Op zoek naar het warme clubgevoel

Sinds 1 oktober vorig jaar is Arie van Eijden terug als directeur bij Ajax, de club die hem in 1994 nog royeerde. Hij moet de sportieve en zakelijke malaise van club en bedrijf Ajax bestrijden. Gisteren werd het thuis 1-1 tegen Roda JC. ,,We zijn weer op de goede weg.''

Eind augustus 1996 krijgt Arie van Eijden een uitnodiging van Ajax. Of hij aanwezig wil zijn als de voetbalclub het jeugdcomplex De Toekomst opent in de nabijheid van het nieuwe stadion, de Arena. Van Eijden gaat, met zijn vrouw, maar als hij zijn auto op de parkeerplaats zet, blijft hij achter het stuur zitten. ,,Ik kon het niet aan'', zegt hij nu.

Van Eijden (55) voelde zich verraden door zijn geliefde club. Hij had twee jaar ervoor afscheid genomen als directeur algemene zaken van Ajax. En, erger, de ledenraad van de club had hem als lid geroyeerd. Dit alles als gevolg van zijn betrokkenheid, in 1988, bij het (door justitie ontdekte) geknoei rond transfers door de Ajax-leiding. Dat het lidmaatschap hem werd afgenomen, vond hij nog véél erger dan de boete van zestig mille die de rechter hem oplegde. Aries jongere broer Cor (52), tevens jeugdleider bij Ajax: ,,Het was ontzettend bitter voor hem. Hier had hij nooit rekening mee gehouden.'' Van Eijden verhuisde naar de KNVB, waar hij manager marketing werd. ,,Het royement is een van de meest onheuse dingen die mij zijn aangedaan. Het was een dolksteek in de rug'', zegt de toenmalige én huidige directeur algemene zaken.

Want Arie van Eijden is sinds 1 oktober vorig jaar terug op zijn oude plaats. Als algemeen directeur moet hij Ajax, dat sinds de verovering van de Champions League in 1995 sportief in verval is geraakt, weer op de rails zetten. ,,Het was niet zo'n verrassing dat Ajax me vroeg'', zegt Van Eijden. ,,Voor het Europees kampioenschap van vorige zomer voelde ik het al aankomen. Ze zochten iemand die de club goed kent, en die een insider is in het Nederlandse en internationale voetbal.''

Van Eijden volgde Frank Kales op, die in juni vorig jaar opstapte wegens een `diepgaand verschil van inzicht' met het Ajax-bestuur. Oud-IBM-topman en -basketballer Kales werd aan het eind van het rampseizoen 1999/2000 voortdurend door de F-side supporters uitgescholden en kreeg ook intern steeds meer de naam dat hij van Ajax een kille, zakelijke club wilde maken. Arie van Os, bestuurslid en lid van de raad van commissarissen van de NV Ajax, zegt nu: ,,Frank Kales had zijn kwaliteiten, maar moest wennen aan de voetbalwereld. Dat wrong wel eens. Ajax wilde daarna een algemeen directeur die managementkwaliteiten heeft én kennis van de voetbalwereld.''

Van Eijden zal het gemakkelijker krijgen dan hijzelf, vermoedt Kales, maar dat ligt alleen niet aan diens grotere clubliefde. ,,Ajax is een heel moeilijk bedrijf. De algemeen directeur moet kunnen schipperen tussen de botsende belangen van de vereniging Ajax en de NV. Als het goed gaat, staan alle neuzen dezelfde kant op, maar bij slechtere tijden is het heel lastig. Ik kon dat minder goed. Arie kan beter het midden vinden dan ik.''

Van Eijden moet de zakelijke elementen van de NV Ajax verbinden met de sportieve uitstraling van de AFC Ajax. Hij moet de club warmte en uitstraling teruggeven. Commissaris Van Os: ,,Arie is vol werklust en heeft een echt Ajax-hart.'' Hans Westerhof, sinds 1997 directeur opleidingen en in 2000 korte tijd hoofdtrainer van Ajax: ,,Arie is de ideale directeur voor Ajax. Hij kent iedereen bij de club, loopt overal binnen. En iedereen kent hém.'' Rob Cohen, zaakwaarnemer van oud-Ajacieden Ronald en Frank de Boer: ,,Hij is hartelijk, ook tegenover het personeel. Hij kent alle werknemers bij naam.''

