Dromen over eigen briefpapier

Stoppen met werken voor een baas of een eigen bedrijf beginnen. Vrouwen met kinderen kiezen meer en meer voor het laatste. Daarbij steunen ze elkaar en spelen ze elkaar de bal toe. ,,Ik heb nog nooit zo hard gewerkt.''

Jarenlang werkte ze drieëneenhalve dag per week. Maar het schuldgevoel wanneer ze soms, mede door de files, pas om tien uur 's morgens achter haar bureau ging zitten, bleef. ,,Ik vond dat ik het niet kon maken, ook al zei niemand er iets van'', zegt Gieneke van Wulfften Palthe-Scholten over haar laatste jaren bij advocatenkantoor Houthoff Buruma in Amsterdam.

Een jaar geleden begon ze haar eigen advocatenkantoor. En met succes: inmiddels werken bij kantoor Palthe Oberman naast haarzelf vier arbeidsrechtadvocaten en twee ondersteunende medewerkers. ,,Flexibel werk, persoonlijk werk en bovendien een enorme uitdaging'', aldus Palthe.

Vier weken met vakantie, een vrijdagmiddag leuke dingen doen met haar drie kinderen, het kan allemaal. Het maakt niet uit wanneer ze haar werk doet, als ze het maar doet, zegt Palthe. Klanten merken niet eens dat ze niet fulltime op kantoor is. Ze werkt vijf dagen per week, maar op flexibele tijden. Liever werkt ze 's avonds of in het weekend een paar uurtjes door.

Parttime werken is bij de meeste werkgevers inmiddels bespreekbaar, maar flexibel werken is nog verre van ingeburgerd. Vaak is voor vrouwen met kinderen het probleem niet zozeer uren maken, maar het werken op gezette tijden. Om hun kind niet te vaak in handen van een oppas te geven, stoppen ze met werken – of beginnen ze een eigen bedrijf.

Voor vrouwen is dat één van de belangrijkste argumenten om een eigen bedrijf te beginnen, zo bleek in 1999 uit een onderzoek van het Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf in Zoetermeer. Omdat flexibel werken bij veel werkgevers geen optie is, kunnen ze – vaak getalenteerde – vrouwen niet vasthouden. De vrouwen verdienen achteraf vaak beter, steunen elkaar en spelen elkaar opdrachten toe. De werkgever heeft het nakijken.

In Nederland hebben 122.000 vrouwen een eigen bedrijf, schat onderzoeksbureau NIPO. Van de 510.000 middelgrote en kleine bedrijven heeft 24 procent een vrouwelijke directeur-eigenaar. Dat is aanzienlijk meer dan in 1992. Toen waren volgens het NIPO slechts 60.000 vrouwen als ondernemer actief.

Ook voor Marleen Rechsteiner was de zorg voor haar twee kinderen een belangrijk argument om voor zichzelf te beginnen. Een jaar geleden besloot ze de stoute schoenen aan te trekken en richtte ze haar eigen PR-bureau op: Rechsteiner Communicatie, een eenmansbedrijf.

Rechsteiner had tien jaar werkervaring. Ze werkte vier jaar als hoofd public relations bij Van Lanschot Bankiers en ruim een jaar als marketing- en communicatiemanager bij arbeids- en organisatieadviesconcern GITP voor ze besloot haar eigen zaak te beginnen.

Ze was het zat elke morgen aan te sluiten in de file. ,,Ik kan mijn tijd wel beter gebruiken'', zegt ze. Ze had behoefte aan vrijheid, niet alleen om haar tijd zelf in te delen, ook wilde ze keuzevrijheid bij de projecten die ze doet. ,,Ik wil op een mooie dag lekker langs de Maas kunnen fietsen en de schoolvakanties vrij hebben. Daar moet je bij een baas niet mee aankomen'', zegt Rechsteiner. De verloren uren haalt ze in het weekend of 's avonds in.

Rechsteiner droomde al jaren van een eigen bedrijf. ,,Ik droomde hoe mijn eigen briefpapier eruit zou zien, hoe ik mijn kantoor zou inrichten'', zegt ze. Ze vindt het fijn zelf verantwoordelijk te zijn voor haar resultaten. ,,Je krijgt een kick als je een klant hebt binnengehaald. Dat heb je helemaal zelf gedaan. Je ziet direct resultaat van je handelen en je wordt daar ook op afgerekend'', aldus Rechsteiner. Maar ook als ze iets niet goed heeft gedaan heeft ze het aan zichzelf te wijten.

Pionieren en ondernemerschap moeten in je zitten, vindt ze. Creativiteit en vernieuwingsdrang zijn volgens Rechsteiner onontbeerlijk voor een goed eigen bedrijf.

