Kasteïsme

Bijna was er iets verschrikkelijks gebeurd. De schoonmaakster maakte een praatje met de kokkin. Gebabbel onder vriendinnen, over de zware regenbui, de prijs van citroenen. De schoonmaakster had de ene hand op de rug en slenterde richting kokkin, die in de keuken stond. Ze was op blote voeten. Ze draagt nooit schoenen, niet binnen en ook niet buiten. Er is een eeltrandje rond haar voetzolen, dat ze met henna heeft versierd. Kleine krulletjes. Ze ziet er, hoe zal ik het zeggen, nogal weelderig uit. Zilveren teenringen, rinkelende enkelbandjes, zwart gemaakte wimpers, rood geverfde middenscheiding, kraaltjeskettingen om de hals. Ze heeft een guitige, bijna brutale glimlach.

Al pratend liep de schoonmaakster naar voren en plotseling zag ik de kokkin verstijven. Paniek. Mechanisch deed de kokkin een stap naar voren, ze plantte zich in de deuropening en met haar postuur kan niemand meer langs. Zo had ze het heiligdom van het huis – de keuken – verdedigd tegen de meest onherstelbare vormen van bezoedeling. De schoonmaakster is namelijk kasteloos.

In het oude India zou ze een onaanraakbare zijn en het huis niet eens hebben mogen naderen. Dat gaat in het nieuwe India trouwens ook maar moeizaam. Deze kasteloze vrouw is niet de eigenlijke schoonmaakster. De vaste schoonmaakster is, zoals dat gaat, een soort nicht van de kokkin. Je zou met pen en papier ervoor moeten gaan zitten om de verwantschap te reconstrueren, maar ze werken als team. Neem je de kokkin in dienst, dan hoort haar `nicht' er automatisch bij en andersom.

Op een bepaald moment merkten we dat het balkon en het benedenterras niet werden aangeveegd. Als je in Delhi een plek twee uur niet aanveegt, kun je het zien. Het zand uit de omliggende woestijn en het vuil van de stad dwarrelen in onzichtbare kilo's naar beneden. Maar de vaste schoonmaakster weigerde het balkon of het terras te doen. Dat is `buitenwerk'. Met haar status kan ze alleen `binnenwerk' verrichten. Voor het buitenwerk moest dus iemand anders worden aangetrokken, maar dat hadden ze intussen al geregeld. De kasteloze vrouw met die koolzwarte wimpers en rinkelende enkelbandjes deed het buitenwerk in deze buurt. Voor een loon waar zij en haar gezin kennelijk iets aan hebben.

Op die manier kwamen we ook aan de tuinman. We hebben geen tuin, we hebben alleen wat planten in potten op het terras. Maar de kasteloze vrouw zal nooit de plantjes water geven. Dat is weer beneden háár waardigheid, bovendien had het gezin van de tuinman wel iets aan het loon.

En zo kom je in Delhi aan al die mensen die voortdurend in en om het huis lopen, meestal zonder iets te doen, omdat er dan weer geen stroom is, en dan weer geen water. Maar je zult een Westerse vrek zijn als je niet zoveel mogelijk gezinnen in dit land helpt onderhouden.

Nu wil het geval dat de vaste schoonmaakster vanwege een persoonlijke calamiteit een tijd afwezig is. De kasteloze vrouw die het buitenwerk deed, werd gevraagd om haar te vervangen. Dat gebeurt in goed overleg, alleen word ik nooit bij het overleg betrokken. Zullen ze haar dan ook hebben gezegd dat ze overal mag komen, behalve in de keuken? Hoe openlijk gaat de kastediscriminatie?

De kasteloze vrouw is dominanter dan de kokkin. Wat: ze is dominanter dan ik! Ze is voor de duivel niet bang en haar houding blijft trots, zelfs als ze op haar hurken met een vuile doek de vloer nat maakt. Dat noemt ze dweilen, maar ik zal er niet over durven klagen. Hoe is aan zo iemand gezegd dat ze niet in de keuken mag komen omdat ze `onrein' zou zijn? Of is het iets dat ze zelf beseft?

Kastediscriminatie, of `kasteïsme', zoals dat hier heet, is de laatste tijd veelbesproken, omdat er actiegroepen zijn die het verschijnsel aan willen kaarten tijdens de komende mensenrechten-bijeenkomst van de VN in Durban. Kasteïsme moet volgens hen op een lijn worden gesteld met racisme. De Indiase overheid is er niet blij mee. Ze zeggen dat het een interne kwestie is en ze wensen geen internationale bemoeienis. Maar, zeggen de actiegroepen, de Indiase regering stuurt talloze missies naar internationale conferenties over armoedebestrijding. Is de armoede van India dan soms geen interne kwestie?

De actiegroepen gaan zelfs een stap verder en willen een officiële overheidsdelegatie in Durban vertegenwoordigd zien. Daarvoor is geen geld, zeiden de ambtenaren. Er was wel geld, zegt een slimme commentator, voor een Indiase delegatie bij de bijeenkomsten van het Olympische comité, terwijl India nooit iets in de spelen heeft voorgesteld. Ook was er een officiële afvaardiging op het filmfestival in Cannes, terwijl er niet één Indiase film werd vertoond.

Maar het eerste bezwaar, dat kasteïsme een `interne kwestie' is, is in zekere zin te verdedigen. Voor buitenstanders is het kastestelsel volstrekt onbegrijpelijk. Het is geen etnische, maar een `functionele' scheiding, zegt men, een oervorm van arbeidsdeling, ongeveer zoals de gilden. En het is niet ingebed in de ideologie van de heersende klasse, maar in de duizenden jaren oude godsdienst die door iedereen wordt gedeeld.

Belangrijker: je kunt er zo uit stappen. De kasteloze schoonmaakster kan zich bijvoorbeeld morgen laten bekeren tot het christendom of de islam. Dan is ze niet kasteloos meer. Een Marokkaan in Nederland kan zich wel honderd keer laten bekeren tot de strengste vorm van het christendom, maar Marokkaan zal hij blijven.

Waarom niet alle kastelozen en masse het hindoeïsme verlaten? Omdat er voordelen aan verbonden zijn. Op het platteland ben je verzekerd van werk op het veld van de landheer. En door het voorrangsbeleid van de overheid zijn er gegarandeerde banen en plaatsen op de universiteit. De president van India is kasteloos. Zoals ook enkele leden van het hooggerechtshof en meer dan eenderde van het parlement. En de kasteloze vrouw mag misschien de keuken niet in, de brahmaanse vrouw, de hoogste kaste, mag de keuken niet uit. De kasteloze vrouw mag verschillende keren trouwen; voor de brahmaanse vrouw is na scheiding de dood te verkiezen. Ga dit allemaal eens uitleggen aan een antiracisme-commissie van de VN.

ramdas@nrc.nl