Servische coalitie DOS moet vroeg of laat uiteenvallen

De in Servië en Joegoslavië regerende coalitie DOS staat op springen. Die breuk kan ernstige gevolgen hebben. Maar de breuk binnen DOS is óók onvermijdelijk, nu of later.

De Democratische Oppositie van Servië (DOS), die in oktober vorig jaar Slobodan Miloševic verdreef, staat op springen. Het gesloten front van tegenstanders van Miloševic dreigt uiteen te vallen nu de grootste van de achttien deelnemende partijen, de Democratische Partij van Servië (DSS), de partij van president Vojislav Koštunica, uit de Servische regering is gestapt en ook de DOS dreigt te verlaten.

Het is enerzijds een dramatische ontwikkeling, omdat een uiteenvallen van de coalitie kan leiden tot een dubbele kabinetscrisis – de regeringen van zowel Servië als Joegoslavië kunnen vallen. Dat zou onvermijdelijk leiden tot een vertraging van hervormingen, een vertraging die Servië zich na dertien jaar van voortdurende afbraak niet kan veroorloven. Een crisis zou investeerders afschrikken en de goede relaties met Westerse donoren ondermijnen.

Anderzijds is het uiteenvallen van de DOS een natuurlijke zaak. De coalitie is een heterogeen gezelschap van achttien partijen met grote onderlinge verschillen die uitsluitend worden verenigd door één gemeenschappelijk thema: hun gedeelde afkeer van Slobodan Miloševic. Nu Miloševic niet alleen uit de macht is verdreven maar ook in een cel van de Scheveningse strafgevangenis zit, en nu de DOS op zowel federaal als republikeins niveau regeert, is het onvermijdelijk dat beleidsgeschillen een steeds grotere rol gaan spelen. De DOS zal vroeg of laat moeten uiteenvallen, net zoals tien jaar geleden al die heterogene anti-communistische fronten in Oost-Europa, van Solidariteit in Polen tot het Front van Nationale Redding in Roemenië en het Burgerforum in Tsjechië, uiteenvielen nadat de gemeenschappelijke vijand, het communisme, was gevallen.

De belangrijkste partijen in de DOS, de DSS van Vojislav Koštunica en de DS (Democratische Partij) van de Servische premier Zoran Djindjic, vertegenwoordigen fundamenteel verschillende belangen. De DSS van de steile en fundamentalistische jurist Koštunica is de partij van de plattelanders, nationalistisch en conservatief, georiënteerd op Servische en slavische waarden en betrekkelijk anti-Westers. De DS van de gladde en opportunistische politicus Djindjic is sociaal-democratisch, pro-Westers, hervormingsgezind, de partij van de stedelingen en de goed opgeleiden. De twee partijen vertegenwoordigen daarmee de twee belangrijkste maatschappelijke stromingen in Servië.

De twee partijen zijn het vanaf het begin, in oktober, vaker oneens dan eens geweest over belangrijke politieke thema's: over samenwerking met het VN-tribunaal in Den Haag en de uitlevering van Joegoslavische staatsburgers, over de problemen in Zuid-Servië, over het beleid jegens Bosnië en de Servische Republiek in Bosnië, over de autonomie die de Vojvodina opeist, over de competenties van de president van de federatie – over al die zaken zijn de twee partijen het oneens.

De DSS en de DS hebben dus een half jaar van moeizaam samengaan in de coalitie achter de rug. Vanaf het begin heeft de rivaliteit tussen beide partijen en hun leiders de samenwerking parten gespeeld. Koštunica had daarbij de handicap dat de president van Joegoslavië (een federatie die de facto niet meer bestaat) weinig macht heeft – maar het geluk dat hij veel aanzien heeft zonder op concrete daden te kunnen worden aangesproken. Djindjic had het geluk dat de premier van Servië, waar het concrete macht betreft, veel te vertellen heeft – de uitlevering van Miloševic tegen de zin van Koštunica is daar een voorbeeld van – maar de pech dat hij wordt aangesproken op alles dat niet deugt of lukt.

De rivaliteit tussen een DS die veel en een DSS die weinig te vertellen had, heeft de DSS van Koštunica in een zeer lastig parket gebracht: ze wilde meeregeren maar ze wilde, zolang de DS de eerste viool speelde, eigenlijk óók graag oppositiepartij zijn.

Daarbij komt dat Koštunica nog steeds zeer populair is. Djindjic is impopulair – hij is te glad, te slim, te handig, te opportunistisch en te intellectueel om geliefd te zijn – maar hij heeft wel optimaal gebruik gemaakt van de mogelijkheid het staatsapparaat vol te zetten met `zijn' mensen: 65 procent, zo wordt geschat, van de politieke en economische institutionele macht is in handen van Djindjic' DS. De animo bij de DSS om los te breken uit de DOS is aangewakkerd, enerzijds door de populariteit van haar leider, en anderzijds door het overwicht van Djindjic en zijn DS binnen de coalitie.

Volgens de meest recente peilingen wordt de DSS van Koštunica (die een jaar geleden electoraal nog absoluut niets voorstelde) gesteund door minimaal dertig procent van het electoraat. Dat is de helft van het aantal stemmen dat de achttien-partijencoalitie DOS bij de Servische parlementsverkiezingen van december vorig jaar kreeg. Geen wonder dat de partij al enige tijd aandringt op vervroegde verkiezingen. Geen wonder ook dat Djindjic, zijn DS en de meeste andere partijen in de coalitie die vervroegde verkiezingen liefst willen vermijden. De DS zou volgens de jongste peilingen kunnen rekenen op vijftien procent van de stemmen. Maar de tendens is dalend. En: de partijen die Miloševic steunden zijn bepaald nog niet dood.

Koštunica's DSS moet nu de keus maken. Als ze uit de DOS stapt en parlementsverkiezingen forceert schept ze politieke duidelijkheid en wacht haar waarschijnlijk een stembuszege. Maar de prijs kon wel eens erg hoog zijn: politieke, economische en zeer waarschijnlijk ook sociale instabiliteit in een land dat dat niet kan hebben.