Radicale Alliantie ensceneerde gijzeling Papoea

De recente gijzeling van twee Belgen in Papoea is geregisseerd door een radicale club. Een oudere Papoealeider bespeurt de hand van het leger.

In de voorlaatste akte nam het jongste gijzelingsdrama in Papoea een merkwaardige wending. De twee Belgische globetrotters die door Papoeastrijders waren ontvoerd, zouden plechtig worden overgedragen aan kerkelijke bemiddelaars. De ceremonie werd echter overgenomen door ene Damianus Wanimbo, net als de gijzelnemers een Dani uit de Ilagavallei, die zich voorzitter noemt van de Alliantie van Papoeastudenten (AMP). Hij, en niet de Franciscaan en de dominee die zich twee maanden hadden ingespannen voor vrijlating van de Belgen, nam de gijzelaars ter plaatse in ontvangst.

Tijdens de overdrachtceremonie las Titus Murip, commandant van de Beweging Vrij Papoea (OPM) in de Ilagavallei, een verklaring voor die hij kennelijk niet zelf had geschreven. Het stuk was hem toegestopt door Wanimbo, gedrukt op een kleurenprinter en bevatte jargon waar Titus over struikelde. De bebaarde OPM-leider verleende een 'politiek mandaat' aan de AMP en eiste de verantwoordelijkheid op voor twee gewapende overvallen eerder dit jaar. Dat de actieradius van het rafelige OPM-legertje in het Ilagadal zover reikt, is onwaarschijnlijk. Die overvallen leidden tot keihard optreden van leger en politie. Wanimbo liet Titus ook verklaren dat `de bevolking van Ilaga' het vertrouwen opzegde in het vorig jaar gevormde Papoeapresidium (PDP), dat bestaat uit traditionele leiders, dominees en onderwijzers, en met vreedzame middelen – een dialoog met de regering in Jakarta en internationale diplomatie – ijvert voor een 'vrij West-Papoea'.

Bij de overdracht van de Belgen op het vliegveld van Jayapura hield Wanimbo zich noodgedwongen op de achtergrond, want de provinciale politiechef wenste zich alleen te richten tot de kerkelijke bemiddelaars en dreigde Wanimbo te arresteren als hij tijdens de slotakte een rol opeiste. De AMP-voorzitter wilde dan ook napraten met de Nederlandse verslaggever. Hij bekende dat een van zijn mannen, AMP-lid Gerard Murip – een jonge broer van Titus – het plaatselijke OPM-legertje had geïnstrueerd de Belgen op te pakken, omdat zij werden verdacht van 'spionage' voor het Indonesische leger. Toen dat een misverstand bleek, regelde Wanimbo hun vrijlating.

Wanimbo zegt dat de AMP geen vertrouwen meer heeft in het Papoeapresidium, een ,,compromisloze bevrijdingsstrijd'' voorstaat en werkt aan ,,verandering van de politieke kaart van Papoea''. Wanimbo beroept zich op het 'mandaat' dat de AMP zou hebben gekregen van 'de OPM', dat hij overigens zelf heeft geschreven en bij de vrijlating van de Belgen door Titus liet voorlezen. Navraag leert dat de AMP-avonturen in Papoea op grote scepsis en zelfs weerzin stuiten.

John Rumbiak is directeur van Elsham, een organisatie die opkomt voor eerbiediging van de mensenrechten in Papoea. Hij noemt de gijzeling van de Belgen ,,een politieke stunt''. Rumbiak: ,,Op 23 november vorig jaar werd in Vanimo (een stadje in het buurland Papoea Nieuw-Guinea) overleg gevoerd door een aantal radicale clubs, waaronder de AMP, en enkele OPM-commandanten, die zich door de PDP op een zijspoor gezet voelen. In Vanimo werden plannen gesmeed voor hervatting van de gewapende strijd, met gijzelingsacties en overvallen op politieposten. Die plannen worden intussen uitgevoerd en lokken harde repressie uit door leger en politie.''

Een van de mikpunten van de AMP is Thomas Beanal, notabele van het bergvolk der Amungme en vice-voorzitter van het Papoeapresidium. Over de gijzeling is hij kort: ,,Een toneelstukje''. Beanal: ,,Ik heb geen goed woord over voor die Wanimbo. Studenten moeten studeren en geen gevaarlijke spelletjes spelen. Dat hij na afloop niet is opgepakt, maakt me zeer wantrouwig. Ik bespeur de hand van de militairen achter deze avonturen.'' Beanal bestrijdt dat acties als deze de verlangde vrijheid dichterbij brengen: ,,Ze geven militaire hardliners juist een excuus om de bevolking te terroriseren. Wij Papoea's hebben geen verweer tegen het Indonesische leger en daarom moeten we de strijd met vreedzame middelen voeren. In het buitenland ondervinden we steeds meer steun voor wat wij nastreven: rechtzetting van het historische onrecht dat ons is aangedaan, toen wij als varkens van het Nederlandse in het Indonesische kot werden gejaagd. Die goodwill mogen we niet verspelen.'' Beanal beaamt dat er onder OPM-ers wrok leeft over de `verburgerlijking' van de strijd die zij al bijna veertig jaar voeren. Hij zet niet graag tribale tegenstellingen tussen Papoea's in de verf, maar stelt vast dat er onder de OPM-ers die zich laten verleiden tot gewapende acties veel Dani zijn. De Dani bewonen de Baliemvallei en het westelijker gelegen Ilagadal. Beanal: ,,Zij zijn vanouds gek op oorlog voeren, maar wensen achteraf geen verantwoordelijkheid te dragen. Ze zijn als kinderen die een ruit ingooien en daarna hard weglopen. En dan kunnen anderen de rommel opruimen.''