Hengelen in de hemel

Zoals zoveel verschijnselen verdeelt de radio de mensheid in twee soorten, die door een onoverbrugbare kloof gescheiden zijn. Radiogevoelige mensen en mensen die heus wel eens een radio aan hebben, al was het maar omdat het handig is voor weer en verkeer, maar die een leven lang onbekend blijven met de betovering door stemmen en klanken uit de verte. Een radiogevoelige kan het volgende overkomen: terug van vakantie bleek er van alles mis aan de oude geluidsinstallatie die in de eetkeuken dienst doet. Het nieuwe apparaat bood de mogelijkheid maar liefst twintig radiozenders voor te programmeren. Als een rechtgeaarde radiogevoelige twijfelde ik of ik wel van deze mogelijkheid gebruik wilde maken. Het aftasten van de ether, het hengelen in de hemel, hoort bij het radiogevoel. Maar al snel bleek hoe onpraktisch zulk purisme zou zijn: dit was eigenlijk een kabelradio-ontvanger, die niet bedoeld was vrij improviserend de afstemmingsknop te bedienen. Op een zondagavond moest het ervan komen: het instellen van twintig zenders, puttend uit het kabelaanbod.

Met stijgende verveling werkte ik de zenders af. Veel Franse, Engelse en Duitse klassieke muziekstations, Maartje van Weegen die iemand interviewt en klinkt alsof ze onderwijl in een glossy bladert, een Belgisch live-verslag van een voetbalwedstrijd. Ik bereikte de 90.00 FM, waar volgens mijn oude lijstje van de Amsterdamse kabelexploitant de Concertradio hoorde te zitten. Ik hoorde een vagelijk bekende vrouwenstem die onrustbarend bizar Nederlands voortbracht. ,,Voordat je gaat kun je jezelf ook afsluiten in een vorm, bijvoorbeeld een piramide of een glazen bol. Je kunt ook zeggen, ik zet mij in een kleur, door die in stilte aan je hogere zelf te vragen en die dan te dragen als je erheen gaat.''

Mij leek het geen concert, maar wat was het wel? De beslissing of ik deze zender nu wel of niet zou inprogrammeren was plotseling hangende. Mijn radiogevoeligheid bedwelmde me. Een uur lang luisterde ik naar wat Yomanda op Radio 192 bleek te zijn. Natuurlijk wist ik van Yomanda en haar genre gekkigheid, en ik wist ook dat ze een soort volksheilige was, die in gemeenschapshuizen op het platteland massagenezingen verrichtte. Maar wat ik had gelezen of over haar op de televisie gezien had nooit kunnen overbrengen hoe het was om Yomanda's wereld, haar taal en persoon te naderen. Het was alsof het verschijnsel Yomanda, inclusief dat van haar grote schare volgelingen, nu pas aanwezig werd. Door de beslotenheid van dit eigen programma, door de ononderbroken stroom verwrongen Nederlands, door de stemmen van de wanhopige bellers die haar (je bent de bron, Yomanda!) om raad vroegen. Ik zat samen met de zieken en vertwijfelden aan de radio gekluisterd te wachten tot het glas water dat ik voor de luidspreker had neergezet door Yomanda was ingestraald. Twee slokjes voor het slapen gaan of een vochtig gemaakt lapje tien minuten op de pijnlijke plek. Een intiemer ervaring van Yomanda's universum door enig ander medium is ondenkbaar. De unieke kracht van de radio maakte dat ik met ingehouden adem Yomanda dichter naderde dan ooit te voren. Geen onverdeeld genoegen; mijn weerzin groeide even snel als mijn intieme kennis van haar beweging, ook al vermaakte ik me kostelijk. Maar die weerzin was ook nog nooit zo scherp en precies en het plezier om Yomanda nog nooit zo helder. En dit allemaal omdat ik bezweek voor een vlaag radiogevoeligheid. Er is iets aan de mensen en hun wereld, ja, aan het universum, dat alleen te begrijpen en aan te voelen is, door middel van het oor op afstand, het worden van een helderhorende blinde, dankzij de radio.

Dirk van Weelden zal op deze plaats tweewekelijks over radio schrijven.