Een bijenkorf vol culturele activiteit

In 2004 opent in Den Haag een Internationale Affiche Galerie in het ondergrondse tramstation Spui. De tentoonstellingen kunnen er binnen een half uur worden omgebouwd met behulp van een transportrail, die de affiches naar een `rangeerterrein' brengt waar ze worden gewisseld.

Jaarlijks aantal bezoekers: 25 miljoen. Afmetingen: 100 meter bij 60 centimeter. Opbouwtijd voor expositie: 20 minuten. Als het aan ontwerper Gert Dumbar, bestuurslid van Stichting Internationale Affiche Galerij, ligt dan kan het Guiness Book of Records binnenkort herschreven worden. In de categorieën drukst bezochte museum, smalste museum en snelst om te bouwen museum zal Den Haag na 2004 de recordhouder zijn. Dan wordt namelijk de Internationale Affiche Galerij geopend in het ondergrondse tramstation Spui. Mits de tramtunnel niet nog eens onder water komt te staan, uiteraard.

Dat er in Nederland meer aandacht moest komen voor affiches was uitgemaakte zaak voor Dumbar, die zelf posters ontwierp voor onder meer Het Nationaal Toneel en samen met architect Renzo Piano de eerste elektronische affiche maakte voor de gevel van het Rotterdamse KPN-kantoor. ,,In het buitenland is er al veel langer aandacht voor en de veilingprijzen zijn daar de laatste jaren enorm gestegen. In Nederland is veel aanwezig, zoals bijvoorbeeld bij het Stedelijk Museum in Amsterdam, maar dat is maar mondjesmaat te zien.''

En dat er iets speciaals met de Haagse tramtunnel moest gebeuren, sprak voor Dumbar eigenlijk ook voor zich. ,,Waarom moet zo'n tunnel een donker hol met zwervers worden en niet een van culturele activiteit zoemende bijenkorf?'' De ondergrondse tentoonstellingsruimte is de weinig voor de hand liggende uitkomst van de optelsom van twee vanzelfsprekendheden.

Voor architect Rob Hilz van bureau B+M, die het ontwerp van Rem Koolhaas' bureau OMA uitvoert, was het idee voor een galerij geen complicatie maar juist een bonus. ,,Het past helemaal in het totaalconcept'', vindt hij. ,,Dit station is geen monofunctionele tunnel maar een ondergronds gebouw. Er zit behalve een station ook een parkeergarage in en hij sluit aan op de kelderingangen van de warenhuizen. Het is een soort ondergrondse ruggengraat met een complexiteit die vergelijkbaar is met het bovengrondse stadsniveau.

Zo'n affiche galerij werkt versterkend; het verleent het gebouw ook nog een museaal sfeertje. En op deze manier is het station niet alleen doorgangsplek maar ook bestemming.''

Wie over drie jaar het station voor tram en Randstadrail binnenloopt zal direct naast de kaartverkooploketten de eerste posters zien hangen. Een verdieping lager loopt dan langs een honderd meter lange helling een glazen vitrinewand met ruimte voor tientallen affiches, op sommige plekken tot een hoogte van wel dertien meter. De grotachtige `beton brute' muren bevielen de architect zo goed dat hij ze kaal heeft gelaten en alleen Belgisch hardsteen toevoegt voor de vloeren en roestvrijstalen panelen om de galm te dempen. Een bijkomend voordeel van de minimale inrichting en de integratie van de galerij in een al gepland gebouw is dat de kosten beperkt zijn: 5,3 miljoen gulden, waarvan de gemeente Den Haag 2,1 miljoen voor zijn rekening neemt en sponsors de rest betalen.

Het meeste geld is nog gaan zitten in de speciaal door de TU Delft ontwikkelde geklimatologiseerde dozen waarin de geëxposeerde affiches komen te hangen. Dumbar: ,,In de tunnel zelf heerst bijna een buitenklimaat, volledig ongeschikt voor papier. Aangezien we zelf geen collectie hebben – daarom heten we ook geen `museum' – zijn we afhankelijk van bruiklenen van verzamelaars en musea. Die eisen museale omstandigheden – ook als de werken direct naast een spoorbaan hangen. En zo'n Micro Climate Box is eigenlijk niet meer dan een minimuseum in een lijst.''

Wat de galerij helemaal `high tech' maakt, is het systeem waarmee de expositie kan worden omgebouwd. Vergelijkbaar met kledingstukken in een stomerij hangen de affiches aan een transportrail en kunnen ze met een druk op de knop naar een `rangeerterrein' worden gedirigeerd om te worden gewisseld. Er hoeft niet gewacht te worden tot na sluitingstijd voordat de vitrines geopend kunnen worden zonder de tramreiziger oponthoud te bezorgen. In minder dan een half uur kan een opstelling volledig vervangen worden. Dumbar: ,,Die dynamiek maakt het tot een ander soort museum dan gewoonlijk. Het is een visuele verrassingsmachine. Forenzen die 's ochtends langskomen kunnen 's avonds op de terugweg al weer een andere tentoonstelling zien.''

Volgens tentoonstellingsmaker Chantal van Hezik zal het aanbod zo breed mogelijk zijn. ,,Natuurlijk laten we de klassieke ontwerpers zien, van Jan Bons tot Anthon Beeke. Maar we willen ook jonge ontwerpers een kans geven om te laten zien waar ze mee bezig zijn, door bijvoorbeeld wedstrijden uit te schrijven. Daarnaast is er ook ruimte voor zoiets als antieke commerciële posters van warenhuizen of affiches rond het thema `wat was schokkende vormgeving in de jaren vijftig'. We hebben contacten met bijna alle privé-verzamelaars van naam en kunnen dus wel even vooruit.''

Voorlopig staan er jaarlijks drie nationale en drie internationale tentoonstellingen op het programma, waarvan minstens een met gastcurator. En dat alles kunnen tramreizigers of afficheliefhebbers bekijken voor de prijs van één zone op hun strippenkaart. Van Hezik: ,,Ja, het is heel toegankelijk en democratisch; helemaal in de geest van het affiche. De gedrukte media zijn tegenwoordig een beetje uit het straatbeeld verdwenen, maar wij

brengen de affiches weer terug waar ze horen: op straat, in de stations en op de perrons.''