Britse Conservatieven hopeloos verdeeld

De strijd om het leiderschap van de Britse Conservatieve Partij is ontaard in een ordinaire scheldpartij.

Er is een tijd geweest dat de partij van Disraeli, Churchill en Thatcher zich ,,de vanzelfsprekende Britse regeringspartij'' kon noemen, terwijl de liberale of linkse oppositie vooral met zichzelf ruziede. Sinds een paar jaar lijken de rollen omgedraaid. Zelfs een tweede kolossale verkiezingsnederlaag heeft de Tories niet bij zinnen gebracht. Integendeel. De eindstrijd tussen de eurofiele Kenneth Clarke en de hardrechtse Iain Duncan Smith over de opvolging van de afgetreden William Hague is ontaard in een ordinaire scheldpartij tussen voormalige kopstukken, terwijl de twintig jaar oude burgeroorlog over Europa opnieuw is opgelaaid.

Oud-premier Thatcher noemde Clarke deze week ,,een ramp'' voor de partij. Een dag later zei haar opvolger Major dat de bemoeizucht van Thatcher de partij ,,immense schade'' had berokkend. Tijdens een onbeslist debat voor de BBC noemde Clarke zijn concurrent ,,de meest extreme eurofoob'' in de partij, terwijl Duncan Smith op zijn beurt zei dat Clarke ,,niets heeft geleerd van de afgelopen vier jaar''. In de handenwrijvende samenvatting van de (linkse) Mirror: ,,Maggie hates Ken, John hates Maggie, Iain hates Ken too and he doesn't much like John. William hates Ken and Ken despises William.''

De 310.000 leden van de Conservatieve Partij hebben deze week een stemformulier in de bus gekregen, waarmee ze tussen de twee kandidaat-leiders zullen beslissen. In oktober spreekt hetzij Clarke, hetzij Duncan Smith het jaarcongres in Blackpool toe. Maar of de partij zich ook achter die ene nieuwe leider kan verenigen, is niet te voorspellen.

Misschien was het anders gelopen als de Tories hun weerzin tegen Michael Portillo hadden kunnen overwinnen. Kort na 7 juni, toen Hague opstapte, leek die nog zeker van het leiderschap. Hij beloofde immers de partij naar het midden van onderwijs en gezondheidszorg te voeren om Labour met eigen wapenen te bestrijden, maar ook een gezonde argwaan tegen Brussel en de euro. Het kwam er niet van. Portillo zou Hague een mes in de rug hebben gestoken en sommigen struikelden opnieuw over zijn homoseksuele verleden en zijn Spaanse afkomst. In de cruciale stemronde van de Tory-primaries kwam hij één stem te kort.

De twee overgebleven kandidaten combineren `het slechtse van twee werelden'. Clarke (1940) heeft een gevarieerd en lang cv. Hij geldt als één van de beste ministers van Financiën van de afgelopen eeuw (onder Major). Zijn joviale kop en gekreukte pakken wekken de vertrouwenwekkende indruk van een doorsnee pubganger. Maar áls hij premier wordt, is hij pensioengerechtigd. En erger: de partij (en het land) heeft weinig op met Clarke's pro-Europese denkbeelden.

Thatchers schrille interventie verwoordde wat ook minder extreme Conservatieven denken. Hoe kan een verklaard voorstander van de euro en Europese integratie effectief een oppositie leiden die in meerderheid tegen is? Wanneer Clarke leider wordt, zullen de Conservatieven er voortdurend uitzien als ,,hopeloos verdeeld of diep cynisch – hetzij rebellerend tegen hun leider of instemmend met beleid waarvan ze weten dat het verkeerd is''. Premier Blair kan zich geen betere `tegenstander' wensen. Bij elk Europees debat opent zich de kloof die de Tories al sinds Thatchers vertrek in 1990 parten speelt. Dat het die kant kan opgaan, erkent Clarke zelf ook. Deze week zei hij al dat hij niet met zijn fractie tegen het Verdrag van Nice over uitbreiding van de Europese Unie zal stemmen.

Iain Duncan Smith (1954), oud-militair en -zakenman, is een politieke nieuwkomer, die nog weinig is opgevallen behalve door zijn anti-Europeanisme. Hij heeft gezegd ,,nooit'' tot de euro te willen toetreden en suggereerde dat het Verenigd Koninkrijk zich maar het beste helemaal uit de EU kan terugtrekken. `IDS' noemt het land hem intussen, maar of zijn ideas verder gaan dan asielzoekers, law and order en het pond waarmee Hague tevergeefs campagne voerde, moet blijken. Duncan Smith belooft óók nieuwe initiatieven in de zorg en het onderwijs. Maar teleurgestelde Portillistas en Conservatieven-van-het-midden zullen niet zomaar in zijn schaduwkabinet plaatsnemen. Zo is de kans groot dat de Tories onder IDS op de rechtermarge blijven, ook geen onaantrekkelijk vooruitzicht voor premier Blair.

,,Het doel van de Conservatieve Partij is terugkeren in de regering'', zei John Major. ,,We kunnen Labour alleen verslaan op het midden en niet vanaf de rechterflank, dat is de fundamentele kwestie.'' Om die kwestie op te lossen is misschien nog wel een nederlaag nodig.