Bezweken onder Haagse druk

Chroesjtsjov at bij hem thuis. Nixon rekende hem tot zijn vijanden. Maar wat de Amerikaanse correspondent Daniel Schorr nu nog dwarszit is zijn destijds ongepubliceerde Nederlandse primeur over de crisis rondom gebedsgenezeres Greet Hofmans.

Een van de aartsvaderen van de naoorlogse Haagse parlementaire en politieke journalistiek was geen Nederlander, maar een Amerikaan. Daniel Schorr, correspondent voor The New York Times, The Boston Christian Science Monitor, Time en Life, CBS News en later de Londense Daily Mail, begon in Den Haag en werd een wereldberoemd journalist. Hij opereerde vanuit Washington, New York, Moskou, Bonn/Berlijn, en Indonesië, is inmiddels 85 en heeft nu zijn memoires geschreven. Voor een Nederlands publiek zijn die interessant, omdat een gedeelte is gewijd aan de affaire rondom Greet Hofmans, waarin Schorr zelf een prominente rol speelde. Een nauwgezette reconstructie van die zaak is te vinden in Van de prins geen kwaad van Hugo Arlman en Gerard Mulder (1982). Ook Schorr zelf heeft zich er eerder over uitgelaten, met name in een interview dat Hans Keller met hem had voor Vrij Nederland, in december 1998. Staying Tuned bevat in grote lijnen hetzelfde relaas, met enkele nieuwe details.

In 1946 arriveerde Schorr, zoon van Oost-Europese ouders uit Wit-Rusland, in Rotterdam om als freelancer een bestaan op te bouwen. Hij kwam uit een gezin waar uitsluitend jiddisch werd gesproken, waar armoede en soms honger heerste en de herinnering aan de pogroms nog vers in het geheugen lag. In die omstandigheden groeide hij op, met een generatie die ook in de journalistiek vocht om elk bericht, elke primeur waarmee je kon scoren. Want wie scoort, heeft het gemaakt en die krijgt als freelancer meer poen. Dat verklaart voor een deel de enorme drive die veel Amerikaanse kwaliteitsjournalisten zoals Schorr bezitten en die hier veel minder bestaat.

Schorrs eerste primeur betrof een vrouw die van het dak van het flatgebouw waar hij woonde viel, of sprong, en vlak voor zijn woning te pletter sloeg. Het leverde hem vijf dollar tipgeld op bij de Bronx Home News. Door toeval belandde hij daarna in Den Haag, waar hij snel vrienden maakte onder journalisten van voormalige verzetsbladen, zoals Dries Ekker van Het Parool en Jaap Hoek van Trouw. Zijn vriendin (`personal and professional') was Nel Slis de nu 88-jarige, legendarische correspondente van Associated Press. ,,Ik leerde hem eten met mes en vork', zegt zij.

Journalistieke vader

Waarom was Dan Schorr onze journalistieke vader? Omdat de journalistiek in Nederland toen nog deemoedig opereerde. Premier Beel snauwde `scheer je weg!' als 's avonds op het Binnenhof parlementaire verslaggevers naar zijn auto liepen, diep hun hoed afnemend. Hun vraag aan hem was dan of ze een vraag mochten stellen. Dat was anders bij Schorr. Er moesten vragen gesteld worden om te weten wat er aan de hand was. Alleen dan kan je immers scoren. Hij leerde zijn Nederlandse collega's vragen naar het `hoe' en `waarom' en botste daarmee met de leiding van het ANP, die tijdens maar ook na de oorlog het uitgangspunt huldigde dat wat de overheid deed welgedaan was. Terwijl Schorr juist een ingebakken wantrouwen tegen de overheid koesterde. Hij werd niettemin de eerste aan wie de William The Silent prijs werd toegekend, een overheidsprijs voor de Amerikaanse journalist die het beste verhaal over Nederland in dat jaar schreef. De prijs bracht hem 2.500 dollar op, in die tijd ongeveer 10.000 gulden, een klein fortuin. Later is de prijs nog toegekend aan de uitgever van een Nederlands maandblad in New York, maar daarna is er niets meer van vernomen.

