Dubbeltwee rekent zich naar volgende ronde

De derde dag van de WK roeien leverde Nederland gisteren finaleplaatsen op voor de lichte skiffeuse Mirjam ter Beek en de vrouwen vier-zonder. Bij de mannen kwam de dubbeltwee een ronde verder, terwijl de lichte acht als eerste de kans op eremetaal verspeelde.

Ter Beek plaatste zich als eerste voor de mondiale eindstrijd. Ze eindigde in haar voorwedstrijd als tweede achter de Zwitserse oud-wereldkampioen Vogel. De tweede finaleplaats was voor Carin ter Beek, Anneke Venema (beiden zilver in Sydney), Christine Vink en Femke Dekker. Ook zij wonnen de herkansingsrace.

De lichte mannen-acht werd verwezen naar de B-finale. Roeier Frank Al werd zaterdag onwel na een training. Volgens de teamleiding deden zich bij de sporter ook tijdens het trainingskamp voorafgaand aan de WK lichamelijke problemen voor. De roeibond achtte het noodzakelijk de roeier tegen zichzelf in bescherming te nemen en zette een vervanger in. Vorig jaar schrok de roeiwereld op toen een Duitse lichte roeier overleed door extreme gewichtsafname om aan de gewichtslimiet voor de lichte klasse te voldoen.

Gerritjan Eggenkamp en Gerard Egelmeers kwamen berekenend roeiend een ronde verder in de strijd om een plaats in de finale. Om de kans op een finaleplaats te vergroten, maakte het tweetal gebruik van de complexe plaatsings- en lotingssystemen die de wereldroeibond FISA hanteert.

Op toernooien waar meer dan zes boten in een klasse uitkomen, wordt de indeling van voorwedstrijden door loting bepaald. Ploegen waarvan de FISA vermoedt dat ze tot de snelsten behoren, worden geplaatst. Dit om te voorkomen dat de sterkste ploegen elkaar al in de voorrondes ontmoeten. Alle ploegen die na de eerste ronde geen plaats in de finale of halve finale (afhankelijk van het aantal boten) hebben bereikt, krijgen een tweede kans. Systematisch worden de ploegen over de herkansingswedstrijden verdeeld.

Egelmeers (zevende in de skiff op de Spelen) en Eggenkamp (achtste met de Holland Acht in Sydney) stelden aan het begin van het WK vast dat hun voorwedstrijd niet te winnen was. ,,Dan bekijk je wat een goede klassering is als uitgangspositie voor de herkansing'', zegt Egelmeers. ,,Als je het systeem dan uitschrijft, blijkt: plaats twee, drie of vier maakt weinig uit. We moesten alleen niet vijfde of zesde worden in de voorwedstrijd.''

Het systeem probeert te verhinderen dat ploegen berekenend gaan roeien. Eggenkamp: ,,De grap is dat er twee indelingssystemen gebruikt worden. Nadat de voorwedstrijden geweest zijn, loten ze één van de systemen. Dan weet je wie in welke halve finale gaat komen omdat je van de herkansing meestal wel kunt voorspellen welke boten gaan winnen. Dan maak je je plan.'' Egelmeers: ,,De vier topboten zitten meestal verdeeld over de twee halve finales. Als alles wat daar achter zit bij elkaar in je halve finale komt, zit je verkeerd. Je moet bereiken dat je samen met twee goede boten en drie wat minder goede boten in de halve finale terecht komt. Dat is een tactisch spelletje.''

Nadat Nico Rienks en Ronald Florijn in 1988 met hun eerste olympische overwinning bewezen dat Nederlandse roeiers in staat zijn op het hoogste niveau te zegevieren, maakte het puzzelen met uitslagen plaats voor ploegen die uitgingen van eigen kracht. Door een blessure van Egelmeers werd weinig samen met Eggenkamp getraind. Berekenend varen is een noodgreep voor roeiers die denken als vijfde, zesde of zevende te eindigen. ,,Het werkt ook alleen als iedereen zo hard mogelijk roeit, maar dat weet je niet van te voren'', meent Egelmeers. Zijn ploegmaat lacht verontschuldigend. ,,Er zitten niet voor niets twee ingenieurs in de boot. Maar het was ook hard doorroeien, hoor.''