Nieuwe dienst spoort fraude bijstand op

Er komt een Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (SIOD), die verregaande bevoegdheden krijgt voor de bestrijding van ernstige fraude met sociale uitkeringen en premies.

Dat heeft het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gisteren bevestigd. De SIOD, die op 1 januari begint, moet uitgroeien tot een opsporingsdienst voor complexe en strafbare malversaties met sociale verzekeringen, zoals de FIOD dat voor belastingen doet.

De nieuwe dienst gaat zich voorlopig richten op uitkeringsfraudezaken van ten minste 25.000 gulden en premiefraudezaken vanaf 100.000 gulden.

Voor lichte delicten blijven de bestaande instanties voor sociale fraudebestrijding verantwoordelijk, zoals de gemeentelijke sociale diensten, de arbeidsinspectie, de sociale verzekeringsbank en de nieuwe Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV), vanaf 1 januari de opvolger van de uitvoeringsinstellingen. De SOID valt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De dienst krijgt zijn hoofdkantoor in Den Haag. Er komen regionale vestigingen in Amsterdam, Groningen, Breda, Roermond en Arnhem. Het ministerie is inmiddels begonnen met de werving van personeel om in januari met 250 medewerkers van start te gaan. Later moet dat aantal oplopen tot 345.

De SIOD-ambtenaren krijgen verregaande bevoegdheden waarover andere sociale rechercheurs niet beschikken. Zo mogen zij telefoongesprekken afluisteren en, na toestemming van de officier van justitie, in criminele groepen infiltreren, auto's doorzoeken en pseudoaankopen doen.

Overigens zullen activiteiten zoals infiltratie volgens een woordvoerster van het ministerie voornamelijk door de politie blijven worden verricht. De SIOD zal ook beschikken over `digi-rechercheurs' die zich bezighouden met opsporing via internet en geautomatiseerde bestanden.

Minister Vermeend en staatssecretaris Hoogervorst van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Korthals (Justitie) hadden de oprichting van het SIOD per 2002 vorig jaar in een brief aan de Tweede Kamer aangekondigd.