneelstukken van McDonagh, geschreven in 1996 en 1997, zijn op initiatief van Simons samengevoegd en door schrijver Peter Verhelst vertaald. De drie verhalen zijn door achteloze lijntjes ingenieus met elkaar verbonden, wie niet beter weet, ziet één stuk. Simons wilde minder nadruk op de afzonderlijke plots, en minder expliciete verwijzingen naar Ierland. ,,Een soap-achtige constructie moest het worden, met cliffhangers en personages die je van het ene naar het andere verhaal loodsen. Twee stukken zijn helemaal intact gebleven, alleen in het eerste verhaal, A Skull in Connemara, hebben we flink gesneden. Ik wilde een hoog speeltempo. Dat makkelijke praten in Engelse toneelstukken en films vind ik mooi, zonder denkpauzes of psychologiseringen. Duits toneel is veel meer op monologen gericht, dat zakt de grond in. Bij die Engelse dialogen hangt de taal erboven, het scheert er overheen.''

Voor McDonagh, inmiddels afgereisd naar Hollywood om scenario's te schrijven, ging het om de teloorgang van de Ierse tradities: kerk, gezin, taal. Voor Simons gaat het om de beperkingen van het dorpsleven. ,,Tot mijn twintigste had ik veel last van heimwee. Ik vind dat een negatief gevoel, het is onvermogen om je buiten je eigen omgeving op je gemak te voelen. Mensen uit een dorp hebben dromen, maar die krijgen geen kans omdat je binnen je gemeenschap moet blijven, de buitenwereld is te eng.''

Dorpsbewoner Simons herkent elementen uit De Leenane Trilogie. ,,Voor mij is het nauwelijks uitvergroot. In een dorp komt rottigheid eerder aan de oppervlakte dan in de stad. Die plastic lelijkheid van het platteland kan ik hier in de omgeving ook zien, als ik dat zou willen, en die hardheid binnen gezinnen, die heb je in Varik ook.'' De priester in Leenane is coach van het meisjesvoetbalteam (tegenstandsters belanden geregeld in het ziekenhuis), Simons is coach bij de Waalkanters, waar z'n zoon voetbalt. ,,Technisch ben ik van nul en generlei waarde, maar ik kan die jongens wel motiveren. Er wordt daar op het veld net zo hard gescholden als in Leenane. Lekker is dat.''

Volkstoneel

Wat de acteurs op het toneel doen, heeft veel weg van een wedstrijd. Ze schelden, schreeuwen, vechten, en komen slechts een enkele keer tot rust. Alles draait om hen, van video of andere technische hulpstukken is geen sprake. Zwaar moet dat zijn, maar ook lekker. Simons: ,,Iedereen speelt vet, we streven naar volkstoneel.'' Dat je nauwelijks merkt dat de voorstelling vier uur duurt, komt omdat er zo sterk op het publiek wordt gespeeld, en omdat er bijna continu spanning is. Stillere scènes dreigen overschreeuwd te worden. ,,Dat is niet de bedoeling, je moet de ontroering wel voelen. Voor de acteurs is het moeilijk om die stille momenten vast te houden. Lachend publiek kun je horen, ontroerd publiek niet.''

Het laatste deel van De Leenane Trilogie is een afrekening tussen Valene en Coleman Connor, gespeeld door Fedja van Huêt en Wim Opbrouck. Treurigheid om te lachen, de dubbelzinnigheid die de hele voorstelling kenmerkt, komt hier het meest pregnant naar voren. Letterlijk, want het duet wordt op het voortoneel en deels in de zaal uitgevoerd. De broers die elkaar altijd hebben dwarsgezeten dreigen zich te verzoenen, maar dat kunnen ze niet zonder elkaar eerst nog even flink te kwetsen.

Als hij zijn broer maximaal heeft geraakt, roept Coleman, met onmiddellijk succes, het publiek op om mee te klappen met zijn overwinningsroes. Door zijn ongegeneerde schmieren is Coleman Connor niet meer te onderscheiden van de acteur Wim Opbrouck en de scène is verwarrend ongemakkelijk. Simons: ,,Wim is niet te stuiten in zijn hang naar het publiek. Hij kan het niet laten, maar als hij het binnen de perken weet te houden heb je de avond van je leven. Het publiek is verdeeld. Sommige mensen lachen, anderen roepen 'ssst'. Net een bokspubliek, ze kiezen partij, dat vind ik wel mooi.''

Niet alleen de fysieke speelstijl vergt veel van de acteurs. Het decor, hard en lelijk, lijkt ontworpen om het hen zo lastig mogelijk te maken. Klopt, zegt Simons. ,,De acteurs moeten obstakels overwinnen, ze moeten decorstukken verplaatsen en moeizaam over de troep op het toneel heenstappen.'' Het toneel ligt vol met losse stukken kurk, het ziet er uit als turf en aarde. De opspattende kurkflinters maken de vechtpartijen spectaculairder dan ze zijn, een filmische truc. ,,De acteurs hebben de pest aan dat spul.'' Maar het is noodzakelijk, want voor Simons is het de enige manier om in een schouwburg te kunnen spelen. ,,Ik had nooit wat te zoeken in een schouwburg, acteurs voor een decor, geen natuurlijk licht, da's niets voor mij. Maar nu weet ik het. Het is heel simpel: ik moet niet ín, maar mét het decor werken.''

