Afrikaans welvaren

Het best bewaarde geheim van Afrika noemt men Botswana. Zo groot als Frankrijk, maar met slechts 1,5 miljoen inwoners en een van de snelst groeiende economieën ter wereld. Dankzij diamanten en goed bestuur.

Een filatelistisch nieuwtje. Botswana heeft vier postzegels uitgebracht in diamantvorm. De zegels beelden in een paar vierkante centimeters uit waar het hier allemaal om draait: de diamant. In het hoofdpostkantoor aan `The Mall' van Gaborone staat een keurige rij voor het loket te wachten. ,,Hoeveel moet er op een brief naar mijn zuster in Serowe'', vraagt een oude man met een laatste, bruine tand in zijn onderkaak. ,,Twee pula'', zegt de lokettiste. De man wil aan de diamantzegel likken, maar een behulpzaam meisje in de queue wijst hem er op dat dat niet nodig is, de zegels zijn zelfklevend – de vooruitgang zit hem in de details.

Botswana is 's werelds grootste producent van sierdiamanten, niet buurland Zuid-Afrika. En, anders dan menig Afrikaans land, wordt de republiek niet geplaagd door etnische twisten, corrupt bestuur of wanorde. Botswana is een toonbeeld van rust en relatieve rijkdom. Moody's Investment Service, een gerenommeerd internationaal consultancybedrijf, noemt Botswana de veiligste plaats voor investeringen in heel Afrika.

Aan de keurige lanen van de hoofdstad Gaborone staan de getuigen van 's lands welvaren: blinkende diamantbedrijven, banken achter gespiegeld glas, ministeries opgetrokken uit marmer. Protserige luxe is het niet, de Batswana – de inwoners – zijn geen mensen die het geld over de balk gooien. Nog altijd verwijst men graag naar het voorbeeld dat de eerste president, Sir Seretse Khama, in de jaren zestig gaf. Khama liep bij voorkeur naar zijn werk, voor hem geen Mercedes, het gebruikelijke statussymbool van de Afrikaanse heerser. Hij introduceerde een cultuur van niet-corrupte dienstbaarheid en onkreukbaarheid die sindsdien het nationale kenmerk is geworden.

Bij de onafhankelijkheid in 1966 was Botswana, tot dan onder de naam Bechuanaland een Brits protectoraat, een van de allerarmste landen ter wereld. Een grote lege zandbak, met vrijwel geen middelen van bestaan. Daar kwam met een grote klap verandering in door de ontdekking van diamant, een jaar later. De regering riep een eigen diamantbedrijf in het leven, Debswana, dat in een joint-venture (50-50) met het Zuid-Afrikaanse De Beers begon aan de exploitatie van de edelstenen. Het hebben van natuurlijke rijkdommen is één ding, goed beheer is een ander en daaraan heeft het in Afrika zo vaak ontbroken. Niet in Botswana. ,,De achtereenvolgende regeringen hebben een geweldige taak verricht'', zegt dr. Jay Salkin, werkzaam bij het onafhankelijke Botswana Institute for Development Policy Analysis, ,,men is open, transparant en niet-corrupt.'' Salkin denkt dat de doelstelling van Gaborone om in 2016, vijftig jaar na de stichting van de republiek, een OESO-land te zijn heel goed haalbaar is. De huidige president, Festus Mogae, drukte het op een bijeenkomst in Durban onlangs zo uit: ,,We hebben eerst leren boekhouden voordat we leerden hoe we het geld moesten uitgeven."

Jacob Sesinyi, de corporate communications manager van Debswana Diamond Company, draagt een chique maatpak met een goudkleurige das. Op zijn bureau ligt het nieuwste mobieltje en lucifers van het Circus Restaurant in Londen. De executives van Debswana moeten meedoen in de dure internationale wereld van de diamanten, maar Sesinyi is heel eenvoudig en nuchter onder het succes gebleven: ,,Ik weet waar we vandaan komen. Mijn vader komt nog uit een tijd dat de meeste Batswana niet naar school gingen. Nu krijgt iedereen onderwijs en is het gratis.'' De diamantman roemt de opstelling van de regering. ,,Ons management is autonoom, de regering bemoeit zich niet met de interne aangelegenheden van Debswana en gebruikt ons niet als melkkoe.''

