De eurocampagne

Voor veel Nederlanders was dit de laatste vakantie waarin ze geld moesten wisselen. De portemonnee met aparte ritsvakjes voor de verschillende bankbiljetten die onderweg nodig zijn, wordt een nostalgische herinnering aan de tijd dat elk land in Europa zijn eigen geld had. Niet langer. Volgend jaar circuleren de munten en bankbiljetten van de euro en behoort de vaste tussenstop bij het Grenswisselkantoor tot het verleden. De muntjes die over zijn van de afgelopen vakantie kunnen ingeleverd worden in de inzamelingsactie coins for care die in oktober gehouden wordt.

Volgende week, op 30 augustus, lanceert president Duisenberg van de Europese Centrale Bank in Frankfurt de campagne voor de euro. Het wordt een multimediaal spektakel dat niemand in Europa kan ontgaan. Het doel van de campagne is niet om het imago van de ECB op te krikken of om de koers van de euro ten opzichte van de dollar te beïnvloeden, maar om de 300 miljoen inwoners van de twaalf eurolanden op een aanstekelijke manier te informeren over het uiterlijk en de veiligheidskenmerken van de bankbiljetten en munten. Er komen zeven verschillende bankbiljetten, die er in alle eurolanden precies hetzelfde uitzien, en acht verschillende munten die aan één kant per land een andere beeltenis hebben. Totale kosten van de campagne: 80 miljoen euro (176 miljoen gulden), 26 eurocent per inwoner van euroland. Dat is minder dan een postzegel op een binnenlandse brief.

Met deze campagne komt de eindsprint naar de euro op gang. Maar vier maanden voor de fysieke introductie van de euro zijn er nog steeds talloze onzekerheden.

Een greep uit het grote en kleine euronieuws van de afgelopen weken. Portugal, Griekenland, Ierland en Spanje hebben besloten om geen biljetten van 500 en (met uitzondering van Spanje) 200 euro in omloop te brengen. Deze landen hebben geen traditie van bankbiljetten met zo'n hoge waarde (resp. 1.100 en 440 gulden) en men verwacht niet dat er veel gebruik van zal worden gemaakt. Hiermee geven deze landen de critici gelijk die gewaarschuwd hebben dat er helemaal geen behoefte is aan een biljet van 500 euro. Men heeft voorspeld dat dit biljet alleen maar interessant is voor criminelen, die in het internationale circuit nu nog gebruikmaken van het 100-dollarbiljet. Vijfhonderd euro is bijna vijf keer zoveel waard en dat is voor contante criminele transacties interessant.

Ook voor zwartgeldbezitters zijn bankbiljetten met een hoge waarde aantrekkelijk. Dit kan nog tot gekke situaties leiden. Als een Nederlander een vakantiehuisje aan de Costa del Sol contant wil betalen met biljetten van 500 euro, dan moet de Spaanse verkoper dat wel als wettig betaalmiddel accepteren.

De bankbiljettenproductie heeft de afgelopen jaren de nodige tegenslagen ondervonden. In juni werd nog besloten om extra drukcapaciteit in te zetten omdat anders de geplande productie niet tijdig gehaald zou worden. Een van de problemen is het politieke besluit dat indertijd is genomen om de bankbiljetten decentraal te drukken elk land drukt zijn eigen serie van alle biljetten. De reden was het nationale belang: de meeste bankbiljettendrukkerijen zijn staatsbedrijven. Het zou veel economischer zijn geweest om de productie te bundelen, maar dat was onbespreekbaar. Staatsdrukkerijen met sterke vakbondstradities, zoals in Frankrijk en Italië, mochten niet zonder werk komen te zitten door de euro-introductie.

Experts hebben gewaarschuwd dat het technisch onmogelijk is om bij elf drukkerijen (Luxemburg heeft geen eigen drukkerij) met verschillende grondstoffenleveranciers en uiteenlopende tradities van drukken exact dezelfde resultaten te krijgen. Hoe zorgvuldig de drukkerijen hun productie ook afstemmen, er zullen per land kleine verschillen bestaan tussen de bankbiljetten. Eén van de verantwoordelijke experts heeft dit een `gruwelijk vooruitzicht' genoemd. De euro is goed beveiligd, maar de geavanceerdste beveiliging, de microperf lasertechniek ragfijne gaatjes zoals die in Zwiterse bankbiljetten (en in het toekomstige Nederlandse paspoort) zitten is niet gebruikt. Te duur en te gecompliceerd om op korte termijn bij alle drukkerijen toe te passen.

Europese politiedeskundigen weten dat onder internationale vervalsers nu al een wedloop gaande is wie als eerste een hoogwaardige vervalsing van de euro zal hebben geproduceerd. Ook is de kans groot dat oplichters zullen proberen hun slag te slaan. In de periode dat van gewenning sprake is, kunnen ze bijvoorbeeld proberen argeloze mensen om de tuin te leiden met fantasierijk bedrukte `nationale' euro's, terwijl die helemaal niet bestaan. Dit jaar zijn er al nep-euro's opgedoken op plaatsen in Frankrijk en in Italië.

Er speelt nog een andere kwestie die met de euro-introductie te maken heeft: de opvolging van Wim Duisenberg als president van de ECB. Bij zijn benoeming in mei 1998 heeft Duisenberg gezegd dat hij zou aanblijven tot na de voltooiing van de invoering van de euro. President Chirac van Frankrijk beweert dat Duisenberg op 1 juli 2002 zijn functie zal overdragen aan Jean Claude Trichet, de president van de Banque de France. Duisenberg ontkent het bestaan van een formele afspraak over de datum van zijn vertrek. Hij houdt het bij de toespeling dat hij gezien zijn leeftijd niet zijn volledige termijn zal uitzitten en dat hij op een zelf te bepalen moment zal terugtreden. Volgende week is het feest voor Duisenberg, als hij de eurocampagne start.

Ooit zei een Amerikaanse minister van Financiën tegen zijn Europese collega's: ,,De dollar is onze munt en jullie probleem.'' De eurocampagne heeft als motto: de euro onze munt. En ons probleem, zou er in kleine lettertjes aan toegevoegd kunnen worden.

rjanssen@nrc.nl