Oorlogskerkhof

In `Oorlogskerkhoven soms halve ruïnes' (NRC Handelsblad, 10 augustus) schrijft O.L.E. Jongmans over ,,Vlaamse soldaten (in de Eerste Wereldoorlog) die hun Waalse officieren niet konden verstaan waardoor heel veel onnodige doden vielen''. Dit verhaal hield ook ik lange tijd voor juist. Tot iemand mij wees op hetgeen de Belgische hoogleraar Sophie de Schaepdrijver in haar boek De Groote Oorlog op blz 189/199 schrijft:

,,De aantijging dat Vlaamse soldaten sneuvelden omdat ze de Franse bevelen niet begrepen een verhaal dat niet onder de Vlaamsgezinden aan het front is ontstaan maar in activistische propaganda, en dat na de oorlog werd verspreid door onder anderen de volksschrijver Abraham Hans is onjuist. De Vlaamse soldaten kenden in de praktijk van het frontleven, onder meer door hun verblijf in Franse opleidingskampen en hospitalen, voldoende Frans om waarschuwingen als Danger de mort terdege te begrijpen, zoals oud-strijders later getuigden; en de bevelen werden doorgaans door onderofficieren vertaald. Franse legeruitdrukkingen maakten verder vanzelfsprekend deel uit van de lingua franca die de honderd dialecten overspannende soldatentaal was.

Bovendien was het standaard-Nederlands voor de Vlaamse soldaten al evenzeer, zo niet nog meer, een vreemde taal: de Vlaamsgezinde oversten slaagden er maar niet in woorden als `eetketeltje' en `drinkbus' ingang te doen vinden. Die dingen heetten toch gewoon `gamel' en `gourde'!''