Van Eijden weet het. En hij is er trots op. Zijn deur staat altijd open, zegt hij, achteroverleunend in zijn kale kantoor in de Arena. Van Eijden gaat al jaren samen met werknemers van Ajax met vakantie, vindt het ,,machtig mooi om de kleine apen van de jeugdelftallen te zien trainen''. Plannen heeft hij genoeg: Ajax moet zijn `gezicht' terug: meer eigen jeugdspelers in de A-selectie, er staan nu te veel verschillende nationaliteiten in het eerste. Bovendien moet de familieband terug in het bedrijf, het warme clubgevoel. ,,We zijn weer op de goede weg'', aldus Van Eijden in de week na de kansloos verloren wedstrijd tegen Celtic in de voorronde van de Champions League. ,,Het gaat goed met Ajax.''

Het is wel wennen voor Van Eijden. Ajax is niet meer de club die hij in 1994 verliet. Ajax is een NV geworden, een beursgenoteerde onderneming met 158 voltijdaanstellingen, is verhuisd van het buurtstadion De Meer naar de evenementenkoepel van de Amsterdam Arena, waar Ajax in een lint van kantoren, onder de tribunes, is gehuisvest. Het liefst doet Van Eijden aan management by walking around, maar daarvoor is hier conditie vereist, grapt hij.

Het rommelt bovendien al enige tijd bij Ajax. Het seizoen 1999/2000 werd een verlies van ruim negentien miljoen gulden geleden. Kales stapte op, maar ook de ontevreden directeur spelersbeleid, Danny Blind. Directielid Westerhof vertrok naar Willem II. Niet dat het bedrijfsmatig veel hielp, de beurskoers daalde sinds mei van 7,65 euro tot 6,05 vanochtend.

Bovendien zijn de sportieve prestaties achtergebleven: de trainers Morten Olsen en Jan Wouters werden ontslagen. Sinds 1998 is Ajax geen landskampioen meer geworden, voor de derde achtereenvolgende keer zal de Amsterdamse club (hoogstwaarschijnlijk) ontbreken in de lucratieve Champions League, na een 3-1 nederlaag twee weken geleden tegen Celtic.

Toch was dat niet de belangrijkste reden dat Van Eijden aarzelde toen voorzitter en commissaris Michael van Praag hem vorig jaar augustus op zijn vakantie in Mexico belde. ,,Ik voelde me gevleid, maar er zijn in 1994 dingen gebeurd waar ik nu nog steeds emotioneel over ben.''

Van Eijden raakte in december 1988 in opspraak toen de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst bij Ajax malversaties en valsheid in geschrifte ontdekte. Het betrof geknoei met aankopen van onder meer de spelers Henning Jensen, Felix Gasselich, Frank Arnesen en Søren Lerby. Voorzitter Ton Harmsen en bestuurslid Lou Bartels waren hoofdverdachten mét Van Eijden, die korte tijd in hechtenis zat, een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden kreeg plus een boete van zestig mille.

Hij ging, zonder succes, tot de Hoge Raad in beroep, omdat hij meende dat hem ,,groot onrecht'' was aangedaan. Tot vandaag houdt hij vol dat hij als bestuurder – hij fungeerde in de periode `77-'86 eerst als commissaris amateurvoetbal en later als commissaris algemene zaken – nauwelijks weet had gehad van de beruchte transfers.

Op 28 mei van dit jaar – Van Eijden was nog nauwelijks terug in de Arena – deed de FIOD wéér een inval bij Ajax. Van Os, commercieel directeur Maarten Oldenhof en Shota Arveladze werden aangehouden wegens vermeende onregelmatigheden bij de transfers van Arveladze en Michael Laudrup. ,,Als ik nu de vraag had moeten beantwoorden of ik bij Ajax wil werken, zou ik nee hebben gezegd'', vertelde Van Eijden, zelf geen verdachte, een dag na de inval op een persconferentie. Er waren ,,pijnlijke herinneringen'' bovengekomen aan zijn veroordeling en royement.

