Langs 21 spoorlijnen bestaan te grote risico's

Langs 21 spoorlijnen is het risico van een dodelijk ongeval te groot. Het betreft voornamelijk transport van brandbare vloeistoffen over goederenspoorlijnen door bewoonde gebieden. Dit blijkt uit de vandaag gepubliceerde `Risicoatlas Spoor' van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Op grond van gegevens uit 1998 en de daarop gebaseerde kaarten in de atlas kunnen bestuurders van gemeenten en provincies bij het opstellen van nieuwe plannen voortaan beter nagaan waar al of niet kan worden gebouwd. Tegelijk maakt de nieuwe atlas duidelijk waar sanering noodzakelijk is, omdat de veiligheidsnorm wordt overschreden.

Volgens het Amersfoortse ingenieursbureau DHV is het groepsrisico – de kans op een ongeluk met meer doden – in elf woonkernen te groot. Die wijken liggen in Amersfoort, Bergen op Zoom, Breda, Capelle aan den IJssel, Dordrecht, Eindhoven, Hilversum, Rotterdam, Tilburg, Utrecht en Zwijndrecht. Verder zijn er nog 34 woonkernen waar speciaal aandacht geboden is, omdat ook daar het risico al dicht tegen de norm ligt of er overheen dreigt te gaan. Op deze lijst staan onder meer woonkernen in Apeldoorn, Nijmegen en Arnhem.

Vrijwel alle riskante goederenlijnen liggen beneden de grote rivieren, onder Rotterdam, en in Brabant en Limburg.

Minister Netelenbos schrijft in een begeleidende brief aan de Tweede Kamer dat zij het verover van gevaarlijke stoffen per spoor wil reguleren via daarvoor aangewezen baanvakken. Met vervoerders en verladers wordt overlegd om tot verbetering te komen.