Hoge straf geëist voor drugs in diplomatieke post

Twee met cocaïne gevulde zakken die per diplomatieke post uit Suriname kwamen, leidden vorig jaar tot complottheorieën. Justitie eiste gisteren zware straffen tegen de verdachten.

Het gaat het openbaar ministerie niet alleen om die negen kilo cocaïne. Vier mannen uit Den Haag en Wateringen worden door justitie óók verantwoordelijk gesteld voor ,,misbruik van vertrouwen tussen staten''. En voor een pijnlijk diplomatiek incident, waarbij de Surinaamse ambassadeur E. Azimullah werd ontboden op het ministerie van Buitenlandse Zaken om uitleg te geven: de cocaïne kwam hier vorig jaar maart in diplomatieke postzakken uit Suriname.

Gisteren eiste het OM daarom voor de Haarlemse rechtbank zware straffen tegen drie verdachten: twee maal zes jaar celstraf tegen Ruben R.(34) en Jayant R. (28), die nog geen strafblad hadden. En acht jaar tegen Youssouf O. (28), die twee keer eerder is veroordeeld in drugszaken. Verdachte `Jantje' K. (37) kwam onverwachts niet opdagen. Zijn raadsman, zelf onaangenaam verrast, belde hem op verzoek van de rechter en meldde daarna dat K. ,,een behoorlijk warrige en angstige indruk maakte''. Jantje K., evenals de andere verdachten van Surinaams-hindoestaanse afkomst, zou onder sterke invloed staan van zijn broer `Barba', die in Suriname in de cel zit op verdenking van de organisatie van het cocaïnetransport.

Twee zakken waren het, één daarvan viel vorig jaar ,,bij toeval'' van een bagagekarretje op Schiphol, zegt justitie. De douane stelde al snel vast dat het witte spoor rond de zak cocaïne was, en haalde er een drugs-speurhond bij. Die sloeg bij de tweede zak direct aan. Daar zat ook cocaïne in, en een oude Donald Duck.

Het leidde tot grote consternatie in Nederland en Suriname, en tot complottheorieën: in het toestel waar de postzakken mee naar Nederland kwamen, zaten ook de eerder in Miami wegens cocaïnesmokkel veroordeelde Surinaamse chef-defensiestaf kolonel E. Boereveen en de president van de Surinaamse Centrale Bank H. Goedschalk. Hadden zij de zakken meegenomen? Of was dit een valstrik van oud-legerleider Bouterse, wiens politieke tegenstanders zij inmiddels waren?

Er is vooralsnog weinig van bewezen. Justitie noemt de verdachten een criminele drugsorganisatie en een politiek verband is naar het zich laat aanzien niet gezocht. Youssouf O. coördineerde volgens het OM de benodigde contacten in Nederland, Jantje K. onderhield de verbindingen met Suriname en Ruben R. organiseerde de rest. Jayant R., medewerker van het koeriersbedrijf voor diplomatieke post `Embassy Services', kreeg volgens justitie een cruciale rol. Hij had een pas waarmee hij overal op Schiphol kon komen. En hij zou de zogeheten airway-bill naar Barba K. in Suriname hebben gefaxt en ingevuld hebben terugontvangen. Met dit formulier, dat nodig is om vracht te kunnen ophalen, had hij de cocaïne-zakken ongemerkt van het vliegveld kunnen meenemen – als ze in de tussentijd al niet waren opgemerkt door de douane.

Via-via zou Barba in Suriname intussen de benodigde diplomatieke zakken hebben gekregen van W., een Surinaamse ambtenaar in ruste. De politie vond later vingerafdrukken op deze zakken van Barba, die eerder wegens drugssmokkel was veroordeeld. Door telefoongesprekken af te luisteren kwamen de vier verdachten in Nederland in beeld. Volgens het OM zitten Barba en postzakleverancier W. inmiddels in een Surinaamse gevangenis.

Jayant R. houdt vol nauwelijks te hebben vermoed dat het om cocaïne ging. De andere verdachten vroegen hem weliswaar het hemd van het lijf over de gang van zaken tijdens zijn koerierswerk, maar hij ,,dacht dat het pure interesse was''. De andere verdachten volharden eveneens in ontkenning. Zij zeggen wat gedachten aan het smokkelen van cocaïne te hebben verspild, maar verklaren plechtig op tijd ,,tot inkeer'' te zijn gekomen dankzij gedachten aan vrouw, kinderen, baan of vaderland. Toen de zakken eenmaal aankwamen, zouden ze ,,níets'' meer met de hele zaak te maken hebben gehad.

Alle advocaten vragen vrijspraak. Volgens de verdediging is in onder meer het verdrag van Wenen vastgelegd dat de `onschendbare' diplomatieke post nimmer geopend mag worden, laat staan dat er vingersporen in gezocht mogen worden. Het OM stelt hier tegenover dat de zakken pas geopend zijn toen vaststond dat de inhoud niet diplomatiek van aard kón zijn: uit de ene was al cocaïne gestroomd, bij de andere sloeg de drugshond aan: ,,Het wáren geen diplomatieke zakken want ze waren niet afkomstig van een ministerie.''