Barnard schrijft stuk vol met pijnlijk banale clichés

Als een vorstin zit de honderdjarige Mama Sissi op haar troon. De reusachtige fauteuil die het podium domineert, maakt van haar een dwerg, een bijna opgelost restje mens. Gekleed in een Rembrandtesk gewaad, het schaarse haar in een Japanse knot boven op haar hoofd, ontvangt ze de familie, de drie generaties onder haar die allemaal worstelen met het verzwegen verleden.

Dichter Benno Barnard ziet een dramatekst als een gedicht, als een partituur. Dus schreef hij voor Het Toneel Speelt het toneelstuk Stervelingen in vijfvoetige jambes, blanke verzen die hij her en der versierde met rijm en binnenrijm. Snel wisselt hij van register, van verheven naar banaal, van omfloerst naar direct. Hij stopt zijn barokke zinnen vol met woordspel, verwijzingen, fraaie krullen. Mama Sissi zegt: ,,Waar zijn de druppels van je pizzicato/ Hun plok plok is een zoete marteling.'' Maar ook: ,,Mijn reet/ Mijn honderdjarige, als vruchtenpudding/ met aambei volgepropt.''

Het verhaal dat Barnard vertelt, lijkt hem minder bezig te houden. Het zit volgepropt met pijnlijk banale, moderne clichés. Stervelingen gaat over een familiefeest waarop het verleden wordt blootgelegd: fout in de oorlog, mogelijke incest, een lijk in de kast, kind zonder vader, een scheiding, joodse psychiater vrijt met NSB-dochter en kleindochter. Het verzwegen verleden blijkt helemaal niet zo verzwegen, alle geheimen worden voor ons uitgespeld, in een trage, slappe reeks van elkaar tamelijk willekeurig opvolgende scènes. `Familie is drama' schrijft Barnard, maar zo gemakkelijk gaat dat niet. In zijn zucht naar virtuoze zinnen heeft Barnard het drama volledig laten liggen.

Regisseur Gijs de Lange dringt liever geen eigen dwingend concept op, maar stelt zich dienstbaar op jegens de schrijver en de acteurs. Dat is een loffelijke houding, maar in dit geval blijkt zij dodelijk te zijn. De Lange ziet Barnard als een soort Corneille, een schrijver die om fraaie vormen geeft, en minder om inhoud. Op zich klopt dat, behalve dat Barnard als dramadichter niet groot genoeg is om een puur vormenspel te bouwen, en omdat hij het als kind van zijn tijd niet kan laten om ook een beetje plat-freudiaans te psychologiseren.

In statische toneelbeelden staan de acteurs hun eindeloze zinnen uit te wisselen. Van werkelijke dialogen is ook al geen sprake. Als De Lange consequent was geweest, dan had hij voor een afstandelijke, overdreven gestileerde speelstijl gekozen, zoals zijn ex-baas Gerardjan Rijnders dat kan. Maar nu blijft hij ergens hangen tussen een ironische en psychologisch-realistische speelstijl. Paul Hoes als de hoorndragende ex-echtgenoot speelt kluchtig onnozel. Linda van Dyck, als de misbruikte NSB-dochter met kanker, speelt juist heel serieus, ingeleefd. Daartussenin speelt Henk van Ulsen in travestie de honderdjarige Mama Sissi in een anachronistische stijl: raar stemmetje, veel bewegen, scheve bekken trekken. Hij is eigenlijk de enige die daarmee de juiste barokke toon te pakken heeft. De rol van oud, ontremd omaatje is hem op het lijf geschreven. Hoogst vermakelijk, virtuoos, maar uiteindelijk even zinledig als Barnards tekst. Of, om in het idioom van Mama Sissi te spreken: geen fuk aan.

Voorstelling: Stervelingen van Benno Barnard door Het Toneel Speelt. Regie: Gijs de Lange. Gezien: 23/8 Stadsschouwburg Amsterdam. Aldaar t/m 5/9. Tournee t/m 3/11. Inl. (020) 523 7767 of www.hettoneelspeelt.nl.