In 1952 kwam Schorrs eerste grote kans om te scoren. Het ging om de Soestdijkse monarchie-crisis, toen koningin Juliana nauwe banden bleek te onderhouden met de gebedsgenezeres Greet Hofmans, die in direct contact met de Almachtige zou staan en de jongste prinses Marijke (nu Christina) van haar gedeeltelijke blindheid af zou kunnen helpen. Het verhaal is langzamerhand bekend: diep binnenskamers woedde destijds een conflict met de regering, met name minister van Buitenlandse Zaken Stikker, die moeite had met de pacifistische toespraken die Juliana dat jaar, middenin de Koude Oorlog, op een reis door de VS uitsprak.

Schorr schrijft nu in zijn memoires dat het ook hem was opgevallen dat Juliana's redes `onwereldse, pacifistische en neutrale toonzettingen inhielden'. Voor het Congres sprak ze over `Oost-Europese landen die zich op eigen defensie concentreerden'. Amerikaanse topambtenaren liepen de rillingen over de rug. Een hoofdartikel in Het Parool (van oprichter Pieter 't Hoen, pseudoniem voor Frans Goedhart) kritiseerde de redes onder de kop `A Queer Country' en sprak er de regering op aan.

Eleanor Roosevelt

Die kritiek was zo ongewoon dat Schorr op onderzoek uitging. Hij had twee solide bronnen: Eleanor Roosevelt, weduwe van de president en vriendin van Juliana, die Hofmans' bijeenkomsten op het Oude Loo had bezocht waar Juliana van harte aan deelnam. Eleanor vroeg Juliana direct met deze `onzin' te stoppen, `maar zij kon haar niet overtuigen'. Baron van Heeckeren van Molecaten, secretaris van de koningin en Hofmans-adept, zei: `Zij is alles voor ons.' Schorrs vragen lekten uit, en hij kreeg het verzoek prins Bernhard te ontmoeten in hotel Vieux Doelen in Den Haag. Schorr schrijft over die ontmoeting in vrijwel dezelfde bewoordingen als in zijn VN-interview: `De prins zette een fles Scotch op tafel en gaf – zo hij zei – opening van zaken.'

Bernhard, aldus Schorr in zijn memoires, had Hofmans naar eigen zeggen zelf naar het paleis gebracht omdat Juliana niet over de oogaandoening van Marijke kon heenkomen. Maar er ontstond een conflict toen zijn scepsis over haar gaven voor Hofmans aanleiding waren te beweren dat Bernhard haar kuur dwarsboomde, hetgeen haar contact met God stoorde.

Schorr schrijft dat hij zich wel afvroeg waarom de prins hem dit alles vertelde, vooral omdat er van enige suggestie om dit gesprek als off the record te beschouwen geen sprake was. Integendeel. De prins, zo constateerde hij, zou een publicatie juist verwelkomen. Opvallend is dat Schorr zich kennelijk nimmer heeft afgevraagd of Bernhards verhaal wel juist was. Tot een publicatie kwam het echter niet.

Bernhard trachtte later het verhaal te spuien tegen zijn biograaf Alden Hatch, maar de regering stak een stokje voor publicatie. Daarna probeerde de prins het via zijn vriend de Britse journalist Sefton Delmer, wiens Daily Express weigerde het verhaal te brengen omdat de advocaten van de krant er bezwaar tegen maakten. Maar in 1954 speelde Delmer het verhaal op zijn beurt door naar Claus Jacobi van Der Spiegel, die zich van Haagse bezwaren niks aantrok en de bom ten slotte liet ontploffen.

