Melkertbanen steen des aanstoots

Paars heeft zich te veel gericht op subsidiëring van banen voor langdurig werklozen en te weinig op doorstroming naar gewoon werk, zeggen de ambtenaren van minister Vermeend (Sociale Zaken en Werkgelegenheid).

Gesubsidieerde arbeid is geen oplossing om langdurig werklozen aan het werk te helpen. De kritiek is even oud als dit paarse beleid, ingezet vanaf 1994 in het `werk-werk-werk'-kabinet Kok I, door toenmalig minister van Sociale Zaken Melkert. Maar terwijl de aanmerkingen in het verleden kwamen van bijvoorbeeld werkgeversorganisaties VNO-NCW, van het midden- en kleinbedrijf, worden de bezwaren nu geformuleerd door een commissie van topambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken, dat het beleid uitvoert.

De 11 miljard gulden die jaarlijks worden uitgegeven om de laatste en vaak langdurige werklozen aan een baan te helpen, hebben een gering effect, concludeert deze werkgroep. Juist onder deze moeilijk bemiddelbare groep is werkloosheid met niet meer dan 13 procent gedaald sinds 1994, terwijl de totale werkloosheid veel sterker is gedaald, van 7 naar 3,5 procent in tien jaar. Dat komt, oordeelt de werkgroep, deels doordat het beleid te veel is gericht op een (semi-)permanente ondersteuning van de werklozen. Er zijn te weinig prikkels om door te stromen naar regulier werk, ook voor werkgevers om gesubsidieerde banen na verloop van tijd om te zetten in `gewone' banen.

Schaf daarom de bekendste vorm van gesubidieerde arbeid, de Melkertbanen, af. adviseert de werkgroep aan de huidige minister, Melkerts partijgenoot Vermeend, die het onderzoek naar de effecten van het arbeidsmarktbeleid vorig jaar aan de Tweede Kamer had beloofd. Richt het beleid meer en scherper op het minder afhankelijk maken van mensen van een uitkering of anderszins overheidssteun, zeggen zijn ambtenaren. Zorg voor meer controles om na te gaan of mensen met gesubsidieerd werk ook werkelijk actief verder zoeken, zorg ook voor meer duidelijkheid vooraf over de sancties als ze dat niet doen. Geef gemeenten een grotere rol en budgettaire vrijheid om te streven naar reïntergratie van langurig werklozen.

Dat zijn op zich geen schokkende adviezen, die het beleid van Vermeend door elkaar schudden. De minister heeft zelf al eerder op al deze zaken gezinspeeld en zich in andere kwesties, bijvoorbeeld bij de sociale dienst in Amsterdam, opgeworpen als scherp voorstander van effectieve controles of mensen wel echt actief zoeken naar werk.

Maar betekent het rapport ook dat het paarse werkgelegenheidsbeleid van de afgelopen jaren gefaald heeft? Melkert heeft inmiddels al verklaard dat het tegendeel het geval is. Het was juist ,,een groot succes''. Vermeend meent dat het beeld van mislukking niet voortkomt uit het rapport, dat overigens intern had moeten blijven, maar uit de wens ,,zaken uit het verleden op te rakelen'' om Melkert dwars te zitten in zijn nieuwe rol als PvdA-kroonprins.

De `Melkertbanen', benadrukt men op het ministerie, maken niet meer uit dan 1,7 miljard dan het totale bedrag van 11 miljard dat aan bestrijding van werkloosheid wordt uitgegeven. Neem de sociale werkplaatsen: vier miljard per jaar. En die zijn niet, zoals de Melkertbanen, bedoeld als doorstroming naar reguliere banen, maar om mensen die zelfstandig geen partij zijn op de arbeidsmarkt, te helpen.

Daar zit natuurlijk iets in. Bovendien concludeert Vermeends werkgroep dat de Melkertbanen wel gedeeltelijk een succes zijn geweest, gemeten naar de doelstelling: er zijn inmiddels 45.000 mensen door Melkertbanen aan het werk geholpen, in onder meer de zorg, de veiliheid, onderwijs en kinderopvang. Maar daarbij gaat het wel om de secundaire van de twee oorspronkeljke doelstellingen van de Melkertbanen: het verbeteren van de kwaliteit van de publieke sector. Dat is op zich geen bevordering van de kansen op doorstromen naar regulier werk van langdurig werklozen, de andere doelstelling, maar het creëren van nieuw werk. De werkgroep adviseert de beide doelstellingen te scheiden en de `permanente' Melkertbanen in de publieke sector om te zetten in gewoon werk. Verder kan de regeling volgens de werkgroep worden afgeschaft.

De Melkertbanen zijn niet de enige vorm van gesubsidieerde arbeid. In de loop van de jaren negentig heeft paars een serie `werk-werk-werk'-projecten ontwikkeld, zoals het jeugdwerkgarantieplan, banenpools, de sociale werkvoorziening, werkervaringsplaatsen en een `kaderregeling' uitzendarbeid, met voor uitzendbureeaus een subsidie van 18.000 gulden voor iedere gesubsieerde bemiddelde. Daarnaast zijn er fiscale maatregelen, zoals de specifieke afdrachtkorting (SPAK), voor werkgevers die langdurig werklozen een laagbetaalde baan bieden. In totaal zijn volgens de werkgroep, met de specifieke regelingen, naast de 90.000 mensen die werken volgens de Wet Sociale Werkvoorziening, 90.000 mensen aan werk geholpen. Of die zich zonder subsidies ook wel hadden gered in de immers steeds krappere arbeidsmarkt, blijft achteraf noodgedwongen een open vraag.