AVR moet afvalovens sluiten

Bij de Afvalverwerking Rijnmond (AVR) zijn vandaag twee chemische verbrandingsovens buiten gebruik gesteld. Dit onder dwang van gedeputeerde staten (GS) van de provincie Zuid-Holland, die gisteren oordeelden dat de betreffende ovens een te groot veiligheids- en milieurisico vormden.

De AVR kampte sinds 16 augustus met een lek in de verbinding tussen een brandstoftank met huisbrandolie, en de verbrandingsovens die door de olie werden gestart en gekoeld. Een nieuwe brandstoftank werd gereed gemaakt om de lekke te vervangen, en in de tussentijd wilde AVR een brandstofwagen gebruiken.

De milieudienst Rijnmond DCMR, en de Rotterdamse brandweer keurden deze de noodvoorziening echter af. Volgens R. Visser, directielid van de DCMR, bracht de noodvoorziening het gevaar van lekkage, brand of zelfs explosie met zich mee. Onder dreiging van bestuursdwang droegen GS daarom gisteren het bedrijf op de ovens buiten gebruik te stellen. Met dat werk is vannacht begonnen.

Volgens een woordvoerder van AVR komt de afvalverwerking niet in gevaar, aangezien het bedrijf in geval van nood afspraken heeft met buitenlandse afvalverwerkers. Klanten die hun afval bij AVR hadden zullen brengen, kunnen bij hen terecht met hun chemisch afval. Volgens de woordvoerder komt de nieuwe brandstoftank binnen één week gereed. AVR verwacht ,,ten minste enkele tonnen'' schade te zullen lijden door de gedwongen sluiting. AVR is ,,teleurgesteld'' over de handelwijze van de Milieudienst. Volgens de woordvoerder was de noodvoorziening even veilig als de permanente inrichting van de ovens.