Kubrick laat zien wat hij kan

Ergens in 1969 krijgt Stanley Kubrick een briefje van een meneer Smith uit Louisiana. Die schrijft: ,,Ik heb zojuist uw 2001: A Space Odyssey bekeken. Mijn vrouw en ik hebben vijftig mijl gereden om hem te zien. Toen we terugreden, probeerden we zo kalm mogelijk te bepraten wat we zojuist hadden gezien, maar ons gesprek verkeerde telkens in geschreeuw. Misschien als we nóg vijftig mijl verder van de bioscoop hadden gewoond, waren we tot iets als een conclusie gekomen tegen de tijd dat we thuis waren een soort slotsom waar we allebei mee konden leven. Het kaartje heeft me vijf dollar gekost. Ik vind eigenlijk dat ik voor die vijf dollar wel recht heb op enkele antwoorden.''

Het briefje wordt geciteerd in het boek Top 100 Movies (1988), een compilatie van lijstjes van critici, verzameld door de Canadese filmjournalist John Kobal. Kobal merkt op dat meneer Smith nooit antwoord op deze vraag heeft gekregen ,,net zo min als iemand anders trouwens''. Kennelijk maakt dat weinig uit: 2001: A Space Odyssey staat op plaats 18 in die top 100, even voor Eisensteins Ivan de Verschrikkelijke, vlak achter Renoirs La grande illusion.

Je zou er graag het definitieve bewijs in zien dat puzzelen zinloos is als het om kunst gaat. Want, grote God, wat is er veel en zinloos gepuzzeld over de betekenis van deze film. Ongetwijfeld tot groot genoegen van de maker zelf over wie in dit verband altijd eventjes betekenisvol hoort te worden opgemerkt dat hij een begaafd wiskundige en schaker was. Dat u weet dat het niet aan hém ligt.

In 2001: A Space Odyssey (1968) behandelt Stanley Kubrick verleden en toekomst van de mensheid. Hij begint brutaalweg vier miljoen jaar geleden bij de `dageraad van de mens', stapt na zestien minuten zwijgende scènes van mensapen met één fenomenale Schnitt over naar de ruimtevaart aan het eind van de twintigse eeuw en verder.

Hier moet de verleiding worden weerstaan om uit te leggen wat er in de film gebeurt. Er moet alleen feitelijk worden gezegd dat de ene groep aapmensen een geheimzinnige monoliet aanraakt en vervolgens het gebruik van instrumenten leert en die kennis onmiddellijk aanwendt voor moord en doodslag onder een concurrerende groep. En dat direct daarna de regisseur overgaat van het oerinstrument, het bot, naar het instrument van de toekomst, het ruimteschip.

Hier moet vooral de verleiding worden weerstaan om die monoliet te duiden als een evolutionair scharnier, die de mens bewuste kennis geeft, die de mens op zijn beurt onmiddellijk aanwendt voor dood en vernieling en die zich ten slotte tegen de mens keert in de vorm van de onfeilbare computer HAL 900, waarna de mens, dood en herboren, vrij de kosmos in zweeft.

Niet over hebben.

Want 2001: A space Odyssey is enkel en alleen op te vatten als meesterwerk in de filmtechnische zin van het woord. Wat Kubrick laat zien is veel interessanter dan wat hij ermee vertellen wil. Kubrick bewijst zichzelf hier als een echte filmpionier, zoals bijvoorbeeld de Rus Eisenstein dat was, over wie hij ooit snerend opmerkte dat die ,,louter vorm en geen inhoud'' schiep.

Voor Kubrick geldt hier vrijwel hetzelfde. Hij laat zien wat-ie kan, en dat is veel. Hij nam zelf tijdens de opnamen regelmatig de camera ter hand om onmogelijke shots uit te proberen een ruimtestewardess die voor onze ogen kalm tegen het plafond oploopt en ondersteboven uit beeld verdwijnt, of een astronaut die in een cilindrische ruimte rondjes jogt als in een tredmolen, alsof het hele ruimteschip voortrolt op de kracht van zíjn passen.

Erg knap, maar meer voor de filmencyclopedie: Kubrick, pionier. En zoals dat gaat met pioniers: juist hun meesterlijkste bedenksels krijgen navolging, maar dan aangelengd tot het trucjes zijn geworden. De Strauss-wals ter begeleiding van ruimteschepen, de gedurfde montagesprong van bot naar raket.

En vooral de zogenoemde sterrenpoort, een negen minuten durende sequentie van zinderende lichteffecten en het dramatisch dichtbij gefilmde oog van de astronaut die ze, voorbij Jupiter, ondergaat. Négen minuten duurt de overgang hier van ons soort leven naar een andere soort. De effecten zijn tot in de meest recente films (The Abyss, Contact) dankbaar overgenomen, maar dan natuurlijk geen negen minuten lang.

Het tempo van de film is misschien wel wat 2001 nog het dichtst bij een meesterwerk brengt. De sensuele traagheid waarmee een pendelraket aarzelt voor hij het moederschip penetreert. En de kleine terzijdes van het (vanuit 1968 geredeneerde) toekomstige leven: de lange gebruiksaanwijzing bij een gewichtloos toilet of de hypermoderne tv aan boord, waarop passagiers naar worstelpartijen kijken.

Hier moeten we vooral in het hoofd houden dat Kubricks film in 1968 is gemaakt, het jaar voordat de mens voet op de maan zette. Toen was het heelal nog een mysterieuze belofte, in plaats van de hangplek voor verveelde miljonairs van nu.

2001: A Space Odyssey (Stanley Kubrick, 1968, VS/Engeland), RTL4, 20.30-23.05.