Formulier O

,,Zeg, die map met financiële gegevens die hier altijd op mijn tafel lag, die ligt er niet meer.''

,,Ik heb hem nooit aangeraakt, hoor.''

,,Dat zeg ik toch ook niet, ik zeg alleen dat hij er niet meer ligt.''

Helemaal eerlijk is dit niet. Als ik zou zeggen dat ik zeker wist dat ik het niet geweest ben die de map heeft verplaatst, zou ik mijn hand overspelen, maar ik impliceer dat toch wel een beetje, en de kans dat iemand anders dan wij het heeft gedaan is klein.

Ze komt helpen zoeken en ik moet toegeven dat ze dat beter kan dan ik. Wonderbaarlijk goed zelfs, alsof ze op aardstralen afgaat of op vibraties in de lucht. Soms geef ik een nuttige aanwijzing: ,,Het is zinloos om daar nog eens te kijken, daar heb ik al een paar keer gezocht.'' ,,Met je neus zeker weer'', zegt ze dan en ze stort zich op de aangewezen papierberg.

Maar deze keer komt de map uit mijn ladenkast, die ik eigenlijk niet goed aan durf te raken, want als je een lade naar je toe trekt barst de papierstroom uit zijn bedding alle kanten op.

,,Alsjeblieft, daar is hij weer. Er kan hier trouwens veel weggegooid worden.'' ,,Er kan hier helemaal niet veel weggegooid worden.'' ,,O nee? Kijk, hier, belastingaangifte over 1987, moet dat werkelijk nog bewaard worden?''

Wat ik bedoel is dat er misschien wel het een en ander weggegooid kan worden uit de archieven, maar dat het met zorg moet gebeuren en dat ik daar geen tijd voor heb. Oude brieven die ik nooit beantwoord heb staren me hatelijk aan, maar ik durf ze niet weg te gooien, omdat ik de illusie wil handhaven dat ik het misschien nog wel eens doe. En kijk eens wat ik hier vind, de zilveren medaille van de schaakolympiade van Haifa 1976, die wil je toch ook niet zomaar met het vuil meegeven.

En die oude belastingaangiftes bijvoorbeeld, dat zijn interessante documenten, want ze geven een beeld hoe mijn inkomen in de loop der jaren gestegen en gedaald is, min of meer in overeenstemming met mijn positie op de schakersranglijst.

Daar is er nog een, wat recenter dan 1987, maar de fiscale recherche zal me er toch niet meer over lastig vallen. Hoe lang word je eigenlijk geacht die dingen te bewaren?

`Onkosten Barcelona' zie ik daar staan en dat doet me denken aan de keer dat ik inderdaad grondig gecontroleerd werd door de belastingdienst. Het was een steekproef die netjes schriftelijk werd aangekondigd. Toen ik de belastingambtenaar de doos met giroafschriften van de afgelopen jaren liet zien die ik in helse slavenarbeid voor zijn komst verzameld had, moest hij lachen en hij zei dat hij na het weekeinde wel terug zou komen, als ik ze op volgorde had gelegd.

Na dat weekeinde zat hij twee dagen met een rekenmachientje aan mijn werktafel. Het was een vriendelijke man en wij waren ook vriendelijk tegen hem. Aan het eind van zijn onderzoek zei hij: ,,Mijnheer, mevrouw, ik kan u zeggen, u heeft het goed samen.''

Hij had waarschijnlijk niet de indruk dat hij in een rovershol terecht was gekomen, want in het rapport dat hij later schreef werden alleen de kosten van een paar taxiritten in Barcelona betwist, als een onopzettelijke vergissing van mij. Waarom dat was, begreep ik niet, maar ik liet het er maar bij, want ik gunde het hem wel na twee dagen werk en de taxi's in Barcelona waren niet duur geweest.

Kijk, nog een interessante aftrekpost. Rechtsbijstandverzekering. Dat was dat jaar voor het eerst, nadat de krant HP/de Tijd op zondag een stuk van me uit een boekje had overgenomen en er niet voor wilde betalen. De uitvoerige correspondentie daarover met de hoofdredacteur moet nog zitten in een andere la, die ik maar niet aan zal raken.

In die kwestie liet ik het er ten slotte ook maar bij zitten, in dit geval tandenknersend, maar de volgende keer zou me dat niet meer gebeuren, vandaar die rechtsbijstandverzekering. Mijn wraakgevoelens werden overigens kort daarna bevredigd, want de dievenkrant op zondag bestond niet lang en die hoofdredacteur werkt nu bij de VARA-gids.

Een interessant jaar trouwens dat ik hier onder handen heb, zoals alle jaren. `Onkosten interview weduwe Duchamp, voor artikel en boek.' Dat artikel is er wel gekomen, maar het boek over de schaakloopbaan van Marcel Duchamp niet, want een Oostenrijker was me voor en toen had ik er geen zin meer in.

Het tochtje was wel de moeite waard geweest, want het huis van de weduwe was een prachtig museum van moderne kunst. Na een kruisverhoor, waaruit moest blijken dat ik een bonafide schaker was en niet een van de kunstrovers die zich daar ook wel meldden, was ze heel behulpzaam en aardig. De lunch was met bediendes in livrei, wat ik behalve daar nog nooit in een privé-woning heb meegemaakt.

Nu bedenk ik dat ik die lunch misschien als een soort inkomen in natura had moeten opgeven. Hoe zit dat ook weer? Niet die lunch zelf geloof ik, maar de kosten van de boterham met kaas die ik zou hebben gegeten als ik thuis was gebleven en die ik nu heb uitgespaard. Niet gedaan, zie ik, maar de instanties hebben het door de vingers gezien.

Ik doe te weinig met die oude aangifteformulieren. De Duitser Ernst von Salomon schreef na de oorlog het boek Der Fragebogen. Het was gebaseerd op een vragenlijst die de geallieerde bezettingsmacht aan alle Duitsers voorlegde om er achter te komen in hoeverre die nazistisch besmet waren. Salomon ging op alle vragen zo uitvoerig in dat zijn antwoord niet alleen een autobiografie werd, maar ook een geschiedenis van Duitsland in de eerste helft van de twintigste eeuw, gezien van het standpunt van een nationalistische Duitser. Mijn uitgave heeft 670 bladzijden.

Zo zie je wat je met een vragenlijst kan doen, als je Ernst von Salomon was tenminste. Ik heb niet zo'n bewogen leven als hij gehad, gelukkig maar, want het zijne was vol van moord en krijgshandelingen, maar ik denk toch dat er wel een autobiografische cyclus te maken moet zijn van onze moderne financiële vragenlijsten. Formulier O zou die moeten heten.

O heer, maak mij ambitieus en ijverig, maar nu nog niet. Het oude aangifteformulier gaat weer in de la. Een beetje stampen en hij kan dicht. Ik wist het wel, er kan hier niets weg.