In Amsterdam meer geslachtsziekten

Het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) onder Amsterdamse jongeren is vorig jaar sterk gestegen. Dat blijkt uit het vandaag verschenen jaarverslag van de soa-polikliniek van de GG&GD in Amsterdam. De cijfers corresponderen met het beeld dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu twee weken geleden schetste van de rest van het land. In dat rapport was Amsterdam niet opgenomen.

In Amsterdam werd vorig jaar bij 932 jongeren in de leeftijd van 15 tot 19 jaar 81 keer gonorroe geconstateerd, een stijging van 125 procent ten opzichte van 1999. In de leeftijdscategorie 20 tot 24 lieten 4.044 jongeren zich testen en werd in 194 gevallen gonorroe vastgesteld, een stijging van 74 procent.

In totaal lieten in 2000 17.663 mensen in Amsterdam zich onderzoeken. Gonorroe nam toe met 45 procent; syfilis met 63 procent, vooral onder homo- en biseksuele mannen. Chlamydia nam met bijna 10 procent toe. Het werkelijke aantal geslachtsziekten is waarschijnlijk hoger, omdat veel mensen zich laten behandelen door een huisarts, die hiervan geen aparte registratie bijhoudt.

H. Fennema, hoofd soa-polikliniek Amsterdam spreekt van een ,,zorgwekkende situatie'', omdat de soa voorkomen onder jongeren die hun eerste seksuele ervaring hebben. ,,Blijkbaar slaan de campagnes niet aan'', zegt Fennema. T. Coenen, directeur van de Stichting SOA Bestrijding, meent dat de campagnes wel effect hebben. In 1987 zei 10 procent van de jongeren met losse partners veilig te vrijen en in 2000 was dat 79 procent.