Botswana op zijn beurt profiteert sterk van het partnerschap met De Beers, zegt Sesinyi. ,,We kunnen niet zonder de expertise en de marketing van De Beers. We hebben onze meningsverschillen met de Zuid-Afrikanen, maar de afspraak is dat we elke vijf jaar onze relatie opnieuw bekijken.'' Per saldo houdt Botswana meer over aan de diamanthandel dan De Beers, omdat de winst fifty-fifty wordt verdeeld na aftrek van royalties en belasting.

Er zijn nu drie grote diamantmijnen in Botswana, die samen goed zijn voor ruim 70 procent van de nationale exportopbrengsten en 45 procent van het bruto nationaal inkomen. De diamanten leverden de afgelopen jaren rond de twee miljard dollar per jaar op.

De recente overname van De Beers door een consortium van het Zuid-Afrikaanse mijnhuis Anglo American, de familie van mijnmagnaten Oppenheimer, en Debswana heeft de positie van Botswana aanzienlijk versterkt, legt Sesinyi uit. Debswana had tot nu toe een aandeel van 5 procent in De Beers, met een waarde van 863 miljoen dollar. Dat is nu verdubbeld naar 10 procent. Voor Debswana betekent dit niet alleen een groter deel van de koek, het bedrijf krijgt hiermee ook een grotere rol in de diamantindustrie. Een ander onderdeel van de deal was dat Debswana 2 procent van de aandelen in Anglo American heeft gekregen. De multinational Anglo is de grootste goudproducent ter wereld en heeft grote belangen in een hele reeks andere mineralen. Botswana heeft met zijn kleine deelname in Anglo bereikt wat men wilde: niet alle eieren in één mandje, men wil verder kijken dan alleen de diamanten.

Dat is ook een van de kritiekpunten van Moody's Investment Service, de economie leunt te veel op de diamanten, zegt het instituut. Botswana moet nu al denken aan de tijd dat de diamantvoorraad opraakt en dient ook een eventuele waardedaling van de edelstenen in te calculeren. De werkelijkheid is dat Botswana, zoals het er nu naar uit ziet, nog generaties lang kan rekenen op de diamantinkomsten. De bodem bevat voorraden voor nog eens honderd jaar. Verder is de waarde van diamanten op de wereldmarkt veel minder aan schommelingen onderhevig dan die van andere mineralen. Bovendien is het enorme, lege land geologisch nog grotendeels onontgonnen. Naast de diamanten, wint men steenkool, soda (natriumcarbonaat), goud, nikkel en koper, met het vermoeden dat in de rotsachtige ondergrond nog vele verrassingen te wachten liggen. Een probleem bij de exploratie en de winning is dat 80 procent van de oppervlakte van het land is bedekt door een dikke laag (70 tot 200 meter) zand van de Kalahari-woestijn.

Intussen zijn de regering en haar denktanks wel degelijk bezig met diversificatie. Sametsi Ditshupo, manager van de Botswana Export Development and Investment Authority, een semi-overheidsinstelling, draait de reclameleus van De Beers om: ,,Diamonds are not for ever''. Aan investeringen in andere sectoren wordt hard gewerkt, zegt ze, de overheid gebruikt de opbrengsten uit de diamantindustrie om elders te investeren, zoals de auto-industrie, de textiel en vleesverwerkende bedrijven. Met wisselend succes overigens. De in 1998 met veel poeha gelanceerde auto-assemblagefabriek van Hyundai ging vorig jaar al weer over de kop. De Botswanezen bleken zich te hebben laten beetnemen door de Zuid-Afrikaanse manager, Billy Rautenbach, die grote sommen geld achterover drukte en uiteindelijk op de vlucht ging, een failliet bedrijf achterlatend. ,,Dat soort dingen moeten we nog leren, het onderscheid maken tussen eerlijke en valse zakenlieden'', zegt Ditshupo. Een andere sector volop in ontwikkeling is het toerisme, met als belangrijkste trekpleister de Okavango, een rivierdelta van 15.000 km2 die midden in de woestijn ophoudt. Botswana gooit het vooral over de eco-boeg, alles moet ecologisch verantwoord zijn.

