Israël debatteert over terugtrekking zonder vrede

In Israël begint het debat over unilaterale terugtrekking uit bezet Palestijns gebied vaart te krijgen. Maar demografische en ideologische argumenten lopen door elkaar heen.

Al zei premier Ariel Sharon gisteren nog tegen de generale staf dat Israël ,,de strijd tegen de Palestijnse terreur zal winnen'', toch krijgt het debat over unilateraal terugtrekken uit bezet Palestijns gebied de wind in de zeilen. Oud-premier Ehud Barak heeft zich gisteren in dit debat gemengd – niet alleen om dit idee te steunen maar ook om eraan te herinneren dat hij het was die als premier het initiatief nam tot de overhaaste terugtocht van het Israëlische leger uit Zuid-Libanon onder druk van de fundamentalistische guerrillabeweging Hezbollah.

Barak is voor eenzijdig terugtrekken over een periode van vier jaar. Het ontmantelen van kwetsbare nederzettingen in bezet gebied naar grote nederzettingenblokken is een idee dat hij ook al in Camp David opperde. In dat geval zou Israël 85 procent van Palestijns gebied zonder vrede met de Palestijnen kunnen ontruimen en eenzijdig zijn grens met de Palestijnse staat kunnen bepalen.

Het idee van Barak wint terrein onder invloedrijke ministers in de regering-Sharon – en niet alleen vanwege het demoraliserend effect van de intifadah. De mogelijkheid van eenzijdige terugtrekking is dezer dagen het meestbesproken onderwerp in het politieke debat over de toekomst van Israël, waarin ideologische, demografische en veiligheidsargumenten inmiddels dermate door elkaar lopen dat veel Israëliërs er geen touw meer aan vast kunnen knopen. Verwarring is het sleutelwoord.

Het Israëlische opperbevel loopt niet warm voor eenzijdig terugtrekken. Het staat gelijk aan een Palestijnse zege, zeggen de generaals. Maar voor de ideologische tegenstanders van eenzijdig terugtrekking speelt dat argument helemaal geen rol. Het zijn juist de fervente voorstanders van een echte vredesregeling met de Palestijnen die het idee een dwaze gedachtensprong vinden.

Professor Shlomo Ben Ami, minister van Buitenlandse Zaken onder Barak, is van mening dat terugtrekken zonder vrede een recept is voor een eeuwigdurende oorlog met de Palestijnen. ,,Israël heeft geen beter strategisch wapen dan legitieme grenzen die door het internationale recht worden erkend'', zei hij. Zijn opvolger Shimon Peres en Jossi Beilin, architecten van het akkoord van Oslo, denken er precies zo over. Zij geloven dat Yasser Arafat nog een vredespartner is.

De voorstanders van unilateraal terugtrekken beginnen Arafat echter zo langzamerhand als een doodsvijand van Israël te zien. Hoewel Barak in Camp David de Palestijnse leider wel als een vredespartner zag en hem grote concessies voorstelde, zei hij gisteren dat Arafat het bestaan van het joodse volk niet erkent en daarom het bestaansrecht van Israël als een joodse staat niet aanvaardt.

En het behoud van het democratische joodse karakter van de staat Israël, waarover de huidige minister van Buitenlandse Zaken Peres het in al zijn functies heeft gehad, is juist het hoofdmotief van het concept van terugtrekking. De (vermoorde) premier Rabin en Peres verdedigden destijds het akkoord van Oslo met het argument dat de joden in Erets-Israël (Groot-Israël, van de zee tot de rivier Jordaan, dus inclusief de bezette Palestijnse gebieden Judea en Samaria), door een Palestijnse meerderheid zullen worden overvleugeld. Om Israël joods te houden aanvaardden beiden grote territoriale concessies aan de Palestijnen. Dat deed Barak ook in Camp David en in Taba.

Ook Likud ziet tegenwoordig in dat de oorspronkelijke `Groot-Israël'- gedachte, eens het ideologische fundament van deze partij, op de demografische realiteit is vastgelopen. Professor Arnon Sofer, demograaf van de universiteit van Haifa, heeft onlangs de parlementscommissie voor buitenlandse zaken en defensie voorgerekend dat in het jaar 2020 de joden in het gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan ver in de minderheid zullen zijn. De politici schrokken toen het tot hen doordrong dat de Palestijnen dan 58 procent van de bevolking zullen uitmaken, en de Israëlische joden slechts 42 procent. Volgens Sofer was er vorig jaar nog een meerderheid van één procent van de joodse bevolking in dat gebied. De snelle Palestijnse bevolkingsgroei, tussen de vier en vijf procent per jaar, is verantwoordelijk voor de Palestijnse demografische explosie die de Israëlische joden in het defensief dringt.

Sofer heeft eveneens berekend dat over 19 jaar de bevolking van Israël zónder de bezette gebieden 9,4 miljoen zielen zal tellen, van wie 6,4 miljoen joden: een meerderheid van 68 procent. Zowel de voorstanders van eenzijdig terugtrekken als de pleitbezorgers van het opgeven van bezet gebied willen die joodse meerderheid zo lang mogelijk veilig stellen.