Veemarkten eisen soepeler regels

Vijf veemarkten zijn na de mond- en klauwzeercrisis niet meer opengegaan. De nieuwe regels die het ministerie hun heeft opgelegd, maken de handel onrendabel, stellen ze.

De directeuren van de acht veemarkten in Nederland eisen dat minister Brinkhorst (Landbouw) de strenge regels intrekt die hij in juni heeft ingesteld om een nieuwe uitbraak van het mond- en klauwzeervirus te voorkomen. Hierover diende gisteren voor de president van de rechtbank in Den Haag een kort geding, dat de Groep Nederlandse Veemarkten (GNV) had aangespannen tegen het ministerie van Landbouw (LNV).

De koepelorganisatie van veemarkten eist onmiddellijke stopzetting van de maatregelen of een financiële compensatie. De veemarkten vrezen dat zij anders definitief moeten sluiten. Van de acht veemarkten in Nederland zijn na de mond- en klauwzeercrisis slechts drie opengegaan. Deze drie ontvangen subsidie van provincie en gemeente. De overige vijf zijn dichtgebleven, omdat ze volgens eigen zeggen niet rendabel zijn onder de strenge maatregelen.

Tijdens de mond- en klauwzeercrisis werden de veemarkten op last van minister Brinkhorst gesloten. Ze mochten daarna weer opengaan, mits zij voldoen aan strenge eisen. Zo mag sinds juni nog maar één soort vee op een marktdag worden verhandeld, afkomstig uit één van de vier regio's waarin Nederland is ingedeeld.

Het is sindsdien ook verboden om op de veemarkten weidevee te verkopen; koeien of schapen die nog een poosje op het land moeten staan om te worden vetgemest. ,,Contact tussen levende dieren is de belangrijkste risicofactor voor de overbrenging van dierziekten'', zegt advocaat J. van Wijk namens het ministerie.

Vee dat boeren niet kwijtraken op de veemarkt mogen zij niet mee terugnemen naar hun bedrijf. Zij moeten het verkopen aan slachterijen. ,,Dat belemmert de handel en drukt de prijs'', zegt J. Ozinga, raadsman van de veemarkten. Bovendien is het risico van besmetting niet verminderd. Boeren moeten hun weidevee nu kopen bij verschillende handelaren, ,,waardoor het gesleep met dieren alleen maar toeneemt'', aldus Ozinga.

Het ministerie, bij monde van advocaat Van Wijk, noemt de klacht van de veemarkten ,,dat de ziel uit de veemarkt is gehaald'' overdreven. De handel op de veemarkten bestond voor de mond- en klauwzeercrisis ook al voor 85 procent uit slachtvee. Bovendien zijn drie veemarkten inmiddels weer open, ,,dus handel is mogelijk'', constateert Van Wijk.

Een van de veemarkten die weer is open is, is die van Utrecht. J. Boogaard, directeur van de gemeentelijke veemarkthallen in Utrecht, zegt dat hij door de strenge regels nog maar een kwart van zijn omzet van vroeger haalt. ,,Voor de mond- en klauwzeercrisis waren er 800 slachtrunderen op de veemarkt. Deze week had ik er maar 200.''

De veemarkten verzetten zich ook tegen de kosten die zij moeten maken om aan de hygiënische eisen te voldoen. Ze moeten voor 1 november een overkapte wasplaats aanleggen, zodat het schoonmaken van de veewagens onder alle weersomstandigheden kan plaatsvinden. Volgens de advocaat van LNV kost dat niet meer dan 125.000 gulden. ,,Als de minister dat kan leveren voor dat bedrag, mag hij morgen een wasplaats bij mij komen aanleggen'', merkt G. Bootsma, secretaris van de GNV en directeur van de veemarkt in Zwolle, op. Volgens GNV kost het tussen de 1 en 2 miljoen gulden. De rechter doet op 5 september uitspraak.