Simplisme in hip jasje

Cruz, Blanca, Melaaz en Marco zijn vrienden. Gewone tieners van nu zijn het, die houden van internet, voetbal en de Playboy. Cruz is Surinamer, Melaaz Marokkaan en de andere twee zijn Hollands, maar dat maakt niet uit: de vier lijken op elkaar en vormen een hecht groepje. Cultuurverschillen worden met grappen (Cruz:,,Ik dacht dat moslims niet mochten drinken?'' Melaaz: ,,Hé, Allah is op vakantie, weet je'') overbrugd. In Tinnef (rotzooi, tuig), de eindexamenfilm van Jasper van Hecke, worden de jongens gevolgd op een lange zaterdagavond in een grote, donkere stad. Om elf uur hebben ze een afspraak met een stel meisjes; tot die tijd drinken en keten ze zich moed in om nu eens te gaan scoren bij die chicas, want dat is zelfs Melaaz, die graag opschept over zijn boner, nog altijd niet gelukt.

Om de tijd te doden vertellen Cruz en Blanca met smaak een thriller na die ze gezien hebben, The Slain. We zien `echte' fragmenten uit deze film, waarin een student op een Amerikaanse campus wordt bedwelmd en verkracht door een hitsige, homoseksuele vampier. The Slain is niet meer dan één lange achtervolging met veel bloed, maar de jongens hebben genoten. En ze hebben er een `gouden idee' uit gepikt: net als de vampier hebben ze een bedwelmend drankje op zak, een soort super-drug, die niet alleen henzelf, maar straks ook de chicas `botergeil' moet gaan maken. Moedig nemen ze slok na slok.

Ze maken een stop voor een groot beeldscherm op een verlaten plein, waarop een aflevering te zien is van hun favoriete sitcom, Dr. Roetboy. Dr. Roetboy is een stoere, rappende necrofiel. Dan zeggen de meisjes per mobiele telefoon de afspraak af. De jongens worden bozer en balloriger, en randen tenslotte met z'n vieren een blond meisje op een fiets aan. Tot een echte verkrachting komt het niet, ze kan ontsnappen omdat ze op hun geweten inschreeuwt. De vrienden blijven diep beschaamd en ontredderd achter. Wat heeft ze bezield?

Tijdens de aftiteling klinkt op de achtergrond een lied van acteur Timothy Gunther, de geile Dracula uit The Slain, dat de bedoelingen achter Tinnef onthult. Eerst komt een reeks namen van tv-helden (Jerry, Ricki, Buffy) voorbij, en dan luidt het refrein: `Don't blame me / Blame my tv / What it sells, what it shows, what we believe / But don't censor it / Censor me.' Dat laatste is waarschijnlijk ironisch bedoeld. De televisie moet wél gekuist worden, want dat is de kwade kracht die deze jongetjes tot hun wandaden bracht. De horrorparodie, de bizarre sitcom, het uit beeldschermpjes opgebouwde titelwoord: het zijn allemaal verwijzingen naar de verderfelijke invloed van de media. Die voeden de jongens met agressie, met seksueel geweld, met overspannen verwachtingen van een leven dat flitst en suist als een goede chase en zelfs met drugs, want Cruz en Blanca zijn via internet aan hun geilheidsdrankje gekomen.

Als je de snelle montage, de gladde soundtrack en het hippe multiculti-taaltje van de hoofdpersonen wegdenkt, is Tinnef dus een aartsconservatieve, simplistische voorlichtingsfilm. Regisseur Van Hecke kan duidelijk uitstekend met acteurs en techniek overweg, maar van het schrijven van scripts (in dit geval samen met Matthieu Veldhuis) moet hij zich voorlopig nog maar even verre houden.

Tinnef (Jasper van Hecke, 2000, Nederland), VPRO, Ned.3, 23.47-0.27u.