`Als ik ga, moeten treinen op tijd rijden'

Han Noten, de aanstaande directeur personeelszaken bij de NS, wil dat de machinisten weer met plezier naar hun werk gaan en de treinen op tijd rijden. ,,Daaraan wil ik mijn bijdrage leveren.''

Toen president-directeur Hans Huisinga de oud-FNV-bestuurder opbelde en hem vroeg bij de Nederlandse Spoorwegen te komen werken, moest Han Noten lachen. Hij zat in de auto, was bijna bij zijn huis in Dalfsen. ,,Wat moet ik dan doen?'', vroeg hij. De arbeidsverhoudingen herstellen, was het antwoord, want die waren in de afgelopen jaren behoorlijk beschadigd.

,,Ik wilde dat doen als klus'', zegt hij in het hoofdkantoor van uitzendbureau Start, waar hij nog even directeur is, ,,voor misschien een half jaar''. Want het zou een lijdensweg worden en hij wilde aanvankelijk precies weten wanneer die af zou lopen. Maar Huisinga maakte hem duidelijk dat dat niet kon: geen weekje aan verhoudingen werken. Het moest iemand zijn die zich aan het bedrijf wilde binden. Een paar dagen later kwam de NS-topman langs, bij hem thuis. Ze dronken wijn, uren lang. En Noten zei ja, ,,omdat ik me welkom voelde en omdat het me een machtig mooie klus leek.'' Het is ,,mooi volk'' bij NS, zegt hij. Dat heeft hij begin dit jaar een weekend mogen meemaken tijdens de zogenoemde `vredesonderhandelingen'. Daar leidde hij de gesprekken, op uitnodiging van de spoorbond van FNV. Het was zijn eerste kennismaking met het bedrijf NS.

Noten volgt Pamela Boumeester op als personeelsdirecteur. Zij voerde de afgelopen acht maanden de vele onderhandelingen met de vakbonden over het gewraakte rondje om de kerk. Nu het nieuwe rooster is ingevoerd, snakken spoorbonden en NS-directie naar gezonde arbeidsverhoudingen en rust. Boumeester leidt inmiddels het herstelplan van NS dat vooral operationele verbeteringen moet brengen. ,,Het voordeel van een nieuwe persoon is dat hij even nieuw krediet krijgt'', zegt Noten. ,,In dit soort werk kan je krediet niet opbouwen, dat bouw je alleen maar af. Totdat het op is en dan moet je gaan.''

De spoorbonden noemen zijn aanstelling een slimme zet van de directie. Wie kan nou beter met de vakbonden onderhandelen dan een oud-vakbondsonderhandelaar? Noten weigert te geloven dat hij daarom gekozen is. ,,Ik hoop echt vanuit het diepst van mijn hart dat dat niet het geval is, dat ze me hebben gebeld vanwege mijn ideëen over arbeidsverhoudingen.'' Het is juist in mijn voordeel dat ik met een frisse blik binnenkom, zegt Noten.

Het is ook zijn grootste angst. Dat hij straks zijn rust verliest, dat hij wordt meegesleurd in de conflicten binnen het bedrijf en dat hij de moed verliest om te blijven zeggen wat hij vindt. Daar heeft hij met het NS-bestuur dan ook het meest over gesproken. ,,Huisinga heeft me niet de garantie gegeven dat ik genoeg ruimte krijg, dat kan ook niet, maar hij heeft me wel het vertrouwen geschonken dat die ruimte er zal zijn.''

Tot zeven jaar geleden onderhandelde Noten namens de FNV met de banken over een kortere werkweek. Vervolgens vervulde hij verschillende functies bij verzekeraar Achmea. De vakbonden bij de spoorwegen zijn daarom afwachtend. Noten komt niet uit de NS-gelederen en liep over naar de werkgeverskant.

Dat ziet de van oorsprong Limburgse psycholoog anders. ,,Ik ben toen niet aan de andere kant van de tafel gaan zitten. Ik heb de onderhandelingskamer verlaten.'' Noten schrijft mee aan het verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid. Hij zou nog ooit Kamerlid willen worden voor de partij.

Een stapel problemen ligt op hem te wachten, problemen waarmee hij zich minimaal drie jaar wil bezighouden. ,,Langer mag, korter niet.'' Het belangrijkste probleem: ontevreden personeel en, mede daardoor, een hoog ziekteverzuim. Noten heeft nog geen concrete plannen. ,,Als ik het wel zou weten, zou ik dezelfde fout maken als al die andere mensen die allemaal zo goed weten wat er bij NS moet gebeuren.'' Op 4 september treedt hij in dienst. De eerste weken wil hij vooral met mensen praten. Voor hij aantreedt, probeert Noten zoveel mogelijk uit te rusten, zegt hij.

Toch weet hij al goed wat hij wil bereiken. Het accent ligt bij NS steeds op de arbeidsverhoudingen, niet op de arbeid zelf. Dat moet veranderen. Als hij weggaat, wil hij: ,,Dat de treinen op tijd rijden, de reizigers tevreden zijn, de conducteurs veilig hun werk kunnen doen, machinisten met plezier naar hun werk gaan, en dat ik daar mijn bijdrage aan heb kunnen leveren.'' Als personeelsdirecteur? ,,Ik kan nou eenmaal niet zeggen: ik werk in een klotentent, om de week wordt een conducteur neergeslagen, maar ik heb toch zo'n verdomd aardig contact met de ondernemingsraad.''