Astronauten

Een middag vol verrassingen.

Bij het Amerikaanse consulaat aan het Museumplein in Amsterdam viel mijn oog op een politieagent, die toezicht hield op een groepje demonstrerende jonge mensen. Hij had zich op een meter of dertig van de demonstranten opgesteld, achter zijn sportief ogende, lichtgekleurde fiets. Hij nam het ervan. Hij had zijn jasje uitgetrokken, want het was broeierig warm, en hij rookte een sigaretje.

Het was hem van harte gegund, maar toch voelde ik enige bevreemding.

Alles aan dit tafereel had ik eerder gezien, behalve dat sigaretje. Agenten in functie die op straat roken? Was dat gebruikelijk en was het me desondanks altijd ontgaan? Of hoorde het bij het ongedwongener gedrag dat je tegenwoordig vaker bij politiemensen ziet? Zo zag ik laatst een Amsterdamse politieauto een straat, verboden voor autoverkeer, inrijden om halt te houden voor een broodjeszaak. Enkele agenten sprongen er monter uit, gingen de zaak binnen en keerden even later met een zak belegde broodjes terug. Welke automobilist zou hen dat niet graag hebben nagedaan?

Ik stond nog, als het ware overweldigd door mijn overpeinzingen, naar die rokende agent te kijken – hij krabde nu het hoofd en pakte met zijn vrije hand zijn gsm – toen een demonstrant me benaderde met iets wat we vroeger een strooibiljet noemden, maar nu een flyer. Het was een Amerikaans sprekende jonge man die lid was van – ik moest het hem enkele malen laten herhalen – de Jungle Association of Autonomous Astronauts. ,,Stop Star Wars, stop the national, missile defence system'', stond er boven de Engelse tekst. Men bleek gekant tegen de plannen van de regering-Bush om een raketschild op te richten.

De Jungle AAA verschool zich normaliter `in the secrecy of our hangar', maar was er nu uitgekomen om de wereld – misschien wel voor de laatste keer – te waarschuwen. Ik was vooral benieuwd naar die hangar, maar de Amerikaan kon me niet helpen en wees me schielijk door naar de woordvoerder, een kaalgeschoren twintiger die zich in het groepje jonge mannen en vrouwen ophield.

Hij was Nederlander, noemde zich `Luther' en deed geheimzinnig over zijn achternaam. Hij vertelde me dat de Jungle AAA een internationaal karakter had – vooral Europa en Nieuw Zeeland – en streefde naar een vreedzaam gebruik van de ruimte. Daartoe was, in die hangar, een alternatief ruimtevaartprogramma ontwikkeld waarvan het eerste project heette: `The first dj on the moon'. De bedoeling was een diskjockey per raket naar de maan te schieten, waar hij de hele dag popmuziek zou draaien. Technische problemen waren er niet (,,Het is allemaal zoveel eenvoudiger geworden dan in de beginperiode van de ruimtevaart''), geld zou evenmin een punt zijn.

Luther vertelde het rustig, zonder overdreven met zijn ogen te knipperen. Alleen waar die hangar was, dat mocht hij me niet vertellen.

Ik zag een grote schuur voor me, ergens in Drenthe. Wasgoed wapperde aan de lijn, popmuziek dreunde naar buiten en Luther lag met een leuk meisje in het gras. Ze rookten een sigaretje. Alles kwam goed.