Leden IRA in Colombia vervolgd voor steun FARC

Drie vermoedelijke leden van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) zijn door de Colombiaanse justitie onverwachts in staat van beschuldiging gesteld voor het trainen van linkse rebellen voor het voeren van een stadsguerrilla. Eerder werd aangenomen Colombia de mannen binnen enkele dagen zou deporteren omdat bewijsvoering in een proces kansloos leek.

De drie, die op 11 augustus op het vliegveld van Bogotà werden gearresteerd toen ze op valse paspoorten het land wilden verlaten, kunnen in theorie twintig jaar gevangenisstraf krijgen. Op hun kleren zijn sporen van explosieven gevonden.

Ze zouden de grootste Colombiaanse verzetsbeweging, de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC), hebben onderwezen in het bouwen en gebruiken van bommen van semtex en gas, die een schokgolf en een vuurbal veroorzaken om in stedelijk gebied zoveel mogelijk schade aan te richten.

Twee van de drie, James Monaghan (56) en Martin McCauley (37) hebben eerder gevangenisstraffen uitgezeten voor terrorisme. Ze gaan door voor de belangrijkste bommenmakers van de IRA, die zich ondanks het stagnerende vredesproces op Britse bodem sinds 1997 formeel aan een staakt-het-vuren houdt. De derde arrestant, Niall Connolly (36), woonde op Cuba en is door de Cubaanse autoriteiten de `ambassadeur' van Sinn Féin genoemd, de politieke spreekbuis van de IRA.

Colombia vreest dat de 17.000 man sterke FARC een nieuw offensief wil ontketenen als president Pastrana, die moeizaam vredesoverleg voert met FARC-commandant Marulanda, volgend jaar zou plaatsmaken voor een minder inschikkelijke kandidaat. De rebellen, die sinds drie jaar het de facto bestuur hebben gekregen over een gebied ter grootte van Zwitserland in het zuiden, zijn onder meer actief in de cocaïnehandel.

De arrestatie van de drie is slecht nieuws voor Sinn Féin in de huidige kritieke situatie in Noord-Ierland, waar het zelfbestuur is geschorst omdat de IRA weigert te ontwapenen. Militaire activiteiten van de republikeinen ondermijnen de vreedzame boodschap die Sinn Féin in het openbaar uitdraagt.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zou bovendien overwegen Sinn Féin zijn lukratieve fondsenwerving in de Verenigde Staten te verbieden als de band wordt bewezen tussen IRA en FARC.

De reden van de Colombiaanse IRA-excursie blijft intussen voorwerp van speculatie. Sommigen geloven in een ideologisch motief; de IRA onderhield eerder banden met revolutionaire Palestijnen, de Baskische ETA en het verbannen ANC in Zuid-Afrika. Volgens Charles Shoebridge, een voormalige Londense politiechef, verhuurt de IRA ,,expertise op terroristisch gebied'', omdat er sinds het staakt-het-vuren op Britse bodem ,,veel werkloze IRA-leden zijn,'' zei hij tegen de BBC.

Een andere mogelijkheid is een connectie met de drugshandel. Handel in harddrugs was voor de IRA een belangrijke bron van inkomsten. Eén van de redenen voor de onverzettelijkheid van de republikeinen in het vredesoverleg zou de onwil zijn hun criminele netwerken op te geven. De FARC lijkt in dat opzicht ,,een natuurlijke partner'', aldus Shoebridge.