Mislukt

De afkeer van de schouwburg is overwonnen, maar er zijn wel voorwaarden aan verbonden. ,,Ik heb Fedja van Huêt moeten beloven dat ik nooit bij het begin van de repetities een decorpresentatie zal houden, zoals andere regisseurs dat vaak doen. Hij vindt dat vreselijk, omdat het de illusie doorbreekt dat alles nog moet gebeuren. Als er tijdens de repetities niets meer verandert, is de voorstelling bij voorbaat mislukt. Hollandia-acteurs geloven in de kunst van het moment. Een goede acteur dreunt geen lesje op, maar is zichtbaar aan het denken. De gedachten van een acteur moeten vrij zijn, tijdens het spelen moeten ze aan andere dingen denken dan hun tekst.''

Dat de fusie tussen Het Zuidelijk Toneel en Hollandia in feite een verhuizing is van Hollandia van Zaandam naar Eindhoven, blijkt ook uit de nieuwe naam van het gezelschap. Werd er voor de zomer nog geëxperimenteerd met Zuidelijk Toneel Hollandia, vanaf nu is de roepnaam ZT Hollandia. ,,Je brak je tong over die naam, het was te lang. Het moet één gezelschap worden, met Hollandia als belangrijkste naam. We halen onze werkwijze naar het zuiden.'' Met artistiek leider Ivo van Hove gingen ook een aantal acteurs van Het Zuidelijk Toneel naar Toneelgroep Amsterdam. ,,Alleen Chris Nietvelt was er nog, maar zij wilde toch al naar Hollandia.''

Voor Het Zuidelijk Toneel beperkte de binding met Eindhoven zich tot de lokale schouwburg als premièretheater. Simons wil zich veel meer laten zien in de regio, zoals Hollandia dat deed in Noord-Holland. De repetitielokalen bij het station van Eindhoven krijgen glazen wanden, zodat treinreizigers nieuwsgierig kunnen worden. Naast voorstellingen voor theaters in heel Nederland, zoals De Leenane Trilogie, komt het nieuwe gezelschap met voorstellingen op locatie in Noord-Brabant, Limburg, Zeeland en Vlaanderen. Want, schrijft Simons in de seizoensbrochure: `Wie zijn eigen stal niet kent, kent de wereld niet'.

ZT Hollandia richt zich ook op de wereld, en dan met name Engeland, Duitsland en de Verenigde Staten. De solo-voorstellingen Twee stemmen en Ongebluste kalk, respectievelijk gespeeld door Jeroen Willems en Fedja van Huêt, doen het erg goed in die landen. Simons: ,,We doen daar ook ons best voor, we spelen de voorstellingen in het Duits en Engels. Onze onderwerpen liggen goed, maar vooral de speelstijl is succesvol: intelligent, open, interpretatief. We doen het ook omdat spelen in het buitenland lucratief is. Voor de vijf voorstellingen van De val van de goden in Salzburg krijgen we 200.000 DM, exclusief verblijf en vervoer. Jeroen Willems is een talenwonder, hij is ons goudhaantje.''

Helaas, vindt Simons, vervult het theater in Nederland geen maatschappelijke rol. In Duitsland lokken toneelstukken debatten uit en spreken theatermakers zich uit over maatschappelijke kwesties. ,,We leven in een verontrustende maatschappij, en het theater kan dingen aan de kaak stellen. Vooral de locatievoorstellingen geven me de mogelijkheid om een een politiek statement te maken.'' Een van de Hollandia-tradities, getuigenissen van `gewone mensen' als theatervoorstelling, wordt in het zuiden voortgezet. Vanaf half oktober presenteert ZT Hollandia het locatieproject Varkens/Boeren, een trilogie over het boerenbedrijf tegen de achtergrond van opgelegde schaalvergroting en de recente veeziektes. Het eerste deel is gebaseerd op interviews met boerinnen wier bedrijf in 1997 werd getroffen door de varkenspest.

Snel inspelen op de actualiteit, maatschappelijke betrokkenheid laten zien, belangrijk zijn buiten het kunstcircuit, dat is wat Simons wil met ZT Hollandia. Begin volgend jaar komt het gezelschap met Gen, op locatie bij de Technische Universiteit Eindhoven, een voorstelling over de dilemma's van gentechnologie. Simons: ,,Die gentechnologie interesseert me mateloos, het ligt niet ver van de boerenproblematiek, en het is heel theatraal. Wetenschap en kunst zouden in elkaar moeten grijpen, wetenschap moet ervaarbaar worden gemaakt. Het kost me waarschijnlijk twee à drie voorstellingen om daar goed greep op te krijgen, maar het moet wel gebeuren. We mogen dat niet laten liggen.''

`De Leenane Trilogie' door ZT Hollandia en het Toneelhuis. Wo 5/9 in Gent, van 16/9 t/m 10/11 tournee door Nederland. Inl. 040-2333633 of www.zuidelijktoneelhollandia.nl