Hogesnelheidslijn 2

J. Nicolai beweert dat de HSL-Zuid ( Amsterdam-Rotterdam-Brussel) overbodig is. Op de onderbouwing van deze stelling valt echter het nodige aan te merken. In de eerste plaats kan worden getwijfeld aan de berekening van de reistijd waarbij `wachten' anderhalf keer zo zwaar wordt gewogen als `rijden'. Een implicatie van deze veronderstelling is dat iemand die net een sneltrein heeft gemist liever de eerste de beste stoptrein zou willen nemen, ook al zou die onderweg worden ingehaald door de volgende sneltrein. Dit lijkt op zijn zachtst gezegd onwaarschijnlijk.

Afgezien van het psychologisch boekhouden zijn er echter nog andere twijfelachtige veronderstellingen. Zo veronderstelt de gehanteerde berekening van de gemiddelde reistijd dat alle reizigers op de bonnefooi naar het station gaan. Zolang treinen niet met een metrofrequentie rijden ligt dat echter niet voor de hand. De populariteit van het spoorboekje en andere reisplanners zegt wat dat betreft genoeg.

Ook begaat de auteur een rekenfout door te veronderstellen dat na de introductie van de HSL geen andere treinen meer tussen Amsterdam en Rotterdam zouden rijden. Er is echter geen reden om aan te nemen dat het treinverkeer van Amsterdam en Rotterdam met de tussengelegen stations zal verminderen. De psychologische reistijd zal door de komst van de HSL dus nog verder afnemen.

Tenslotte suggereert de auteur dat bijna niemand zit te wachten op een hogesnelheidstrein naar Brussel.

Het succes van de Thalys naar Parijs lijkt het tegendeel te bewijzen. Door de komst van de HSL-Zuid wordt deze trein nog aantrekkelijker en wordt ook de Eurostar naar Londen een alternatief voor mensen die nu het vliegtuig nemen. De aanleg van de HSL-Zuid biedt dus wel degelijk perspectief op een grote tijdswinst, zowel nationaal als internationaal.