Weeskind ziet miljarden in lucht opgaan

Winst is alles, het financiële vermogen van een bedrijf is voor boekhouders. Wolters Kluwer zag 1,5 miljard gulden vermogen verdampen, VNU wellicht nog meer.

Aandeelhouders van uitgever Wolters Kluwer waren opeens 1,5 miljard gulden armer. Die van VNU zullen er morgen, als de marktinformatieleverancier cijfers presenteert, ontdekken dat bij hun bedrijf wellicht nog meer vermogen is verdampt.

Maar niemand maalt erom. En met fluctuerende beurskoersen heeft het niets te maken.

De boosdoener zijn nieuwe boekhoudregels, met beperkte invloed op de winst, maar met veel gevolgen voor het financiële vermogen van een bedrijf. Op de winst let iedereen, die stuurt beurskoersen hoger of lager. Winst heeft duizend vaders en moeders, maar het vermogen, de basis van elke onderneming, is een weeskind. Ook al is bij Wolters Kluwer 37 procent van het vermogen verdampt.

Nieuwe, dit jaar ingevoerde Nederlandse boekhoudregels beknotten de vrijheid om overnamepremies voor gekochte bedrijven (zogeheten goodwill) in de cijfers te verwerken. Deze overnamepremie is het verschil tussen het bedrag dat de verkopende aandeelhouders krijgen en de waarde van de bezittingen van het gekochte bedrijf. De overnamepremies zijn gestegen, doordat minder bedrijven tastbare eigendommen, zoals machines en fabrieken, op hun balans hebben staan. Meer bedrijven leven juist van merknamen en software, maar die staan meestal niet op de balans.

Van oudsher trokken Nederlandse bedrijven, conservatief als zij waren, de betaalde overnamepremie direct van hun vermogen af. Dat kostte zoveel vermogen, dat Amerikaanse boekhoudregels, die internationaal steeds maatgevender worden, snel in zwang raakten. Want daarbij mag een ondernemer overnamepremies als een bezitting op de balans zetten en dat bedrag in 40 jaar van de winst aftrekken. Opeens werd de winst vóór afschrijving van goodwill populair.

Nu de regels zijn aangescherpt, moeten de overnamebeluste uitgevers een einde maken aan hun innovatie om een deel van de overnamepremies als bezitting (uitgaverechten) op hun balans te zetten zonder die premie stukje bij beetje van de winst af te trekken.

Hun redenering was: wij kopen bij overnames sterke merknamen die een gestage inkomstenstroom opleveren. Bijkomend voordeel: zij hoefden minder goodwill van hun vermogen af te trekken en hielden de overnamerace langer vol zonder nieuwe aandelen uit te geven. Beleggers zijn tuk op profijtelijke overnames, maar niet op uitgifte van nieuwe aandelen.

Volgens de nieuwe regels moeten bedrijven ook op uitgaverechten afschrijven, terwijl de maximale periode voor de aftrek van goodwill wordt ,,beperkt'' tot 20 jaar tenzij er dwingende argumenten zijn voor een langere termijn.

Wolters Kluwer had vóór de gewijzigde regels eind vorig jaar bijna 1,7 miljard euro aan uitgaverechten. De uitgever heeft die rechten met terugwerkende kracht afgeschreven en dat neemt een grote hap uit het vermogen: 441 miljoen euro. Verder is er een eenmalige correctie op betaalde goodwill (208 miljoen euro) en nog wat kleinere afboekingen. Na belastingen was Wolters Kluwer per eind vorig jaar volgens de nieuwe regels 684 miljoen euro armer. Beleggers hebben daar weinig van gemerkt, want al deze afboekingen verdwijnen van het vermogen, terwijl de extra afschrijvingen ten laste van de nettowinst gaan, een cijfer waaraan analisten weinig betekenis hechten.

VNU had vorig jaar nog hogere uitgaverechten (2,3 miljard euro) op zijn balans staan en schreef de goodwill over 30 jaar af.

Trekken de nieuwe regels nu alle uitgevers gelijk? Nee. Reed Elsevier conformeert zich aan Britse regels en heeft juist besloten de betaalde 4 miljard euro goodwill voor de Amerikaanse uitgever Harcourt niet in 20, maar in 40 jaar af te schrijven.