Terug naar 1952. Schorr bezoekt Greet Hofmans en is waarschijnijk de enige die ooit een diepgaand interview met haar heeft gehad. Er was dus gescoord, en de Raspoetin-achtige intrige, met op de achtergrond het Oost-Westconflict, zou in Life Magazine wereldkundig worden gemaakt, eind september van dat jaar. Maar Schorr kwam onder zware druk te staan: hoge ambtenaren wezen hem op de gevaren van een crisis in de monarchie, bedreigden hem met intrekking van zijn verblijfsvergunning, en – een nieuw detail in de kwestie, dat Schorr voor het eerst vermeldt – er werd hem ook duidelijk gemaakt `dat als ik het verhaal introk ik er financieel niet slechter op zou worden'. Op een Luxemburgse ministerraad nam minister Beyen hem terzijde en smeekte hem niet te publiceren. In New York las een ambassaderaad hem een diplomatieke notitie voor waarin Bernhard erop aandrong zijn gesprek bij nader inzien als off the record te beschouwen. Schorr kreeg dat alleen te horen, het stuk mocht hij niet lezen. Schorr publiceerde vooralsnog niet. In 1955 werd hij verheven tot officier in de orde van Oranje-Nassau, wat later is gezien als beloning voor zijn stilzwijgen over de affaire.

Wie had hem om gekregen? Schorr beschrijft, evenals in VN, een privé-etentje met `mijn vriend' Lou de Jong, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie en druk schrijvend aan zijn levenswerk, De Geschiedenis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. `Je bent een vriend van Nederland, je kunt dit niet doen', hield De Jong hem voor. `Je tast de grondvesten van onze monarchie aan en wordt dan gezien als vijand, niet alleen van de regering, maar ook van het volk.' Laat in de nacht telegrafeerde Schorr de redactie van Life het stuk in te trekken. Het antwoord was vreemd: men deed dit `met genoegen' en het honorarium mocht hij houden. Twintig jaar later hoorde Schorr dat het stuk al geschrapt wàs toen hij het introk. Dat was gebeurd door de uitgever van Time en Life, Henri Luce, die zich op een diner in Rome – waar zijn vrouw Claire Luce ambassadeur was – liet ompraten door de vrouw van de Nederlandse ambassadeur Han Boon, die betoogde dat publicatie de NAVO zou destabiliseren. Boon was trouwens dezelfde die hem eerder had gedreigd zijn verblijfsvergunning te laten intrekken.

Chroesjtsjov

Een jaar later werd Schorr door de legendarische radiojournalist Ed Murrow naar CBS gehaald, waar hij opklom in kringen rond James Reston, Edward Severeid en Murrow zelf. Hij werd naar Moskou gestuurd met een loodzware bandrecorder en een filmcamera die hij nauwelijks kon bedienen. Hij slaagde er niettemin in Chroesjtsjov bij zich thuis te eten te krijgen. Er werd weer gescoord! Bijna vijftig jaar bleef hij in dienst van CBS. Hij speelde een sleutelrol in het Watergate-schandaal, stond op de geheime lijst van Nixons vijanden, op nummer 17. Hij kreeg ten slotte ruzie met CBS (er komen veel ruzies voor in dit boek) en belandde bij Ted Turner en het net opgerichte CNN, waar hij de eerste politieke analist werd. De laatste tien jaar werkt hij voor de National Public Broadcasting in Washington.

Schorrs boek is voortreffelijk geschreven, ook al heeft hij er zes jaar aan gewerkt `omdat ik te veel verslaafd ben aan het nieuws'. Maar het nooit gepubliceerde artikel uit 1952 zit hem nog steeds hoog. Dertig jaar naderhand, in 1982, heeft hij het nog aangeboden aan Vrij Nederland – in bekorte vorm. Dit keer werd het wèl gepubliceerd – maar het trok weinig aandacht. Waarom precies heeft hij het niet gedaan in 1952? `Ik weet het niet', schrijft Schorr. `Misschien omdat ik sympathie had voor de tragische koningin en haar antipathieke jetset echtgenoot.' Zijn zoon, Jonathan, ook journalist, vraagt het hem nu nog: `Waarom, vader?'

Staying Tuned bevat veel meer dan deze kwestie. Het is wereldgeschiedenis van de laatste halve eeuw van een door de wol geverfde vakman. Wel een onvoorstelbare ijdeltuit (de titel van het hoofdstuk over Nederland luidt: `The Queen, The Faithhealer and I'). Toch is het verplichte lectuur voor elke journalist, per slot van rekening per definitie een ijdel beroep.

Daniel Schorr: Staying Tuned: A Life in Journalism.

Pocket books USA, 368 blz. ƒ74,95