Dubbelstarters zetten hoog in bij WK roeien op Rotsee

Van de 47 roeiers die bij de WK in Luzern in meer dan een bootklasse uitkomen, doen de Nederlandse deelnemers dat zonder succes. Sommige wereldtoppers hadden tot nu toe meer succes met het varen in dubbele olympische disciplines dan het Nederlandse viertal met een dubbelstart in de acht en de niet-olympische vier-zonder.

De Nieuw-Zeelandse tweeling Caroline en Georgina Evers-Swindell vaart in de dubbeltwee en de vier en gaat ongeslagen de halve eindstrijd in. Damian Georgeta herhaalt de dubbelstart die haar een jaar geleden tweemaal olympisch goud opleverde in de acht en de twee-zonder. Ekatarina Karsten, sinds 1996 olympisch kampioen in de skiff, is medaillekandidaat in de skiff en de dubbeltwee. Het liefst had de Wit-Russische zich voor drie boten ingeschreven. Karsten plaatste zich inmiddels voor de finale in de skiff. In de eindstrijd heeft ze exact een uur de tijd om twee keer aan de start te verschijnen.

Matthew Pinsent (olympisch kampioen sinds 1992) en James Cracknell (drievoudig wereldkampioen en goud in Sydney) starten met twee uur tijdverschil in twee disciplines. Pinsent won driemaal goud met vijfvoudig olympisch kampioen Steven Redgrave. Na-olympisch doel: binnen twee uur wereldkampioen worden in de twee-zonder en twee-met-stuurman. Het tweetal is dit jaar ongeslagen. ,,We hebben gekozen tussen de min of meer zekere wereldtitel in de twee-zonder-stuurman en een nieuwe uitdaging. Het is nu mogelijk dat we alles verliezen'', zei Cracknell.

Carin ter Beek, Anneke Venema, Christine Vink en Femke Dekker hebben alleen nog in de niet-olympische vier-zonder kans op eremetaal. Hun vrouwenacht werd samen met Canada naar de B-finale verbannen.

Een maand geleden begonnen vier routiniers en vier onervaren roeisters met de training. Alleen Ter Beek en Venema roeiden in de zilveren acht van Sydney, Vink ging mee als reserve. ,,Toen was er een jaar lang een heel duidelijk één doel: voor beide boten een medaille. Hier wilden we met twee boten zo hoog mogelijk eindigen'', zei Venema. Tijdens de voorwedstrijd bleek directe plaatsing voor de finale onmogelijk. Krachten werden gespaard voor de vier, de acht kwam een halve minuut achter de winnaar over de streep. Kreeg de vier een voorkeursbehandeling? Venema: ,,Het is geen kwestie van hoofd- en bijnummers. Het ene nummer moet wel de ene dag zijn, het andere nummer de andere dag. Anders was het geen optie.''

Je moet één hoofdnummer kiezen, de acht wordt dan het bijnummer, weet Eeke van Nes. In Sydney wonnen Van Nes en Pieta van Dishoeck zilver in zowel de dubbeltwee als de acht. ,,Ik was gewend aan elke dag trainen, dubbelstarten kun je dan prima aan'', zei Van Nes, aanwezig in Luzern als toeschouwer.

Lastig was het ook. Twee coaches, twee ploegen, twee belangen. ,,We hadden vaak het gevoel dat we moesten vechten voor de twee'', zegt Van Nes. ,,En het verschil tussen boordroeien en scullen was lastig.'' Vooral de overstap van de acht naar de twee leverde problemen op.

Kris Korzeniowski, oud-coach van Van Nes en Van Dishoeck, bewondert dubbelstarters. ,,Maar alleen extreem getalenteerde roeiers, zoals Eeke en Pieta, kunnen het doen. Of die Britten'', zegt hij, wijzend op Pinsent en Cracknell die net voorbij varen. ,,Zij willen natuurlijk laten zien dat ze ook zonder Redgrave kunnen winnen.''