Dos Santos kondigt afscheid aan als president van Angola

De Angolese president Eduardo dos Santos, aan de macht sinds 1979, heeft gisteren onverwachts aangekondigd niet te zullen meedoen aan de verkiezingen, die vermoedelijk binnen de komende twee jaar plaatshebben. Er bestaat geen duidelijke opvolger voor de 59-jarige Dos Santos.

Na een bijeenkomst van het Centraal Comité van zijn MPLA-partij zei Dos Santos gisteren in de Angolese hoofdstad Luanda: ,,Ik was al heel lang geleden afgetreden ware er geen diepe economische en politieke crisis waarin Angola verkeert door Jonas Savimbi.'' Savimbi is leider van de gewapende oppositiebeweging UNITA. Er vonden het laatst in 1992 verkiezingen plaats in Angola. De regerende MPLA stelde nieuwe verkiezingen steeds uit wegens de voortdurende oorlog tegen UNITA. Dos Santos duidde aan dat de Angolezen nu volgend jaar of mogelijk in 2003 naar de stembus zullen gaan, maar hij weigerde opnieuw een exacte datum te geven.

De wat verlegen en teruggetrokken Dos Santos werd in 1979 als compromiskandidaat door de MPLA aangewezen als opvolger van de gestorven charismatische president Augustino Neto. Toen Angola ten tijde van de Koude oorlog nog een trouwe bondgenoot van de Sovjet-Unie was, studeerde Dos Santos voor ingenieur in Moskou. Hij slaagde er in om de MPLA na Neto's dood bijeen te houden en smeedde de marxistisch-leninistische voorhoedepartij om tot een volkspartij die het kapitalisme en de pluriformiteit omarmde. Gesterkt door de gigantische inkomsten uit de winning van grondstoffen (Angola is de op één na grootste olieproducent van zwart Afrika) maakte hij de afgelopen jaren zijn land tot een regionale supermacht die aanzienlijke militaire en politieke invloed uitoefent in zuidelijk en centraal Afrika.

Twee jaar geleden slaagde het Angolese leger er in UNITA van de 67-jarige Jonas Savimbi uit alle steden te verdrijven. UNITA is nog slechts een schaduw van het sterke conventionele leger van begin jaren negentig maar als guerrillabeweging slaagt het er nog steeds in grote materiële en menselijke schade aan te brengen, zoals eerder deze maand toen de rebellen een trein aanvielen en ruim 200 inzittenden doodden.

De politieke liberalisering verloopt uiterst traag en meer verlichte politici dan Dos Santos in de MPLA vragen om onderhandelingen met Savimbi en meer politieke vrijheid. Er bestaat grote kritiek op de gigantische corruptie binnen de MPLA en rond een kliek politici in het presidentiële paleis. Een snel groeiende burgerbeweging in Angola, gesteund door de kerken, geeft zowel Dos Santos en zijn MPLA als Savimbi en diens UNITA de schuld van de diepe sociale crisis in het land en proberen een derde macht te vormen om een einde aan de oorlog te maken, die al meer dan een kwart eeuw duurt.

Als Dos Santos zich aan zijn belofte houdt – en niet alle politieke koffiedikkijkers in Angola zijn daar van overtuigd – opent dit misschien de weg voor hervormingsgezinde MPLA-leden. Namen die vallen zijn die van de voormalig MPLA-partijleider Lopo do Nascimento, voormalig premier Marcolino Moco, parlementsvoorzitter Roberto de Almeida, minister van Defensie Kuni Paihama en MPLA-secretaris-generaal Joo Loureno.