Ontbijt met brandende lijken

Er moet iets vreselijks gebeurd zijn op het void deck van flatnummer 210 aan de Bukit Batokstraat in Singapore. Op deze open benedenverdieping van de staatsflat krioelt het van de cameraploegen en tv-verslaggevers die met paniekerige blik in de camera vertellen wat zich hier zojuist heeft afgespeeld. De tv-kijkers in Singapore krijgen het drama van alle kanten belicht. ,,Het was om tien over half negen'', zegt een flatbewoner. Hij wijst naar een bandenspoor in het gras. ,,Hij kwam dáár vandaan.'' De camera volgt zijn arm en zoomt in en uit en in en uit op een bruine plek in het groen.

Als van al die camerabewegingen de maag van de kijker begint op te spelen, komt een verlossende computeranimatie. We zien een auto op straat en twee poppetjes die houterig staan te tafeltennissen op het void deck. Opeens rijdt het computerautootje hard achteruit het flatgebouw in en de nieuwslezer verklaart dat op dít moment de slipper van de automobilist in het gaspedaal vast komt te zitten. De auto raakt de op spectaculaire wijze exploderende animatie-tafeltennistafel. ,,En die tafel, die stond hier'', zegt opeens een verslaggever in beeld. Op zijn hurken duidt hij de lege betonnen vloer.

Dan is de nieuwslezer er weer. Onder haar staat haar e-mailadres en loopt zoals gebruikelijk de ticker-tape, de rollende balk met beurskoersen die het nieuwsprogramma tegelijkertijd vaart en autoriteit moet geven. Wie verantwoordelijk moet worden gehouden voor haar kleding, kapsel en make-up krijgen we zo te horen. ,,Eerst naar het gebouw van Singapore Airlines, want daar hadden twee glazenwassers vandaag de schrik van hun leven toen hun gondola tijdelijk dienst weigerde.'' En daar is weer een andere paniekerige verslaggever-ter-plaatse: ,,De gondola hing dáár en híer staat de auto waarmee de glazenwassers vandaag naar hun werk zijn gekomen!''

Televisiekijken in Singapore is een feest van overzichtelijk- en kneuterigheid. Het is de spiegel van een veilige, etnisch verzuilde samenleving waar zelden iets belangwekkends gebeurt. Elke `zuil' heeft zijn eigen tv-kanalen. De Chinese meerderheid heeft er een paar, de Maleisische bevolking heeft er één en voor de Indiase minderheid is er Sun TV – zeg maar, Bollywood op tv. En er zijn Engelstalige kanalen voor heel Singapore.

Men doet er alles aan om de broze etnische balans op het eiland niet te verstoren. Dat betekent: geen door Chinezen gedomineerde soap of comedy zonder ten minste één Maleise acteur en één van Indiase afkomst. Maar alle acteurs zijn één in de interpretatie van hun rollen. Dagelijks leggen ze de lat van het Singaporese patronaatstoneel een stukje hoger. Heftig over-acteren is de norm. Verdriet, vreugde, woede; het wordt met bakken in de Singaporese huiskamers gestort.

Hetzelfde geldt voor geweld. Dat begint om een uur of tien 's ochtends met een fijne, bloederige vecht- en/of tekenfilm. Voor wie bij het ontbijt het ochtendblad leest, begint het eigenlijk al bij die maaltijd. Verbrande lijken in Afrika, afgerukte ledematen van exploderende zelfmoordcommando's op Sri Lanka en onthoofde Filippijnen, ze staan in kleur en zo groot mogelijk op de voorpagina van alle kranten. Televisie is evenzeer gevallen voor de Singaporese fascinatie voor geweld. Vooral op de Chinese zenders wordt op onfrisse wijze het nodige afgeknokt.

Waar de allerkleinsten niet eens op hoeven te blijven om elke dag weer naar het Amerikaanse show-worstelen te kijken, is seks op tv volstrekt taboe in Singapore. Een kus op de wang in een Amerikaanse of Europese film gaat nog net, voor het overige knipt de censor zich het ongans en probeert hij de zaken voor de burger overzichtelijk te houden. Seks is dat kennelijk niet. Geweld wel, want in Singapore wint de good guy altijd.