De totalitaire ambities van gekookte pollofiat

De Italiaanse futuristen dweepten met het fascisme van Mussolini. In Rome worden ze nu met een grote overzichtstentoonstelling geëerd.

Neem een flinke kip en kook die gaar. Snij de rug open en doe er een handvol kleine kogellagers in. Bind met touwtjes op het achtereinde een ongekookte hanekam vast. Tien minuten in de oven, tot de smaak van de kogellagers in het kipvlees is getrokken. Opdienen met toefjes slagroom.

Dit is het recept voor pollofiat (kip op zijn Fiats), bedacht door de futurist Nicolaj Diulgheroff, een Bulgaarse architect die in 1926 naar Turijn was gekomen. Een toepasselijk drankje vooraf zou de polibibita snebbiante zijn, de `verhelderende cocktail': een deel citroenachtige artemesialikeur, een deel rabarber, een deel grappa.

Kip en cocktail behoren tot de wapens van de Italiaanse futuristen in hun strijd tegen gezapigheid, traagheid en traditionalisme. Alle heilige huisjes moesten omver, ook `de absurde gastronomische godsdienst van Italië' van spaghetti en tagliatelle. Want, zo stond in het manifest uit 1930: ,,Pasta is niet goed voor de Italianen. Als ze dat eten, ontwikkelen ze dat typische ironische en sentimentele scepticisme.'' Je wordt er maar lui en slaperig van.

Het is onduidelijk of de iconoclastische futuristen hun culinaire bedenksels ook zelf hebben geprobeerd. Maar het culinaire manifest onderstreepte nog eens hun ambities: ze wilden een culturele revolutie die veel verder ging dan de schilderkunst. Alles moest op de helling. Het einddoel was, zoals de schilders Balla en Depero in 1915 uitriepen, `de futuristische verbouwing van het universum.'

De futuristen preekten de schoonheid van de snelheid, en riepen op tot beweging en vernieuwing, desnoods met geweld. `Wij willen de agressieve beweging verheerlijken, de koortsachtige slapeloosheid, de snelle pas, de salto mortale, de oorvijg en de gebalde vuist', schreef Filippo Tommaso Marinetti in 1909 in het Futuristisch Manifest, de geboorte-akte van de beweging.

Die bijna totalitaire ambities van de futuristen worden breed in beeld gebracht op de grote tentoonstelling Futurismo 1909-1944. Arte, architettura, spettacolo, letteratura, pubblicità.... in Rome, die ook een soort eerherstel is. De Frans-Amerikaans lens op de kunstgeschiedenis van de 20ste eeuw heeft de Italiaanse futuristen lang aan de zijkant van het beeld gehouden. Hun taalgebruik was vaak bombastisch en veel aanhangers van deze beweging hebben in de jaren twintig en dertig, al dan niet serieus, geflirt met het fascisme. Bovendien hadden ze een hekel aan vrouwen: in artikel 9 van zijn eerste manifest belijdt Marinetti in één adem de verheerlijking van de oorlog en de `minachting voor de vrouw'.

De 71-jarige kunsthistoricus Enrico Crispolti vindt dat het belang van het futurisme onvoldoende is onderkend. Van alle vernieuwingsbewegingen in de eerste helft van de twintigste eeuw is dit `misschien wel de meest complexe, ambitieuze en uitgewerkte', schrijft Crispolti in een toelichting op de tentoonstelling in Rome, die onder zijn regie is ingericht. Het is `de belangrijkste en stimulerendste Italiaanse bijdrage aan de vernieuwing van de contemporaine artistieke cultuur.'

Zijn hoofddoel is geweest zoveel mogelijk facetten van het futurisme te laten zien. De pollofiat wordt niet geserveerd in het barretje van het museum, dat een van de meer trendy ontmoetingsplaatsen in Rome is geworden. Maar wat futuristische architecten, mode-ontwerpers, grafici, beeldhouwers, fotografen, componisten, meubelmakers en andere kunstenaars hebben bedacht, is uitgebreid te bekijken. Plus heel veel teksten: de futuristen waren bijzonder scheutig met hun manifesten.

In de mode betekende het futurisme dat alles asymmetrisch moest zijn, en zeker niet neutraal. Architecten als Antonio Sant'Elia of Mario Chiattone wilden een nieuwe stad uitvinden waarin niet de aparte gebouwen, maar hun samenhang als één grote machine centraal stond. De ideale stad was één grote bouwplaats, die steeds werd gewijzigd en aangevuld.

Maar van een futuristische jurk zien we voornamelijk schetsen op papier, en ook van de ingewikkelde architectonische plannen is het meeste niet uitgewerkt. Ook hier blijkt het idee op zijn minst even belangrijk als de concretisering ervan.

De tentoonstelling is zeer breed opgezet, maar het is bijna onvermijdelijk dat de schilderijen overheersen. Alle grote namen zijn hier aanwezig, aangevuld met een selectie van minder bekende kunstenaars. Zo hangt er buitengewoon veel werk van Umberto Boccioni, die in 1916 overleed toen hij van zijn paard viel. Boccioni's werk Snelheid zal over een paar maanden de Italiaanse kant van het muntje van twintig eurocent zal sieren – juist dit muntje om het belang van Boccioni voor de 20ste eeuw te onderstrepen.

Boccioni was een marxist. In zijn eerste jaren bood het futurisme onderdak aan veel verschillende politieke richtingen. Maar de zoektocht naar een nieuwe mens en de verheerlijking van oorlog, geweld en heroïek leidden onherroepelijk tot een band met het opkomende fascisme. Volgens de filosoof Piero Gobetti waren de futuristen zelfs wegbereiders van Mussolini.

Marinetti, de onbetwiste voorman van de beweging, is heel zijn leven lang bevriend gebleven met Mussolini. De politiek historicus Francesco Perfetti schrijft in de catalogus dat Marinetti met het fascisme als regime weinig op had, maar zich herkende in het verklaarde doel van het fascisme om een nieuw soort mens te scheppen.

Marinetti was (met de schrijver Pirandello) een van de eersten die in de fascistische Italiaanse Academie werden benoemd. In de eerste twee decennia van de vorige eeuw overheersten de creativiteit en het revolutionaire elan binnen het futurisme. Maar gaandeweg kreeg deze stroming door de nauwe banden van Marinetti en een aantal gelijkgestemden met het fascisme een ambigu karakter, ook al is het futurismo nooit de officiële kunst van het regime geworden.

De tentoonstelling `Futurismo 1909-1944. Arte, architettura, spettacolo, letteratura, pubblicità...' is nog tot en met 22 oktober te zien in het Palazzo delle Esposizioni, via Nazionale 194, Rome. Catalogus: 90.000 lire.