Aids is in China niet langer dood te zwijgen

China erkende gisteren voor het eerst dat het land kampt met een aids-probleem. Een probleem dat in sommige provincies al dramatische vormen heeft aangenomen.

In China is alles handelswaar: ook je eigen bloed kun je er voor goed geld verkopen. Dat is vooral aantrekkelijk voor arme boeren die geld nodig hebben om hun kinderen naar school te sturen. Boeren in de provincie Henan hebben hun daad moeten bekopen met aids.

In deze centraal-Chinese provincie zou het percentage besmettingen in sommige dorpen al op tachtig liggen, nadat boeren hun bloed hadden verkocht aan artsen die in de tweede helft van de jaren negentig hun dorpen begonnen te bezoeken en het met de hygiëne niet zo nauw namen. Zestig procent van deze geïnfecteerden zou al ziek zijn. Dat percentage is veel hoger dan op het platteland in Afrika.

Berichten over de epidemie verschenen lange tijd niet in de Chinese media: het onderwerp was taboe en de overheid negeerde het probleem vrijwel volledig. Lokale artsen die het probleem openbaar wilden maken werden tegengewerkt, journalisten die de artsen wilden interviewen werden opgepakt. Veel boeren met aids wisten niet eens waarom ze zich zo ziek voelden. Ze wisten niet dat ze aids hadden, en evenmin dat ze besmetting van anderen moesten voorkomen.

De bloedbanken hadden vooral belangstelling voor bloedplasma, dat zij voor goed geld aan Chinese farmaceutische bedrijven verkochten. Na scheiding van het plasma werd wat er over was van het bloed verrijkt met een zoutmengsel en teruggebracht in de aderen van de donoren, in een poging bloedarmoede te voorkomen. Daarbij werd er niet op gelet wie precies wiens bloed terugkreeg: al het van plasma ontdane bloed werd gemengd. Onderminister van Gezondheid Yin Dakui zei gisteren dat het aantal besmettingen in Henan inmiddels minstens 30.000 tot 50.000 mensen bedraagt.

Bij zijn bezoek aan het dorp Wenlou in de getroffen regio werd de bewindsman gehinderd door lokale boeren die hem de weg versperden. ,,Doe liever iets voor de gezonde boeren.'' Ze waren bang dat negatieve publiciteit over hun dorp het onmogelijk zou maken hun uien en rijst nog elders in China af te zetten. De gemiddelde Chinees weet weinig van de manier waarop aids wordt overgebracht. Mensen zijn bang dat ze de ziekte via aanrakingen met geïnfecteerden kunnen oplopen. De provincie Guangdong pakt het probleem niet aan via voorlichtingscampagnes, maar kiest voor interneringskampen voor besmette personen.

In juni daagde de twintigjarige hiv-positieve activist Song Pengfei de Chinese minister van Gezondheid uit om hem de hand te schudden voor het oog van de media. Hij wilde althans dit misverstand uit de weg te ruimen. ,,Ik zal m'n handen eerst goed schoon wassen, en de minister mag een handschoen dragen. Hij mag meteen na de foto weglopen als hij wil.'' De minister ging niet in op zijn voorstel.

De gepensioneerde gynaecologe Gao Yaojie is op haar eigen houtje een aids-voorlichtingsprogramma begonnen in de getroffen provincie Henan. Dat bracht haar internationale bekendheid. De Verenigde Naties wilden haar door Kofi Annan een prijs laten overhandigen, maar ze kreeg geen uitreisvisum van China.

Zo bezien heeft er gisteren in Peking een kleine revolutie plaats gevonden. Onderminister Yin hekelde ,,regionale autoriteiten die zich onvoldoende rekenschap geven van de verborgen gevaren van een grootschalige epidemie'' Grotere openheid lijkt vooralsnog het sterkste wapen in de strijd tegen aids in China.