UPC-dochter moet snel naar de beurs

Telefonie-dochter Priority van kabelonderneming UPC gaat nog voor 1 oktober naar de Amsterdamse beurs. Priority is daartoe gedwongen door een overeenkomst die vorig najaar werd afgesloten bij de overname van het Amerikaanse bedrijf Cignal Global. Mocht de beursgang niet voor 1 oktober plaatsvinden, dan moet UPC minimaal 200 miljoen dollar (482 miljoen gulden) in contanten of aandelen betalen aan de aandeelhouders van Cignal.

Vanwege de beoogde beursgang heeft UPC voor woensdag 5 september in Amsterdam een aandeelhoudersvergadering uitgeschreven. Het belangrijkste agenda-punt is de goedkeuring voor een notering aan Euronext Amsterdam. Hoeveel kapitaal Priority wil ophalen met de beursgang wil UPC niet zeggen. Ook wil de onderneming niet ingaan op de vraag welk percentage van Priority aan Euronext Amsterdam wordt genoteerd.

In november vorig jaar nam Priority de Amerikaanse branchegenoot Cignal over. Door een aandelenruil kregen de aandeelhouders van Cignal een belang van 16 procent in Priority Telecom. Bij deze overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de timing van de beursgang.

Priority Telecom, waar circa 700 mensen werken, richt zich met telefonie en dataverkeer op de zakelijke markt. De onderneming is daarmee vergelijkbaar met bedrijven als KPNQwest en Versatel. Priority claimt ruim 6.600 bedrijven als klant te hebben. De belangrijkste markten waar de onderneming actief is zijn Nederland, Oostenrijk en Noorwegen.

Een beleggingsanalist schat de waarde van het verliesgevende Priority Telecom op circa 500 miljoen euro (1,1 miljard gulden). ,,De timing van de beursgang is natuurlijk niet fraai, maar UPC kan niet anders gezien de overeenkomst.'' Het resultaat voor belastingen en afschrijvingen bedroeg het afgelopen halfjaar ruim 48 miljoen euro negatief tegen 6 miljoen negatief het jaar daarvoor. Sinds vorig jaar valt kabeltelefonie voor consumenten niet meer onder Priority Telecom. De bijna 350.000 aansluitingen die het bedrijf heeft zijn overgeheveld naar UPC zelf.