Levenslange leerplicht

Kennis en vaardigheden zijn geen eerste levensbehoeften. Maar voor de generatie van boven de 45 lijkt dat anders te liggen. Massaal gaan de jongere ouderen naar universiteit, opleidingscentra en andere instellingen waar iets te leren valt. Het oude `Bildungsideal' dwingt hen zichzelf te verheffen. De instellingen spelen in op deze honger naar ontwikkeling. Voor iedereen is er een cursus.

Mijn moeder was altijd op cursus. 'sAvonds ging ze pottenbakken, dieren-EHBO'en, volksdansen of gitaarspelen; als wij naar school waren, stopte ze cassettes in de recorder en begon het grote meemompelen. ,,Fah-brika'' (de cassette Russisch voor beginners), ,,Fah-brika'' (mijn moeder). Ze begon altijd graag aan een nieuwe. Omdat het ondoenlijk was om al dat oefenen onder schooltijd te doen en ze er niet van hield voor publiek te spreken, maar ook omdat ze snel uitgekeken raakte op de oude cursus en een nieuwe altijd trok.

Ook nu is ze nog steeds in de ban van cursussen. Ze houdt het dankzij het lege nest wat langer vol en de cursussen zijn dientengevolge serieuzer geworden. Taalcursussen bij het Regionaal Opleidingscentrum (ROC), idem op de Dag- en Avondscholengemeenschap (DAS), Literatuur en filosofie, Muziekgeschiedenis, Theologische vorming, en sinds kort de ene computercursus na de andere van het web geplukte en met een klasje. Het is te leuk om ermee te stoppen, zegt ze. Het geeft gewoon een kick dat je op je ouwe dag nog iets kunt leren.

Volgens Wim Knulst, hoogleraar vrijetijdwetenschappen aan de Katholieke Universiteit Brabant, is mijn moeder (66, kweekschool) een typische vrouw van haar generatie. ,,Er heeft een scheiding der geesten plaats gevonden'', vertelt hij, ,,mensen die jonger zijn dan 45 zoeken het liever zelf uit, de groep boven de 45 denkt dat zij de plicht heeft zich te ontwikkelen. Die heeft het klassieke `Bildungsideal' met de paplepel ingegoten gekregen: als je hbs of kweekschool hebt gedaan, hebben zij altijd gehoord, hoor je bij de selecte groep die het aan haar stand verplicht is zichzelf te blijven ontwikkelen, zich te verheffen. Bovendien heeft deze groep vaak het idee dat je dat het beste doet onder deskundige leiding. Als je een dure computer hebt gekocht, ga je niet in je eentje zitten prutsen.''

Nieuw is dat die groep dat haar leven lang volhoudt, dat zij zich ook blijft verheffen terwijl dat allang geen direct nut meer heeft. ,,Twee generaties terug zat je na je baan of je gezin te wachten tot het afgelopen was. Aan iets nieuws beginnen kwam er dan niet meer van.''

Het aantal vijfenveertigplussers dat iets doet om zijn kennis te vergroten is gigantisch. Ze vormen de trouwe aanhang bij de cursussen van de Volksuniversiteiten in Arnhem is 44 procent van de cursisten 55 jaar en ouder. Zíj zijn het die in de musea aan de lippen van de rondleiders hangen en naar de lezingen voor concerten en toneelavonden gaan. Erg veel `rijpe volwassenen' gaan bovendien op zoek naar hoger onderwijs. Er is niets wat ze tegenhoudt: ze hebben de tijd, ze hebben het geld, ze hebben de vitaliteit en ze hebben de leergierigheid. ,,Het is goed om je hersenen te blijven trainen en niet steeds hetzelfde te doen'', zegt de één (man, 52, cursus Spaans). ,,Je komt weer eens in een heel ander netwerk'', vertelt de ander (man, 63, eerstejaars geschiedenis).

In Groningen zetten in 1986 twee studenten het Hoger Onderwijs Voor Ouderen (hovo) op. Bij de eerste lichting een afstudeerproject van twee studenten die ook zelf les gaven aan de senioren kwamen honderd seniorenstudenten op de 26 beschikbare plaatsen voor de cursus psychologie af, vijftien jaar later is het aantal cursussen uitgebreid tot dertig, zijn er ook lezingen en reizen, en groeit het aantal studenten elk jaar opnieuw. Het afgelopen cursusjaar schreven 1.500 senioren zich in, het komend jaar zijn het er weer meer. Ze volgen cursussen als `Inleiding in de klinische psychologie', `Thomas Mann: de wereld van de toverberg' en `Overzicht Nieuwe Kunst II van 1500-1800', cursussen die behoorlijk lijken op de blokken van de dagstudenten van de Groningse Universiteit. Het hovo deed het van het begin af aan goed. Zo goed, dat het landelijk navolging kreeg: het totaal aantal hovo'ers bedroeg dit jaar 16.500. Ze studeren om actief te blijven, zeggen ze, om niet trager te worden als ze minder gaan werken, om nieuwe contacten op te doen, en uit pure interesse.

