Met dank aan Kevin Costner

De groeiende populariteit van western-modes de laatste jaren, in de Verenigde Staten zelf en in culturele satellietstaten als Nederland, brengt tamelijk platte en vaak malle taferelen met zich mee. Peroxide-blonde vrouwen dragen Buffalo Bill-jasjes op de dansvloer of het strand in Scheveningen, welvaartsvaders met cowboyhoeden op bewijzen hun mannelijkheid in een line dance te Almere. Commercialisering en clichés gaan hand in hand en vertroebelen het zicht op de realiteit van wat ooit het Amerikaanse Westen was. Zelfs George W. Bush, die zich zo graag beroept op zijn robuuste wortels, is eigenlijk een nep-Texaan, een elitaire barbecue-cowboy met een veel te licht jeepje voor het zware werk en nooit vuile handen op de ranch.

Ook voor inheemse volken heeft de hernieuwde belangstelling voor westerse Americana dubbelzinnige gevolgen. In de jaren negentig beleefden zij een `indiaanse renaissance', mede dankzij het winnen van juridische procedures tegen de overheid, nieuwe inkomsten uit het casinobedrijf en een beter publiek imago, zoals in Kevin Costners film Dances With Wolves interessant tot uiting kwam. Tegelijkertijd wordt hun erfgoed nog steeds belaagd en geplunderd door blanken met behoefte aan een authentieke spirituele ervaring of gewoon een toeristische interesse in indiaanse hebbedingetjes. De handel in indiaanse kunstobjecten is explosief gegroeid: van ordinaire prullaria tot poppen, aardewerk, juwelen en antieke mocassins voor duizenden dollars. Die handel doet de indianen niet altijd recht, financieel of anderszins. Waar ligt de grens tussen commerciële uitbuiting en bewaking van een erfgoed? Federale wetgeving beschermt inmiddels gelukkig de authentiek indiaanse producten; op grond van de Indian Arts and Crafts Act (1990) is het strafbaar artikelen te verkopen onder de naam `indiaans' als die niet metterdaad zijn vervaardigd door een lid van een van de ruim vijfhonderd door de Amerikaanse overheid erkende stammen.

Veel indiaanse antieke kunst was vorig jaar te zien op de indrukwekkende tentoonstelling Indian Summer in Brussel; Nederland biedt een mooie selectie in het recentelijk heropende Museum voor Volkenkunde te Leiden. De belangstelling voor het kopen en verzamelen van indiaanse artefacten is hier vooralsnog beperkt, maar met wat moeite kan de Nederlandse liefhebber een en ander vinden. In Den Haag importeert bijvoorbeeld de winkel Hopi Navajo voorwerpen van vooral de prairie-indianen. In Amersfoort is er galerie en importeur Walas, begonnen door de beeldend kunstenaar Gerben van Straaten. Walas vertegenwoordigt een aantal moderne indiaanse kunstenaars zoals de Canadese Irene Klar en de Amerikaanse Quanah Parker. Beide artiesten maken hedendaagse kunst, die de vitaliteit en pluriformiteit van hun cultuur wil uitdrukken.

Een keuze uit het werk van Klar en Parker is te zien en te koop op de kleine expositie Ze noemden ons indianen in de Leidse Hooglandse Kerk, georganiseerd door Walas en eerder gehouden in Arnhem. In een zijbeuk van de kerk, onder manshoge foto's van Nez Percé-opperhoofd Joseph en de Sioux Sitting Bull, is een bescheiden ruimte ingericht met informatie over de indiaanse regionale culturen en werk van moderne kunstenaars. Er is een canvas tipi, ook voor de kinderen, en een nagebouwde hut uit noordelijker streken met een aantal fraaie maskers.

Bij een korte bezichtiging werd het indiaanse gezang van de geluidsinstallatie er helaas overstemd door het kerkorgel, maar het enthousiasme van het Walas-personeel was er niet minder om.

Het aanbod aan kunst op de expositie is tamelijk beperkt en gemengd van kwaliteit: het werk van Irene Klar is mooi herkenbaar en verzorgd, Quanah Parkers psychedelische bewerkingen van oude foto's en keramieken buffelhoofden kruipen ijzingwekkend dicht aan tegen western-kitsch. In vitrines zijn enkele antieke objecten te bewonderen, zoals een paar Arapahoe-mocassins. Artefacten, vooral kleine sculpturen, van de Inouit (eskimo's) hebben een aparte tafel gekregen, het interessantste deel van de expositie. Er is ten slotte een kleine boekentafel, waar het accent ligt op de prairie-indianen. Want die spreken nu eenmaal nog steeds het meest tot de verbeelding - mede met dank aan Kevin Costner en George W.

Ze noemden ons indianen, Hooglandse kerk, Middelweg 2, Leiden,

17 aug-22 sept, open 11-17u, ma 13-17u, zo gesloten, entree ƒ10,

kinderprogramma woensdagmiddag.

Hopi-Navajo, Molenstraat 32, Den Haag, 070-3640585.

Walas, St. Andriesstraat 10, Amersfoort, 033-4758326.