Boodschap

Twintig jaar geleden kocht ik een antwoordapparaat van duizend gulden. Het was een zwaar bakbeest ter grootte van een schoenendoos, waarop een cassetterecorder aangesloten moest worden. De ingesproken boodschappen kwamen op een cassette te staan. Die cassettes kon je bewaren. Dat heb ik gedaan.

Rommelend op zolder kom ik nu zo'n cassette tegen, hij is van januari '83. Er staan mensen op die mij feliciteren met de geboorte van mijn zoon. Mijn vrouw lag na een keizersnee op de kraamafdeling van het Juliana-ziekenhuis. De installatie stond klaar om gelukwensen in ontvangst te nemen.

Een van de stemmen op het bandje is van mevrouw Eisenberger, onze toenmalige bovenbuurvrouw, nu al jaren dood. Je merkt aan haar stem dat ze zenuwachtig is, onzeker. `Wat is dit nu weer', hoor je haar denken.

Ze heeft mijn stem niet herkend, mijn stem die haar verwelkomd heeft met de boodschap: ,,U spreekt met het antwoordapparaat van Cees Rutgers...''

Het is ook ongewoon om zo over jezelf te praten, je eigen naam te noemen alsof het een derde betreft. Het is duidelijk dat de buurvrouw daardoor in verwarring is gebracht. Ze richt haar boodschap niet tot mij maar tot de onbekende man die haar gezegd heeft dat ze na een pieptoon mag spreken.

,,U spreekt met zijn buurvrouw'', zegt ze. ,,Wilt u aan hem vragen of hij, als hij thuis is, even boven wil komen. Want ik heb wat voor hem.''

Nu, bijna twintig jaar later, zit ik in de keuken van een ander huis. Ik heb een cassettespeler op tafel gezet en luister naar die stem van toen, het typische geluid dat hoort bij mevrouw Eisenberger.

Mensen maken foto's van elkaar. Mensen leggen elkaars buitenkanten vast. Maar is het geluid dat iemand voortbrengt, het timbre, de tongval, de woordkeus niet veel treffender dan een meestal te geposeerd portret? Hierover mijmer ik aan mijn keukentafel terwijl het oude bandje met de ingesproken mededelingen verder draait.

Ik schrik op als ik opnieuw de stem van mevrouw Eisenberger hoor. Het is nu een paar dagen later, ze heeft intussen begrepen dat ze haar boodschap rechtstreeks tot mij kan richten maar het blijft onwennig. Ze sluit haar verhaal af, zoals je een brief ondertekent. ,,Groetend'', hoor ik haar zeggen waarna ze een plechtige stilte in acht neemt. ,,Je buurvrouw'', volgt hierop.

Ook hierna een stilte, je hoort haar denken: `Het is nog niet genoeg'. En jawel, dan komt het: ,,Boven je.'' Ik spoel de cassette terug en luister opnieuw.

Mevrouw Eisenberger woont nu op een wolk, hoog in de lucht. Ze zendt me haar boodschap, die klinkt als een gedicht:

,,Groetend. Je buurvrouw. Boven je.''