Branche wil buitenlandse films weren

Films die dankzij gunstige fiscale maatregelen kunnen worden gemaakt, moeten een bijdrage leveren aan de Nederlandse filmcultuur. Dit staat in een gedragscode die de filmbranche zelf heeft opgesteld.

De gedragscode, een initiatief van de koepelorganisatie Federatie Filmbelangen, bevat een toetsing voor films die in aanmerking willen komen voor gunstige fiscale behandeling. Door middel van de toetsing kan worden vastgesteld of het project wel een bijdrage levert aan de Nederlandse filmcultuur en -industrie.

Volgens B. Beumer, voorzitter van de Federatie Filmbelangen, hebben de samenwerkende brancheorganisaties, maar ook het Nederlands Fonds voor de Film, het CoBO-fonds, de publieke omroepen en investeringsfaciliteit Fine bv zich gecommitteerd om de gedragsregels te ontwikkelen en in te voeren. Hoewel alle betrokkenen blij zijn met de zogeheten c.v.-regeling, die investeerders in Nederlandse films langs fiscale weg bevoordeelt, bestaat twijfel of de tot nu toe geproduceerde films wel genoeg bijdragen aan de hoofddoelstelling van het stimuleringsbeleid: versterking en ontwikkeling van de Nederlandse filmsector. Die twijfel wordt gedeeld door verschillende Kamerleden met filmbeleid in hun portefeuille. Mede daarom wordt nu een vorm van zelfregulering voorgesteld.

De Federatie Filmbelangen noemt vier globale toetsingscriteria. Het moet gaan om projecten waarbij een Nederlandse producent een initiërende dan wel substantiële rol speelt. Op vitale onderdelen dient Nederlands creatief talent te worden ingezet. Er wordt niet meegewerkt aan projecten waarbij een Nederlandse coproducent slechts als `front office' of in een marginale rol betrokken is. En ten slotte dient een beroep op het beschikbare budget in redelijke verhouding staan tot de eerdere activiteiten (het `track record') van de betrokken producent.

Deze vier criteria zijn zo ruim geformuleerd dat onder andere wegens hun internationale karakter omstreden projecten (Ocean Warrior, The Little Vampire, Enigma) nog steeds aan de eisen zouden kunnen voldoen. Beumer meent dat onder de dankzij de c.v.-maatregel tot stand gekomen filmprojecten sommige niet aan alle criteria beantwoorden. Ook zijn er volgens hem een aantal plannen overwegend niet-Nederlandse projecten onder de bestaande overgangsregeling tot stand te brengen.

De toetsing zou volgens Beumer gedelegeerd moeten worden aan bij de totstandkoming van projecten betrokken instanties als het Filmfonds en Fine bv. Ook al ontbreekt soms de mogelijkheid van sancties, toch zal aan alle c.v.-arrangeurs en betrokken banken gevraagd worden zich te houden aan de gedragsregels. De overlegpartners, waaronder het Filmfonds en de publieke omroepen, zeggen in een gisteren door de Federatie Filmbelangen gepubliceerde verklaring niet meer samen te zullen werken met partijen die betrokken zijn bij projecten die niet aan de gedragsregels voldoen.