Vojvodina krijgt na twaalf jaar autonomie terug

De Servische provincie Vojvodina krijgt de autonomie terug die Miloševic in 1989 afschafte. Dat besloot gisteren in Novi Sad, de hoofdstad van de Vojvodina, het bestuur van de regerende coalitie DOS.

De DOS (Democratische Oppositie van Servië) had al voor ze vorig jaar aan de macht kwam het herstel van de autonomie van de Vojvodina in haar programma staan. Sinds de val van Miloševic en het aantreden van de DOS is er evenwel weinig gebeurd, tot ergernis de Vojvodijnse partijen die zelf in de DOS (en in de regering) zitten. In maart eisten de Vojvodijnen de opschorting van meer dan honderd Servische wetten in de provincie. Het Servische parlement reageerde niet eens. Pas begin deze maand beloofde de Servische regering over het thema te gaan praten, maar daar was wel een ultimatum van de partijen – de Vojvodijnse sociaal-democraten van Nenad Canak, de Vojvodijnse Hervormers van Mile Isakov en de Alliantie van Vojvodijnse Hongaren van vice-premier Jozsef Kasza – aan vooraf gegaan. In Novi Sad is gisteren afgesproken dat de autonomie in etappes wordt hersteld en dat wordt begonnen met het afstaan, door Servië, van financieel-economische bevoegdheden aan Novi Sad.

De twee miljoen Vojvodijnen eisen alles op dat Miloševic in 1989 in zijn tomeloze streven naar de onderwerping van alle Joegoslavische republieken en de provincies Vojvodina en Kosovo aan het gezag van de Serviërs (dus van hemzelf) heeft afgepakt: de controle over de economische hulpbronnen (landbouw en wat olie), de gezondheidszorg, de sociale zekerheid, het onderwijs, de taal, het culturele leven van de minderheden en de grensoverschrijdende samenwerking. Vooral willen ze de nationalisering van het eigendom van de lokale overheden in het gebied – van gebouwen tot parken en bedrijven – ongedaan maken.

Het verlies van de autonomie heeft de Vojvodina, de regio noordelijk van Belgrado, enorme schade toegebracht. Voor 1989 was de provincie – die toen bijna net zoveel bevoegdheden had als een volwaardige deelrepubliek – de meest welvarende regio van het toenmalige Joegoslavië. De Vojvodina is vruchtbaar landbouwland. Toen de Habsburgers het begin achttiende eeuw op de Turken veroverden, was het moerasland, dat vervolgens werd drooggelegd en gekoloniseerd met boeren uit het hele Habsburgse Rijk, Duitsland en Rusland. De Vojvodina werd een smeltkroes van volkeren: uiteindelijk woonden er 27 etnische gemeenschappen naast en tussen elkaar, zoals Hongaren en Serviërs, Duitsers, joden, Russen, Wit-Russen, Slowaken, Oekraïeners, Kroaten, Roethenen, Roemenen en Polen. In de Tweede Wereldoorlog werd de joodse gemeenschap vernietigd, na 1945 werden alle Duitsers en veel Hongaren verdreven. Maar de Vojvodina bleef het voorbeeld van een regio waar etnische groepen vreedzaam met elkaar bleven omgaan en hun eigen culturele uitingsmogelijkheden hadden.

Na 1989 veranderde alles. De economie stortte in. Alle opbrengsten van de Vojvodijnse economie gingen naar Belgrado en de Vojvodijnen kregen niets terug. De Vojvodina werd afgesneden van haar afzetmarkten in de buurlanden Kroatië, Hongarije en in mindere mate Roemenië en die in West-Europa. De demografische samenstelling van de bevolking veranderde drastisch: veel Serviërs die uit Kroatië, Bosnië en Kosovo waren verdreven, werden naar de Vojvodina gestuurd. Schattingen over het aantal Servische nieuwkomers lopen op tot een kwart miljoen. In de Vojvodina kwam het tot een vrijwel onopgemerkte etnische zuivering, die ten doel had woonruimte voor de nieuwe inwoners te scheppen. Vrijwel alle Kroaten werden uit de Vojvodina verdreven. Van de 345.000 Hongaren – de grootste minderheid – woonden er vorig jaar nog maar 260.000 in de Vojvodina; de rest was – doorgaans na dreigementen – vertrokken. Het percentage Serviërs op de bevolking steeg tussen 1989 en 2000 van 57 tot 70 procent. Er vestigde zich één nieuwe etnische minderheid: de Chinese. Ten tijde van Miloševic' bewind kwamen honderdduizenden Chinezen naar Joegoslavië, in de meeste gevallen om van daar uit illegaal verder te reizen naar West-Europa. Met 40.000 zielen is de Chinese minderheid nu een van de grotere etnische groepen in de Vojvodina. Aan de demografische samenstelling van de bevolking zal Novi Sad ook na het herstel van de autonomie niets meer kunnen doen. Maar die autonomie kan de provinciale economie – en die van Servië – wel een belangrijke impuls geven, na twaalf jaar van malaise.