Botswana gaat er prat op sinds de onafhankelijkheid een volwaardige democratie te zijn geweest. En hoewel daar best iets op valt af te dingen (zo is de Botswana Democratische Partij onafgebroken aan de macht geweest, zij het steeds na keurige verkiezingen, elke vijf jaar) zijn er weinig landen in Afrika waar de burgers over zoveel vrijheid beschikken. De Batswana zijn trots op hun democratische status en leggen een direct verband met hun welvaart. ,,Kijk eens naar Angola en Democratisch Congo'', zegt Jacob Sesinyi, ,,in potentie zijn dat twee landen die wat grondstoffen en ligging betreft veel en veel rijker zijn dan wij, maar het is er een puinhoop.''

Dankzij de verkoop van diamanten, die nog elk jaar meer oplevert, heeft Botswana 6 miljard dollar aan buitenlandse reserves in de staatskas. De economische groei tussen 1990 en 2000 bedroeg gemiddeld 7 procent per jaar, de grootste groeier ter wereld. De monetaire politiek van het land is solide. De directeur van de nationale bank, Linah Mohlolo zegt: ,,Dat we grote reserves hebben betekent nog niet dat we het ook moeten uitgeven. We moeten garanties opbouwen voor de generaties na ons.'' Zij garandeert `positieve reële rentetarieven', bedoeld om de spaarquote op te voeren. ,,Ik wil het binnenlands sparen stimuleren, ook onder de mensen die voorheen niet deden aan oppotten. De beschikbare middelen kunnen we weer benutten voor investeringen.''

Botswana maakt deel uit van de veertien leden tellende Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC), maar ligt in economische ontwikkeling ver voor op de meeste andere lidstaten. Het land verdient zijn buitenlandse handel grotendeels in harde valuta: dollars voor de diamanten, Europese valuta met de verkoop van rundvlees aan Europa.

Botswana kent een inkomen per hoofd van 3.500 dollar, voor Afrikaanse begrippen is dat riant, zes keer zoveel als wat Afrikanen ten zuiden van de Sahara gemiddeld mee naar huis nemen. Alleen de Seychellen (6.910 dollar) en Mauritius (3.870 dollar) doen het beter, buurland Zuid-Afrika (3.210 dollar) is men al voorbijgestreefd.

De regering heeft de afgelopen jaren een investeringsklimaat gecreëerd waar veel buitenlandse bedrijven van watertanden: een lage omzetbelasting van 15 procent, een premie van 215 dollar voor elke nieuwe arbeidsplaats in de industrie en terugbetaling van 80 procent van de salarissen in de eerste twee jaar, afbouwend over een periode van vijf jaar. Het enige nadeel van Botswana is zijn ligging, midden in de zuidpunt van het continent, zonder uitweg naar zee. De meeste uitvoer moet daarom lopen via de buurlanden Zuid-Afrika en Namibië.

Het grootste, eigenlijk enige probleem voor de regering in Gaborone is aids. Want behalve recordhouder economische groei is Botswana ook de trieste mondiale koploper op het gebied van aids. Procentueel gezien is er geen land waar de besmettingsgraad zo hoog is: één of meer op de vijf volwassen Botswanezen is besmet. Maar de regering van Festus Mogae besloot deze maand de sociaal-economische ramp een halt toe te roepen. Iedereen in het land die drager is van het aids-virus zal nog dit jaar de beschikking krijgen over anti-retrovirale middelen en de noodzakelijke medische begeleiding ontvangen. ,,Als we niets doen zal ons land verdwijnen'' zei Mogae onheilspellend. Botswana is het enige land in Zuidelijk Afrika dat de aids-epidemie werkelijk aanpakt. Het land kan het zich ook permitteren, opnieuw dankzij het geschenk van moeder aarde, miljarden jaren oud: de diamanten.