Hockeyvrouwen doorstaan examen met glans

Wedstrijden van de Nederlandse hockeysters waren de laatste jaren het aanzien niet of nauwelijks waard. Uiterst moeizaam, en vaak met meer geluk dan wijsheid, hield de ploeg van de toenmalige bondscoach Tom van 't Hek de mythe in stand dat de kloof met wereld- en olympisch kampioen Australië gedicht kon worden. Tijdens de Spelen in Sydney bleek hoezeer die gedachte op drijfzand was gebaseerd.

Het olympisch echec, curieus genoeg nog beloond met brons, heeft een louterende en ontnuchterende uitwerking gehad, zoveel werd de afgelopen dagen al duidelijk bij het toernooi om de Champions Trophy. Gisteren volgde, ten overvloede bijna, de bevestiging van die stelling. Na bemoedigende optredens tegen Argentinië (2-1) en Nieuw Zeeland (6-0) maakte Australië kennis met het gerenoveerde elftal van bondscoach Marc Lammers, dat het eerste serieuze examen met glans doorstond: 3-1.

Dankzij de vierde overwinning op rij verzekerde het gastland zich als eerste van zes deelnemers van een plaats in de finale. Het afsluitende groepsduel, morgen tegen het door velen ten onrechte opgehemelde China, is daardoor niet meer dan een veredeld oefenduel, waarin Lammers enkele speelsters op de bank zal houden en naar hartelust kan experimenteren met het oog op de finale.

Argentinië is daarin zondag vrijwel zeker de tegenstander. Slechts een misstap tegen Nieuw Zeeland kan de winnaar van olympisch zilver afhouden van een plaats in de eindstrijd. Lammers zei geen voorkeur te hebben voor een tegenstander en ,,nog altijd van wedstrijd naar wedstrijd te leven''.

Dat klonk als valse bescheidenheid. Want het duel van gisteren was, zonder overdrijving, een van de beste wedstrijden van de vrouwenploeg sinds jaren en onderstreepte het vakmanschap van de eerstejaars bondscoach voor wie het toernooi nu al geslaagd is. Met zoveel zelfvertrouwen heeft hij speelsters als Dillianne van den Boogaard en Fatima Moreira de Melo (weer) uitgerust dat beiden in niets meer lijken op de weifelachtige types die in Sydney over het veld banjerden.

Opvallend is ook het ogenschijnlijke gemak waarmee nieuwelingen als Maartje Scheepstra en Janneke Schopman zich aanpassen aan het niveau, dat lichtjaren verwijderd is van het trage geschuif in de hoofdklasse. ,,Wat kan ik zeggen?'', grijnsde Lammers gisteren. ,,Die jonge meiden pakken het sneller op dan ik verwacht had. Bovendien hebben ze ook nog eens het voordeel dat ze op meer posities inzetbaar zijn.''

Tomeloze inzet en jeugdig elan zijn de wapens van het elftal, dat verdacht veel lijkt op `de ideale mix van jong en oud' die elf jaar geleden onder leiding van Roelant Oltmans de wereldtitel won in Sydney. Volgend najaar, wanneer Australië (Perth) opnieuw het toneel is van het WK, hoopt Lammers die prestatie te evenaren. ,,We zijn goed op weg, maar zijn er nog lang niet'', zo temperde hij gisteren alvast de verwachtingen.

Lammers' grootste winst schuilt in de defensie, waar zijn speelsters standvastig overeind blijven. Verdedigen was lange tijd een kunst die Nederland niet verstond. Of beter: niet wilde verstaan. Op last van de coach, die tot voor vier jaar geleden zelf nog leiding gaf aan de defensie van Den Bosch, heeft de ploeg resoluut gebroken met die naargeestige traditie.

Voor het duel met Australië gaf hij, als altijd na bestudering van de videobeelden, zijn drie mandekkers (Booij, Deiters en Boomgaardt) opdracht om ,,telkens voor hun directe tegenstander te kruipen''. Die aanpak werkte. ,,We hebben de angel er bij Australië uitgehaald door Hudson en Annan aan banden te leggen'', constateerde Lammers tevreden. Het enige slippertje kwam op naam van Julie Deiters en resulteerde vlak na rust prompt in een tegentreffer. Daarbij bleef het, onder meer door doortastend optreden van keepster Clarinda Sinnige.

Een kanttekening is op zijn plaats, want Australië is Australië niet meer. Slechts zes speelsters zijn over van de veelgeprezen Hockeyroos die voor eigen publiek de olympische titel prolongeerden. Zwaar weegt bovendien het afscheid van de coach die het elftal sinds 1993 met harde hand kneedde tot een geoliede machine, die op één na alle internationale toernooien won: Ric Charlesworth. Zijn opvolger, David Bell, stelt zich coulanter op en de gevolgen daarvan zijn in Amstelveen zichtbaar.