Wel een oldtimer, geen topinkomen

Indiase parlementariërs krijgen voor hun diensten een schamel inkomen. De Indiase regering wil daar met een nieuwe wet verandering in brengen.

Dat politici zakkenvullers zijn is een gerucht dat ook in India de ronde doet. Zie hoe ze wonen, in riante witte bungalows met een brede oprijlaan, te midden van groene parken die nog door de Britten zijn aangelegd. Iedere parlementariër wordt omringd door twee of drie gewapende lijfwachten. En hij rijdt rond in een witte `Ambassador', de Indiase auto naar een Brits model uit de jaren vijftig, met rood zwaailicht op het dak.

Maar het ziet er imposanter uit dan het is. Deze week werd bekend wat een lid van het Indiase parlement feitelijk aan salaris verdient. Dat is omgerekend 222 gulden per maand. Verder heeft hij nog een dagvergoeding van twee tientjes en een reiskostenvergoeding van een kwartje per kilometer.

Er zijn nog meer compensaties als je volksvertegenwoordiger bent in de grootste democratie ter wereld: maandelijks mag je 2.000 kubieke meter water gebruiken en ook een hoeveelheid elektriciteit is kosteloos. In telefoonkosten is niet voorzien, maar dat valt waarschijnlijk onder de bureaukosten van 475 gulden per maand.

De Indiase regering wil nu proberen de salarissen enigszins op peil te brengen. Want zelfs een straatveger in overheidsdienst verdient de helft van wat een parlementariër krijgt. Gelijkheid is goed, maar men moet het niet overdrijven.

Het wetsvoorstel is nu om het salaris van de parlementariërs te verhogen tot zeshonderd gulden per maand. Ter oriëntatie: een onderwijzer verdient vijfhonderd gulden en een jongen in de it-wereld brengt ten minste achthonderd gulden thuis.

De dagvergoeding van de parlementariër wordt vijfentwintig gulden, de bureaukosten worden verhoogd tot zevenhonderd gulden per maand, de reiskosten tot veertig cent per kilometer en de hoeveelheid water en stroom die gratis mag worden gebruikt zal worden verdubbeld. Verder komt er voor het eerst een vergoeding voor het gebruik van een mobiele telefoon.

Het is een gevoelig onderwerp, het inkomen van de politicus. Toen in juni dit jaar de ministers van het nationale kabinet hun eigen salaris met 80 procent verhoogden en aldus kwamen op duizend gulden per maand, brak er groot protest uit. Regeren is een eer, is het uitgangspunt. Bovendien krijgen regeerders genoeg mogelijkheden om hun inkomen met `giften' of op andere wijze op te vijzelen.

Maar dat wil de regering van Vajpayee juist voorkomen. Er is een commissie ingesteld die een gedragscode zal formuleren voor ministers en parlementsleden: de eerste regel voor de parlementariër is dat hij met enige regelmaat de parlementsvergaderingen bijwoont. Verder zal de commissie er streng op toezien dat de levensstijl van de politici hun formele inkomen niet te boven gaat. Het komt namelijk voor dat een politicus leeft alsof hij het inkomen heeft van een filmster of een cricketspeler, met grandioze feestjes, verre reizen voor de kinderen en dure sieraden voor de vrouw.

In juni trotseerde Vajpayee het protest tegen de verhoging van de lonen van ministers, zoals hij ook nu het protest zal trotseren tegen de verhoging van de salarissen van de 539 parlementariërs. Slechts op één punt heeft hij toegegeven aan de kritiek. De Indiase politici hadden graag een Suzuki Baleno gewild als transportmiddel, in plaats van de ouderwetse Ambassador. Die wens zal niet worden gehonoreerd. Om hun eenvoud en nationalisme te bewijzen zullen ze voorlopig blijven rijden in de in India geproduceerde antieke auto. Met zwaailicht, dat wel.