Het lidmaatschap werd hem in 1994 afgenomen, maar het clubgevoel niet. ,,Wie Van Eijden heet, gaat naar Ajax'', zegt broer Cor. Opa Van Eijden zou, zo gaat het verhaal, al in 1926 zijn eerste seizoenkaart hebben gekocht. Al op zijn zesde woonde Arie wedstrijden van Ajax bij, zittend naast zijn vader op de tribune. Een moeilijke tijd, vertelt hij. ,,Pas in 1956 konden mijn ouders hun eigen huurflat betalen.'' Vader Van Eijden runde een groentezaakje in de Smitstraat in Amsterdam-Oost en deed zijn best de kinderen zo goed mogelijk voor de dag te laten komen. ,,We kregen nooit oude vodden aan, moesten onze school afmaken en mijn ouders kochten alle schoolboeken.''

En om de veertien dagen ging hij naar stadion De Meer natuurlijk. Arie, de oudste zoon, bleek zelf ook aardig te kunnen voetballen. Toen hij tien jaar was, in 1956, werd hij toegelaten tot de jeugdopleiding. De club maakte van de jeugdelftallen een hechte vriendengroep. Vier keer per week moest hij na schooltijd hard fietsen naar Ajax. Altijd stond er een broertje klaar bij school om Aries schooltas mee naar huis te nemen en zijn sporttas op de fiets te binden.

Hij slaagde voor zijn hbs-a – met twee vijven, maar toch – en kreeg op zijn twintigste een semi-profcontract bij Ajax. Het salaris: 2.600 gulden bruto per jaar en een premie van honderd gulden per behaald punt in het tweede elftal en tweehonderd gulden in het eerste. In 1966 debuteerde hij in Ajax-1, als rechtsback in een team met onder anderen Johan Cruijff en Barry Hulshoff. De laatste herinnert zich de voetballer Van Eijden nog goed. ,,Een stevige stopper, die wat moeite had met draaien en keren. Hij had een degelijke techniek en was sterk in de lucht.'' Van Eijden speelde twee officiële wedstrijden in `het eerste', totdat zijn voetbalcarrière haperde.

In de zomer van 1966 hij zat net in militaire dienst voelde Arie een prop in de keel en begon hij naar adem te happen. Zijn dienstmaten dachten aanvankelijk aan een grap, maar al snel bleek het serieus: een spontaan ingeklapte linkerlong. Zes weken lag hij plat, maar hij vocht zich terug en meldde zich weer op de training bij coach Rinus Michels voor het seizoen `66/'67. Van Eijden speelde een wedstrijd in `het tweede', totdat op een zaterdagmiddag de long opnieuw dichtklapte.

Deze keer was het ernstiger. Drie maanden lag hij in het ziekenhuis. Door complicaties als bloedarmoede en inwendige bloedingen woog de stevige verdediger nog maar 48 kilo. Voetbal op topniveau kon hij vergeten, zei de dokter. Arie wilde daar niets van weten en deed zijn uiterste best opnieuw terug te komen. Maar dat was onbegonnen werk met concurrenten als Krol en Suurbier in de defensie. ,,Ik had de aansluiting met de top niet meer.''

Van Eijden verhuisde in 1969 naar de toenmalige eerste-divisieclub Racing Club Heemstede (RCH), waarvoor hij twee jaar uitkwam. Bij RCH voetbalde hij samen met Johan Neeskens, die later voor onder meer Ajax en FC Barcelona zou uitkomen. Neeskens: ,,Ik leerde Van Eijden kennen toen ik als broekie van zestien in het eerste speelde. Hij was onze aanvoerder, een echte Amsterdammer met flair. Nee, hij kleineerde ons nooit. Hij praatte goed op het elftal in, hij coachte prima. Een sociaal type.''