Toch zijn het niet alleen de 45-plussers die op cursus gaan. Drukke dertigers willen ook nog wel eens een cursusje volgen. Of een workshop doen wat Kort Amerikaans is voor cursus. De zaken-m/v zit op `Socratische Gesprekstechniek' (bijvoorbeeld bij de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden), de vrouw zonder partner gaat naar `Tao voor vrouwen' (waar zij met meditatie, beweging en kring-spieroefeningen leert om het bewustzijn weer naar de seksuele organen te leiden; onder andere bij stichting De Ruimte in Den Haag), de angsthaas naar `Leef je Leeuw!' (`ga op zoek naar jouw kracht, passie, vuur'; bij het Centrum voor Persoonlijke Ontwikkeling in Rotterdam), de vrijetijdshistoricus naar `Op zoek naar eigen huis, straat of buurt' (bij het Erfgoedhuis Zuid-Holland), en de (would be) schrijver naar de `Werkplaats Storytelling' (bij de stichting Grenzeloos Schrijven). Want ook de drukke dertigers en veertigers blijken een sterke innerlijke drijfveer te voelen om iets bij te leren. In hun vrije tijd, gecombineerd met een druk bestaan van baan, huishouden en kinderen.

,,Ouderen krijgen steeds meer belangstelling voor de hoger-onderwijsachtige cursussen én voor de afdeling spiritualiteit, onder dertigers en veertigers stijgt de belangstelling voor talencursussen'', zegt J.G. van Milligen van de Volksuniversiteit Arnhem. ,,Een taal leren blijkt toch iets te zijn dat je gemakkelijker doet in een klas met een echte leraar, dan thuis achter je computer.''

In Amsterdam is het beeld diverser. De belangstelling van jong en oud loopt hier meer door elkaar. Het aantal jongeren (onder de 35) is groter: maar liefst 37 procent, en er is een groei in de belangstelling voor korte cursussen, lezingen en workshops.

Yvonne de Leeuw (38) valt in de categorie `Amsterdams, jong en druk'. Ze heeft twee dochters (Kim van 13 en Eva van 16), een baan van 24 uur bij een tijdschriftuitgeverij en een partner (Henk). In de afgelopen paar jaar volgde ze zoveel cursussen dat ze zelf niet meer weet hoeveel. Ze somt op: ,,Spaans, zelfverdediging, aikido, flamencodansen, Argentijnse tango (helaas maar twee lessen omdat Henk vluchtte), een cursus Surinaams koken, kunstgeschiedenis bij de Volksuniversiteit, zingen in een koor, yoga, en dat is, vrees ik, nog lang niet alles.''

De Leeuw schrijft haar ontembare behoefte aan cursussen anders dan de meeste vrouwen van haar generatie die volgens een onderzoek van de Volksuniversiteit Amsterdam als voornaamste redenen zelfontplooiing, ontspanning of sociale contacten opgeven toe aan haar grote hoeveelheid energie. ,,Ik moet die op de een of andere manier kwijt. Anders ontplof ik. Daarom zitten er ook vechtsporten bij.'' Andere cursussen komen voort uit een diepere behoefte: ,,Die volg ik waarschijnlijk omdat ik ooit op school heb gezeten, maar toen geen doel had. Je zit erbij en je klooit wat aan, maar waarom? Geen flauw idee. Later besef je dat je toch een hoop gemist hebt, maar dan zijn je kansen om naar school te gaan voorbij: kinderen, werk, verplichtingen, geld noem maar op. Dus dan maar een cursus. Om toch het idee te hebben dat je nog wat leert.''

Behalve de behoefte aan kennis is er ook nog een sluimerende creativiteit die zich wil uiten: ,,In veel banen, maar ook thuis, kan ik daar niks mee. In een cursus wel. Wat ik in het `gewone' leven niet kan, zoek ik blijkbaar in een cursus.''

Het cursusaanbod is overweldigend. Voor elk karakter, voor elke smaak en voor elke behoefte is wel iets te vinden. En niet alleen bij de gerenommeerde cursusleveranciers als de Volksuniversiteiten (sinds 1913). Ook minder voor de hand liggende instanties als musea, theaters en concertzalen verzorgen cursussen. Van `Kijken naar toneel' in de Stadsschouwburg Groningen tot `Paleografie' (oud schrift leren lezen) in het Gemeentearchief in Amsterdam. Allemaal doen ze aan leestverbreding. En dan zijn er nog de thuiscursussen. Hoewel de gemiddelde Nederlander steeds vaker buitenshuis verkeert, is het aantal mensen dat zich thuis voor de buis, voor de pc of met een van de bibliotheek geleende cursus vermaakt niet te veronachtzamen. In 1998-99 telde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in totaal 346.000 verkochte schriftelijke cursussen bij de particuliere onderwijsinstellingen (alleen bij de door de overheid erkende instellingen; alle vormen van contractonderwijs door scholen en universiteiten op commerciële basis telde het CBS niet mee). Uiteraard is het niet bekend of de mensen die de cursus hebben gekocht, 'm ook hebben gedaan, net als het onbekend is hoeveel mensen zoiets doen omdat hun baas het graag wil.

Ook de Teleac-cursussen werden in dit CBS-onderzoek niet meegenomen. Dat zijn er ook heel wat. `Het verhaal van de aarde' trok 135.000 kijkers, ruim 400.000 `cursisten' bekeken `Land van weidevogels'. Of neem de cursus `Thuis Boetseren'. ,,Geen cursus waarvan je zou verwachten dat die het op tv heel goed zou doen'', geeft Leo Both van Teleac onmiddellijk toe. ,,Toch verkochten we 10.000 exemplaren van het cursusboek.'' Ook voor andere cursussen geldt dat ze niet echt gemaakt zijn op de thuisblijver. De Televisie Academie biedt min of meer dezelfde cursussen aan als de Volksuniversiteiten. Het enige verschil is dat je de cursus dus thuis doet en dat de (anonieme) buis je leraar is. En dat niemand het ziet als je fouten maakt en je kunt stoppen wanneer je wilt zonder voor slapjanus te moeten doorgaan. Waarna je weer vrolijk aan een volgende cursus begint. Net als mijn moeder.