Voor vaccinatie

In Venlo, Zevenbergen, Leeuwarden en overal elders waar de meningokokken toeslaan klinkt de roep om een vaccin tegen een ziekte waaraan een op de tien patiënten overlijdt. Maar het ministerie van Volksgezondheid zegt dat vaccinatie in de buurt van één of twee, kortweg sporadische ziektegevallen niet nodig is. Vaccinatie van alle nul- tot vierjarigen in Nederland wordt weliswaar overwogen, maar pas nadat er een advies van de Gezondheidsraad is uitgebracht. Minister Borst (Volksgezondheid) vroeg al in januari 2000 om dat advies en wenste het eind vorig jaar op haar bureau. Ze heeft het niet gekregen. Deze week zei ze in een tv-vraaggesprek het nu eind 2001 te verwachten. Maar de secretaris van de adviserende commissie zegt dat de subgroep die het meningokokken-C-vaccin behandelt nog niet bij elkaar is geweest en dat het advies pas in het voorjaar van 2002 te verwachten valt.

Mocht de minister op grond van het advies volgend jaar besluiten om in een inhaalslag alle nul- tot achttienjarigen te vaccineren tegen de meningokok C, dan heeft die vertraging van ruim een jaar zeker 40 kinderen het leven gekost. In Groot-Brittannië, waar het vaccin ruim een jaar geleden beschikbaar was, zijn toen snel de nul- tot achttienjarigen gevaccineerd. De sterfte aan meningokokken-C-ziekte is met 95 procent gedaald.

Een verzachtende omstandigheid voor de Gezondheidsraad is dat de minister vorig jaar ook een advies over het hele rijksvaccinatieprogramma vroeg. Dat is een ingewikkelde kwestie, want er zijn veel meer nieuwe vaccins in aantocht die niet zomaar allemaal verstrekt kunnen worden. En de nu gehoorde roep om vaccinatie wordt afgewisseld met geluiden van een groeiende groep mensen die helemaal niet meer willen dat hun baby's worden gevaccineerd. Die tegenstanders zijn steeds minder vaak religieus gemotiveerd. Hun vrees is vooral dat vaccinaties in de eerste levensjaren later leiden tot een gestoord afweersysteem waardoor astma, autisme, hyperactiviteit en levensbedreigende auto-immuunziekten kunnen ontstaan. Serieus onderzoek bevestigt die vermoedens niet. Maar er is ruimte voor twijfel. Het grondige onderzoek naar de langetermijneffecten van vaccinaties is nog uiterst schaars, wat de vaccinfabrikanten en de vaccinpropagerende overheden valt te verwijten.

De meningokokken lijken onderdeel van het komkommernieuws. Het nieuwe vaccin tegen de meningokok C veroorzaakt echter een principieel conflict tussen de bezorgde burger en de berekenende overheid. Ouders willen hun kinderen en zichzelf beschermen tegen een enge ziekte. Desnoods op eigen kosten. Ze willen hun ongerustheid onderdrukken. Ieder risico uitbannen. Ze willen het vaccin. De overheid denkt in traditionele volksgezondheidstermen.

Het ministerie weegt af of vaccinatie meer opbrengt dan zij kost, zowel financieel als uit oogpunt van gezondheid. De overheid calculeert of het voorkómen van jaarlijks 600 meningokokkenzieken, 60 doden en evenveel invaliden al die prikken waard zijn. Het gaat wel om geld. Een eenmalige actie om alle 3,5 miljoen nul- tot achttienjarigen te vaccineren kost ruim 200 miljoen gulden. Daarna kost de jaarlijkse vaccinatie van 200.000 baby's ieder jaar 1,5 miljoen. Na de eenmalige hoge aanloopkosten is dat ongeveer 30.000 gulden per gered kinderleven. Dat bedrag betaalt een in leven gebleven kind in zijn arbeidzaam leven makkelijk terug aan de staat, door middel van inkomstenbelasting en BTW. Onmiddellijk invoeren die vaccinatie, lijkt de conclusie. Maar daarnaast kijkt de overheid naar gezondheidsaspecten: hoeveel mensen hebben last van de prik en hoe verhoudt die overlast zich ten opzichte van de geredde levens. De Britten en Belgen hebben die gezondheidsafweging al gemaakt en hebben tot vaccinatie besloten.

Minister en inspectie wachten stoïcijns op het advies van de Gezondheidsraad en doen of de mensen die om vaccin roepen het niet hebben begrepen. Niet vaccineren, zegt de inspectie, want zolang de meningokokkenziekte jaarlijks 600 keer wordt gezien en 60 levens eist, is alles normaal. Het vaccin komt alleen op staatskosten uit de kast als er in een regio een cluster van een paar meningokokken-C-patiënten wordt waargenomen die van dezelfde bacteriestam ziek zijn. De inspectie noemt dit `de vinger aan de pols houden'. Bezorgde ouders hebben geen begrip meer voor deze vinger aan de pols. Er is immers een nieuw vaccin beschikbaar. Ze stappen naar de huisarts. Die beroept zich op het officiële non-vaccinatiestandpunt en probeert te weigeren. Maar de aanhoudende ouder wint.

De inspectie vindt dat die ouders daarmee schijnzekerheid verwerven, want het vaccin beschermt tegen meningokokken van serogroep C, niet tegen die van groep B. Kinderen kunnen dus nog steeds hersenvliesontsteking krijgen. Dit is een onbegrijpelijk argument, want er zijn tal van bacteriesoorten die hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging veroorzaken. Sinds zes jaar krijgen alle baby's het Hib-vaccin. Dat beschermt ook tegen beide levensbedreigende aandoeningen. En dat vaccin is ook niet uit het vaccinatieprogramma gehouden omdat het zou suggeren dat na die prik niemand meer hersenvliesontsteking zou krijgen. Na een vaccinatie met het meningokokken-C-vaccin zal het risicogedrag ook niet toenemen, want dat bestaat niet. Als ergens een aantal kinderen meningokokkenziekte heeft, wordt niet geadviseerd de scholen en crèches te sluiten of niet naar de speeltuin te gaan. Die maatregelen hebben geen zin bij deze ziekte.

Individuele vaccinatieacties zijn niet goed voor de volksgezondheid. De gezondheidskloof tussen rijk en arm zal er bijvoorbeeld verder door groeien omdat beter geïnformeerde mensen, die toch qua gezondheid al beter af zijn, eerder de prik zullen eisen. Het overheidsstandpunt van niet-vaccineren bestaat alleen nog omdat de Gezondheidsraad het werk dat van hem werd verwacht een jaar heeft laten sloffen.