Van Eijden trouwde, kreeg zijn eerste dochter, en besloot een maatschappelijke carrière op te bouwen. Op amateurbasis keerde hij terug bij Ajax en na een kortstondige periode als ambtenaar begon hij bij Shell als inspecteur. In de negentien jaar dat Van Eijden bij Shell werkte, heeft hij het marketingvak geleerd, zegt hij. In 1986 vroeg voorzitter Ton Harmsen van Ajax hem directeur algemene zaken te worden bij de club waar Van Eijden al negen jaar (onbetaald) bestuurslid was. ,,Ik hield van Shell en tank er nog steeds'', zegt Van Eijden over die overgang. Aan de andere kant: ,,Ik kon van mijn hobby mijn beroep maken.''

Van Eijden heeft als algemeen directeur eindverantwoordelijkheid over het beleid bij Ajax, financieel en sportief, maar heeft in de praktijk veelvuldig te maken met de raad van commissarissen. In deze raad zitten de bestuursleden Michael van Praag, Van Os en oud-voetballer Klaas Nuninga, aangevuld met Sjoerd van Loon en Endemol-bestuursvoorzitter John de Mol. De raad heeft officieel een toezichthoudende functie en heeft vetorecht bij ingrijpende veranderingen, zoals het wijzigen van de clubkleuren.

Bovendien heeft commissaris financiën Van Os een belangrijke stem bij het aantrekken of verkopen van spelers als het om miljoenen gaat. Van Eijdens voorganger Kales: ,,De commissarissen drukken een zware stempel op Ajax. Dat hebben zij geëist bij de beursgang. Deze structuur maakt dat het af en toe botst tussen hen en de directie.''

De `Vereniging AFC Ajax', met als bestuur de commissarissen Van Os, Van Praag en Nuninga, heeft 73,3 procent van de aandelen in de Ajax NV. De commissarissen vormen zodoende een groot machtsblok, dat het de directie knap lastig kan maken, constateert Peter Paul de Vries, directeur van de Vereniging van Effectenbezitters. ,,Bij de eerste aandeelhoudersvergadering voerden de commissarissen het woord, terwijl we van de directieleden nauwelijks iets vernamen. De commissarissen zijn heel dominant bij inhoudelijke zaken van Ajax, hoewel Kales dat probeerde te veranderen. In het bedrijfsleven is zoiets zeer ongebruikelijk.'' Commissaris Van Os erkent dit als `spanningsveld' tussen de belangen van de club en die van de NV. ,,Het komt inderdaad vreemd over, maar de bij de vergadering aanwezige leden onder de aandeelhouders willen nu eenmaal Michael van Praag zien.''

Dit tot ergernis van Kales: ,,Ajax moet zich aan de regels houden die horen bij een beursgenoteerd bedrijf. Ik heb mijn best gedaan om te voorkomen dat de vereniging als grootaandeelhouder te veel te zeggen kreeg. Met alle respect voor de historie van de club, in een beursgenoteerd bedrijf moet iedereen dezelfde rechten hebben.''

Van Eijden maakt er geen geheim van dat de commissarissen een belangrijke stempel op het beleid bij Ajax drukken. ,,Ik bel ze regelmatig, ja. Bij belangrijke beslissingen praat ik er drie bij in vijf minuten.'' Kales vermoedt dat Van Eijden ,,de stem van de vereniging zwaar zal laten meewegen bij beslissingen.'' Van Eijden ontkent dat. ,,Ik ga over de totale organisatie. Het is niet de bedoeling dat zij zich met het dagelijks beleid bemoeien.''

Van Eijden mag dan algemeen directeur zijn, achter de schermen zijn Arie van Os en Michael van Praag de baas, denkt zaakwaarnemer Cohen van de broers De Boer. ,,Van Os wil zijn speeltje Ajax niet loslaten. Van Eijden moet volmachten eisen, pas dan wordt hij écht de baas. Slaagt hij daar niet in, dan zal hij daarop door de supporters worden afgerekend.''