NAVO moet meer troepen naar Macedonië sturen

Het vredesakkoord van Ohrid, dat vorige week werd ondertekend door de leiders van de vier belangrijkste politieke partijen in Macedonië, biedt een goede blauwdruk voor het herstel van de burgerlijke samenleving. Maar de toestand in het land blijft gevaarlijk onzeker en vereist een grotere troepeninzet van de NAVO dan nu is voorzien, meent Ivo H. Daalder.

Met de ondertekening van een akkoord waardoor de Albanezen meer politieke rechten krijgen, heeft Macedonië een belangrijke stap gezet ter voorkoming van iets wat een heel gewelddadige burgeroorlog had kunnen worden. Toch blijft de vrede in het gebied uiterst broos, want aan weerszijden bevinden zich extremisten die er nog altijd niet van overtuigd zijn dat ze hun doelstellingen beter kunnen bereiken door een politieke oplossing dan door een totale oorlog. Het zal de taak zijn van de internationale gemeenschap – die behulpzaam is geweest bij de totstandkoming van het akkoord – en vooral van de NAVO-troepen die binnenkort in het land worden ingezet – om te zorgen dat het geweld wordt beëindigd en dat de politieke verzoening blijft doorgaan.

Het Macedonische akkoord biedt een goede blauwdruk voor het herstel van de burgerlijke samenleving. De overeenkomst waarborgt de onschendbaarheid van Macedonië's grondgebied en soevereiniteit. Tegelijkertijd bevestigt het dat de rechten van de etnische Albanezen, die een steeds groter percentage van de bevolking vormen, bijzondere erkenning verdienen. Zo wordt het Albanees als officiële taal naast het Macedonisch erkend in gemeenschappen waar etnische Albanezen meer dan twintig procent van de bevolking uitmaken; de Albanezen krijgen een evenredige vertegenwoordiging in het parlement en de regering, in het constitutionele hof en bij de landelijke en plaatselijke politie; en op plaatselijk niveau komt verregaande autonomie.

De partijen die deze overeenkomst hebben bereikt, hechten ook zeer aan de uitvoering ervan. En alle partijen hebben onverwijld de voorwaarden geschapen voor een snelle komst van de NAVO: de regering en de rebellen hebben een staakt-het-vuren aanvaard, de Macedonische president heeft de rebellen amnestie beloofd, en de rebellenleiders hebben zich bereid verklaard hun wapens aan NAVO-troepen over te dragen.

Tegelijkertijd blijft de toestand in het land gevaarlijk onzeker. De laatste dagen heeft een splintergroep van de rebellen lukrake moordaanslagen op Macedonische veiligheidstroepen gepleegd: bij twee verschillende incidenten zijn zeventien mensen omgekomen. In reactie daarop hebben Macedonische troepen met zwarte bivakmutsen op huizen platgebrand en standrechtelijk Albanese mannen terechtgesteld – jong en oud. De laatste week zijn dertig mensen omgekomen – meer dan in enige andere week sinds het begin van de gevechten, afgelopen februari.

Wil Macedonië voorkomen dat de zo vertrouwde Balkan-taferelen van steeds ernstiger etnisch bloedvergieten zich herhalen, dan moeten de NAVO-troepen die binnenkort naar het gebied gaan in staat én bereid zijn elk geweld de kop in te drukken, van wie het ook afkomstig is. Helaas is dat niet de bedoeling. Integendeel, het bondgenootschap is van plan een kleine strijdmacht van 3.500 man in te zetten, met als enige doel de wapens in te nemen die door de rebellenstrijdmacht worden overgedragen. De NAVO verwacht deze operatie in dertig dagen te voltooien.

Dat is volstrekt onrealistisch. Gelet op de broze vrede zullen de rebellen waarschijnlijk niet al hun wapens overdragen – en zal hier en daar vast nog worden doorgevochten. Zoals het geweld van de afgelopen week heeft onderstreept, bevinden zich aan weerszijden extremisten die het vredesproces graag zouden zien vastlopen.

De NAVO moet bereid zijn zulke pogingen in de kiem te smoren. Maar dat vereist een ruimere missie, een grotere troepeninzet en een langer verblijf dan nu wordt overwogen. Om pogingen om het geweld in Macedonië te hervatten af te schrikken en zo nodig te bestrijden, is een troepenmacht van zo'n 15.000 man nodig, die daar tot het einde van de lente volgend jaar zou moeten blijven.

Weliswaar was de NAVO niet bereid zo'n missie te overwegen, maar om de beloofde vrede te verwezenlijken zou ze dat alsnog moeten doen. Omdat het akkoord niet zou zijn gesloten zonder de NAVO-toezegging om troepen in te zetten, is het bondgenootschap wel verplicht om voor een doelmatige uitvoering te zorgen. De NAVO kan zich niet neerleggen bij een mislukking.

Bovendien zou ook zo'n ruimere missie niet betekenen dat er weer een grote vredesoperatie met een open einde bijkomt zoals die nog gaande zijn in Bosnië en Kosovo. De missie in Macedonië zou zich beperken tot werkelijke vredeshandhaving – de afschrikking en bestrijding van een hervatting van het geweld. De Macedonische partijen zijn na zes maanden strijd ongetwijfeld geradicaliseerd, maar ze blijven hechten aan een politieke oplossing. En anders dan in Kosovo en Bosnië, waar de internationale gemeenschap verantwoordelijk was voor de opbouw van de infrastructuur en het bestuur, is Macedonië een maatschappij die op elk bestuurlijk niveau functioneert.

De afgelopen tien jaar bestond in de Verenigde Staten brede politieke overeenstemming dat Macedonië niet mocht mislukken. Een oorlog daar kon gemakkelijk overslaan naar buurlanden – waaronder Griekenland en mogelijk Turkije. Daarom was de eerste regering-Bush voor de inzet van VN-troepen in Macedonië in 1992 en was de regering-Clinton bereid om Amerikaanse troepen aan die operatie te laten deelnemen. De NAVO-oorlog om Kosovo werd ten dele ook gevoerd om de stabiliteit van Macedonië te waarborgen.

Nu de overgrote meerderheid van de Macedoniërs zich tot vrede heeft verplicht, zou het dom zijn de kans op succes te vergooien door te verzuimen om voor een beperkte tijd de benodigde troepen in te zetten. Net als in het leven in het algemeen, is ook op de Balkan voorkomen altijd beter dan genezen.

Ivo H. Daalder is verbonden aan het Brookings Institution in Washington.