Naakte hippiemeisjes tussen oude kunst

Pipilotti Rist is een ster, en dat wil ze weten. Voor haar tentoonstelling in het Centraal Museum in Utrecht nam ze een crew van zo'n vijftien man/vrouw mee, de uitnodigingen zagen er uit als kaartjes voor een popconcert. Haar publieke interview-statements beperken zich tot de gemeenplaatsen van het idool dat met inhoudelijke uitspraken niets meer te winnen heeft.

Want Pipilotti wil zich niet meer vastleggen.

Die ongrijpbaarheid heeft het Centraal Museum vermoedelijk op een idee gebracht: het wil graag onvoorspelbaar zijn. Aan de ene kant modern, met Viktor & Rolf en de nieuwste video's, maar ook met een solide collectie oude kunst. Om die combinatie te benadrukken vroeg het museum Rist haar werk tussen de oude kunst te installeren. Nu staat de video (Entlastungen) Pipilotti's Fehler (1988) tussen meubels van Sybold van Ravesteyn (1925), is I'm Not The Girl Who Misses Much (1986) te zien voor een schilderij van Joachim Wtewael en draaien Rists nieuwste werken, met zwevende kleurvlakken, naakte hippiemeisjes en grote gordijnen in de middeleeuwse Agnietenkapel. Allemaal heel confronterend en postmodern en hip, maar toch vooral een grote vergissing. De historische context leidt namelijk af van dat wat Rists werk bijzonder maakt: als perfecte verbeelding van de vrouwelijke tijdgeest.

Pipilotti Rist doet niet voor niets regelmatig aan de popster Madonna denken. Allebei zijn ze vrouwelijk, zelfbewust en kameleontisch. Bovendien lijken Rists werken vaak op videoclips. Dat begint al met haar vroegste (academie)werk als I'm not the girl who misses much, waarin ze een passage uit `Happiness is a warm gun' van de Beatles zingt, zichzelf ondertussen steeds verder opdraaiend in wild dansen en haarzwaaien. In You Called Me Jacky (1990) playbackt Rist tegen de achtergrond van lege treinen en landschappen het gelijknamige nummer van Kevin Coyne.

Nog belangrijker dan muziek en clips is Rists vrouwelijkheid, die ze onbeschaamd etaleert en transformeert. Zo verandert ze in Jacky van een chaoot in legging en slobberoverhemd tot een kokette secretaresse. Met evenveel gemak speelt ze in I Couldn't Agree With You More (1999) een stoer jongensmeisje, met kort blond haar en paarse lippenstift, of een verdwaasd meisjesmeisje dat droevig naar buiten staart (Cinquante-Fifty, 2000).

Toch is het verschil tussen Madonna en Pipilotti veelzeggender, noem het de verbeelding van twee generaties feminisme. Neem `What it feels like for a girl', de laatste clip van Madonna. Daarin draagt de popdiva een overall, en trekt, geflankeerd door haar oude moeder, in een gele sportauto de stad in om zoveel mogelijk mannen aan diggelen te rijden. Een wreker die jaren vrouwenstrijd met het gaspedaal afhandelt.

Bij Pipilotti niets van dit alles. Haar vrouwelijk universum hoeft niet langer bevochten te worden. Het is er, een gegeven, en de vrouwelijke parafernalia zijn vooral aanleiding tot een slim spel met clichés. Als toeschouwer weet je nooit helemaal zeker of ze het meent, de zachte kleuren, de steeds geliktere beelden, het zogenaamd onschuldig poseren. Of neem de achtergrondmuziek, steevast door Pipilotti zelf gezongen, wat valsig, als een meisje dat op haar kamer in een shampoofles staat te playbacken. Zo'n meisje durft een middeleeuwse kapel ook vol te hangen met vrolijk gekleurde, aan elkaar gestikte lappen. Voor zo'n meisje is het ook logisch om in acht werken één man op te voeren. We treffen hem in 54: naakt, rondbuikig en met een staartje paradeert hij over een verlaten snelweg. Het regent, de camera is nat maar de man stapt door, een Neanderthaler in de resten van zijn laatste biotoop. In de wereld van Pipilotti Rist is zo'n man geen sukkel of loser. Eerder een vreemde diersoort die met uitsterven wordt bedreigd en daarvoor onze compassie verdient.

Zie daartegenover Pipilotti zelf, in I Couldn't Agree With You More. Ze filmde zichzelf, lopend over straat, in een bus en in een supermarkt. Op haar hoofd wordt in een tweede filmpje haar `gedachten' geprojecteerd, vooral naakte mannen in weelderige bosschages. Dat klinkt simpel, maar het filmpje is fantastisch, vooral door Rist zelf. Met haar korte, blondgeverfde haar, licht verbaasde ogen en paarse mond doet ze wel wat denken aan Cameron Diaz in goeden doen onschuldig, aantrekkelijk, en volkomen ongenaakbaar.

Zo zien we in Utrecht een vrouw die alles onder controle heeft, haar vrouwelijkheid, haar medium en de kunstwereld. Maar de expositie zelf is haar uit de vingers geglipt. De combinatie met oude kunst is een anachronistische misser. Verschillende werken worden veel te klein geprojecteerd. En het ergste is nog wel dat Rists `klassiekers' Sip My Ocean (1995) en Ever is Over All (1997) ontbreken. Die zijn weliswaar al vaak gedraaid zijn, ze vormen ook een onmisbare brug tussen de getoonde vroege en late video's. Daar zit nu een gat tussen van bijna tien jaar dat voor niet-ingewijden onbegrijpelijk is.

Als expositie is 54 dus maar matig geslaagd. Daar staat tegenover dat het altijd weer een prachtig gezicht is, een kunstenaar die zo zelfbewust en origineel een eigen universum schept. Pipilotti Rist is een ster en ze weet het. En geef haar eens ongelijk.

Tentoonstelling: Pipilotti Rist, 54. Centraal Museum, Nicolaaskerkhof 10, Utrecht. Di t/m zo 11-17u. T/m 18 november. Inl.: www.centraalmuseum.nl