Leergierige avonturier

Er was eens een trainer die hem probeerde de kap- en draaibewegingen bij te brengen, alsof hij die nodig had. Later was er weer een trainer die hem probeerde de perfecte voorzet bij te brengen. Leergierig en met respect voor oudere mensen oefende hij zich rot om aan de verlangens van de meesters tegemoet te komen. Gevoegd bij zijn snelheid van handelen en lopen, leek Boudewijn Zenden daarom op weg uit te groeien tot een van de beste buitenspelers van Europa. Maar die weg bleek langer dan hij dacht.

Nu is hij dan in Engeland, het voetballand waar spectaculaire voetballers zich thuisvoelen. Weg uit Spanje. Waar hij bij Barcelona maar geen vaste positie kon bemachtigen. Waar hij zich liet testen op allerlei posities die niet de zijne zijn. Op links, met de kalklijn ter linker zijde van zijn korte lijf, dient hij te spelen. Daar waar hij optimaal van zijn sprintsnelheid gebruik kan maken, vanwaar hij op volle snelheid een voorzet op maat kan geven aan kopgrage spitsen, vanwaar hij op volle snelheid op het doel kan schieten. Daar waar Zenden zich in zijn element voelt.

Zenden moet het van zijn enthousiasme hebben, van zijn durf en gedrevenheid. Avontuur zoekt hij. Dat heeft hij altijd gedaan, als jongen al, toen hij door zijn vader Pierre (beter bekend als de judospecialist van de televisie) de wijde wereld werd ingestuurd om behalve op school ook wat te leren van het leven. Vandaar dat Boudewijn een verstandige jongen is geworden. Een jongen die zich niet van de wijs laat brengen door het mannetjesgedrag in de voetbalwereld en zich wel eens afvraagt of hij wel de juiste keuze heeft gemaakt.

Boudewijn weet al vanaf zijn jongste jeugd wat vallen is. Tegen valangst, ook wel faalangst genoemd, heeft hij zich leren wapenen tijdens de judolessen van zijn vader die in Maastricht een sport- en zwemschool drijft. De salto's die hij showt als hij een doelpunt heeft gemaakt, zijn van een jongen die weet wat hij doet. Al moet gezegd dat zowel Boudewijn als zijn vader zich het afgelopen jaar weleens zorgen heeft gemaakt, nadat zij door de Romeinse directeuren van voetbalclub Lazio vorige zomer beentje waren gelicht.

Heel vroeger, toen zij nog jong waren, speelden Boudewijn Zenden en Pieter van den Hoogenband (de succesvolle zwemmer) nog in het hetzelfde elftal van een dorpsclubje nabij Maastricht. Pieter kon er geen hout van, omdat ergens in zijn hoofd iemand hem duidelijk maakte dat hij een zwemmer was en geen voetballer. Boudewijn nam het op voor Pieter, eiste voortdurend de bal bij zijn vriend op om vervolgens met de bal aan de voet pijlsnel het hele veld over te steken en dan te scoren.

Die tijd is voorbij. Boudewijn wil nog wel de bal opeisen bij zijn vrienden in het veld, maar zijn suprematie is geslonken. Dat zag je zijn vrienden bij Barcelona en in het Nederlands elftal de laatste jaren denken. Is de bal bij hem wel in goede handen, in goede voeten? Er is nu een andere tijd aangebroken. Bij Chelsea kan hij opnieuw schitteren, zoals een paar jaar geleden bij PSV, toen Ronaldo, Nilis en Van Nistelrooij daar nog speelden. De ambiance is prachtig. Nergens ter wereld voelt een vleugelspeler de passie van de supporters op de tribune zo sterk als in de Engelse stadions.

Boudewijn Zenden langs de zijlijn te zien snellen, opgehitst door de krijsende aanhang van Chelsea, de kap- en draai-instructies van vroeger negerend en hem dan een voorzet op maat te zien geven, dat is nu wat zijn vader en moeder in opperste staat van verrukking brengt. En hemzelf waarschijnlijk nog het meest.