His own man

,,De verkiezingsoverwinning van de Socialistische Partij is geen individuele verdienste en kan door niemand worden geprivatiseerd.'' De opmerking van Fatos Nano, de leider van de Albanese socialisten, kon niet zuurder klinken. Want de stembuszege van de socialisten bij de verkiezingen van eind juni was wèl iemand verdienste. En die iemand werd daar gisteren voor beloond: het bestuur van de socialistische partij koos gisteren, na de toespraak van Fatos Nano en zeer tegen diens zin, Ilir Meta opnieuw tot premier van Albanië.

Meta kreeg bij de verkiezing 84 van de 120 stemmen. Nano's kandidaat, oud-minister van Financiën Arben Malaj, bleef op 29 stemmen steken.

De pas 32-jarige Ilir Meta werd twee jaar geleden premier. In die twee jaar heeft hij met zijn regering, tot ongenoegen van Nano goeddeels samengesteld uit experts (tevens vrienden van Meta) van buiten de Socialistische Partij, Albanië gestabiliseerd: anno 2001 heeft Europa's jongste premier – hij was tien jaar geleden een van de leiders van de studentenopstand tegen het socialistische regime van Ramiz Alia – meer successen geboekt dan wie dan ook in het afgelopen chaotische decennium. Albanië biedt de aanblik van één grote boom town. Dat is ten dele te danken aan de rond twee miljard dollar die de honderdduizenden Albanese gastarbeiders uit Griekenland, Italië en andere buitenlanden naar huis sturen – dertig procent van de Albanezen is de afgelopen tien jaar naar het buitenland vertrokken. Maar het is ook te danken aan het stabiele economische klimaat in het land – en dat is het werk van Meta. Hij is er de afgelopen twee jaar niet in geslaagd de spoken van de corruptie en de georganiseerde misdaad te bedwingen. Maar hij is er wel in geslaagd een reeks succesvolle privatiseringen door te drukken, de infrastructuur te verbeteren en zijn land buiten de conflicten in Kosovo en Macedonië te houden. Hij heeft bovendien een eind gemaakt aan de endemische anarchie en de chaos die het land tien jaar lang zoveel parten heeft gespeeld. Geen wonder dat de socialisten op hun sloffen de parlementsverkiezingen van juni wonnen. Geen wonder ook dat voor Nano de druiven zuur zijn. Meta is steeds duidelijker his own man is en zich steeds minder aantrekt van Nano, die zich beschouwt als de onaantastbare leider van de regerende socialisten, een leider die voor de partij ooit met een gevangenisstraf van veertien jaar de gevangenis indraaide.

De verkiezingen van juni waren de eerste rustig verlopen verkiezingen in tien jaar. Misschien markeren ze een `normalisering' van een land dat tien jaar niet tot rust kon komen. Meta's doel, zo zei hij gisteren na zijn uitverkiezing, is ,,een Europees Albanië''. Hij wil voortbouwen op het beleid van de afgelopen jaren, dat inmiddels heeft geleid tot een positieve betalingsbalans, een toename van de buitenlandse investeringen, een economische groei die dit jaar 7,3 procent moet bedragen, flink gestegen lonen (die liggen gemiddeld nu hoger dan in Bulgarije en Roemenië) en een gedaalde werkloosheid, al blijft die een enorm probleem. Dat geldt ook voor de landbouw – het landbouwland Albanië voert voedsel in – en voor het probleem van het verouderde machinepark, dat verantwoordelijk is voor de vele stroomstoringen. Maar het land ligt wel op koers en de jonge premier blaakt van zelfvertrouwen. Voor de bijeenkomst van het partijbestuur van de socialisten van gisteren adviseerde hij de buitenlandse ambassadeurs in Tirana – bij wijze van grapje – gewoon met vakantie te gaan: er zouden zich geen onverwachte gebeurtenissen voordoen.