Ze heeft bij de start van haar bedrijf veel steun gehad aan het vrouwennetwerk waar ze lid van is. Bij het VMC, Vrouwennetwerk Marketing en Communicatie, is zo'n dertig procent van de honderd leden zelfstandig ondernemer. Rechsteiner: ,,We hebben een `intervisieclub': we coachen elkaar onderling en houden elkaar op de hoogte van vakinhoudelijke ontwikkelingen. Ik kon bij hen met veel vragen terecht: wat moet ik per uur rekenen, met welke algemene voorwaarden moet ik rekening houden, wat is een goed adres voor een webbouwer?''

De vrouwen in het netwerk spelen elkaar bovendien de bal toe. Rechsteiner krijgt een kwart van haar klandizie via het netwerk. ,,Als er een opdracht langskomt die ik zelf niet kan doen, vraag ik me telkens af of het iets is voor iemand anders binnen het netwerk. Zo doet iedereen dat'', zegt Rechsteiner.

De vrouwelijke ondernemers voeren ook onderling opdrachten uit. Rechsteiner geeft bijvoorbeeld PR-advies aan Charlotte de Ridder, een interieuradviseur die op haar beurt het kantoor van Rechsteiner inrichtte. Vrouwen met een eigen bedrijf hebben volgens het NIPO gemiddeld tweeëneenhalve werknemer in dienst: 1,8 fulltime en 0,7 parttime. In totaal hebben de bedrijven van vrouwelijke ondernemers in Nederland zo'n 305.000 arbeidsplaatsen. De gemiddelde omzet van vrouwelijke ondernemers, berekend over alle branches, ligt op 440.000 gulden. Ze verdienen samen een kleine 54 miljard gulden. Dat is zes procent van het bruto binnenlands product.

Rechsteiner verwacht dit jaar een omzet van ruim 200.000 gulden. Omdat ze weinig kosten maakt, hooguit de kosten van briefpapier en telefoon, houdt ze een groot gedeelte als inkomen over. ,,Ik verdien netto anderhalf keer meer dan in mijn vorige baan'', zegt ze. Ze heeft alleen niet de secundaire voorwaarden die ze bij GITP had: geen leaseauto, geen pensioen. Maar in ruil voor de vrijheid die ze door het eigen bedrijf krijgt, neemt ze een tweedehands auto graag voor lief.

Toch delen niet alle vrouwelijke ondernemers haar mening. Charlotte de Ridder bijvoorbeeld, eigenaar van de interieurwinkel Woon & Fleur in Den Bosch, denkt dat ze met een baan in loondienst meer uren voor haar drie kinderen zou overhouden dan nu ze een eigen zaak heeft. ,,Als je dan thuiskomt, ben je klaar. Ik ben altijd bezig. Als een grote klant belt als je vrij bent, neem je er toch even tijd voor. Die laat je niet lopen'', aldus De Ridder. Ze gelooft niet dat extra personeel haar probleem oplost. ,,Dan nog word je gestoord. Een aantal zaken kan ik bovendien moeilijk uit handen geven.''

De Ridder begon in 1992 met haar eigen interieurzaak omdat ze in haar werk als arbodeskundige bij Campina Melkunie haar creativiteit niet kon botvieren. Ze verkoopt meubelen, gordijnen en behang en geeft interieuradvies op uurbasis. Vorig jaar maakte ze bij een omzet van ruim 500.000 gulden een nettowinst van 70.000 gulden.

Ze heeft vier keer per week een oppas in huis. Bij het aannemen van opdrachten vraagt ze zich telkens af wat het betekent voor haar gezin. ,,Ik heb een keer een kasteel in Frankrijk mogen inrichten. Professioneel gezien een erg uitdagende opdracht, maar ik was veel weg en dat had direct weerslag op mijn gezin'', legt De Ridder uit. ,,Mensen denken vaak, als je als vrouw een eigen zaak hebt: ze doet het er een beetje bij. Ze denken dat je maar wat aanrommelt. Maar ik heb nog nooit in mijn leven zo hard gewerkt.''

Nu de economie enigszins stagneert, denkt Rechsteiner wel eens na over haar onzekere inkomen. ,,Mijn toekomstperspectief is vaag. Ik vraag me wel eens af of ik last krijg van een eventuele recessie.'' Ze ligt er niet wakker van. ,,Voorlopig ben ik graag bereid die prijs te betalen voor mijn vrijheid.''

Het grootste gevaar van een eigen zaak is de vage scheiding tussen werk en privé, zeggen Palthe en Rechsteiner. Rechsteiner heeft om die reden op de deur van haar werkkamer een slot gemaakt. Tijdens haar werk is ze niet aanspreekbaar voor haar kinderen en de oppas. ,,Met een eigen zaak kun je blijven werken'', zegt Palthe, ,,je bent nooit klaar.''