Enclaves

Of mijn winkelpersoneel al oefent met de euro, vraagt de wekkerradio, met de klemtoon op `mijn'. (Nee mens, ik stuur het straks samen met dat van de buren een weekje op eurocursus in de Caraïben, nou goed?) Operatie Alles moet duurder is in volle gang, Nederland is de ondernemershemel geworden en het is moeilijk een schuilplaats te vinden waar niemand aan je kop zeurt over aftrekposten en administratieve software. Op het balkon, bij het ophangen van de was, ben ik niet veilig. Bank Labouchère belt, wil eerst zeker weten of ik, die met mijn eigen naam de telefoon aanneem, wel echt mevrouw X. ben (heb ik soms een prijs gewonnen?) en biedt dan aan om mij van mijn spaargeld af te helpen, zodat ik geen belasting meer hoef te betalen. Als ik zeg dat ik geen zin heb om over geld te praten reageert de bank ongelovig.

Waar is de tijd gebleven dat reclame over Persil ging, en als je opgebeld werd, dat het gewoon je moeder of je vriendin was?

Het normale leven lijkt zich steeds meer in enclaves af te spelen, beter gezegd: ik ben mij er steeds vaker van bewust dat iets een enclave is, een geldvrije luwte. Een plaats waar een optie gewoon een mogelijkheid is, en beleggen datgene wat je die ochtend met je boterhammen hebt gedaan.

Op koor bijvoorbeeld. Het is misschien een veeg teken dat je bij zoiets stil staat, maar meer dan eens heb ik op maandagavond rondgekeken en tevreden geconstateerd dat hier alleen maar normale mensen waren, die iets doen wat ze leuk vinden: zingen. In een saai schoollokaal, in non-descripte kleren, zingen we onze muziek. Die muziek is eeuwenoud en lang niet makkelijk voor amateurs, maar onze dirigent is geduldig en bovendien muzikaal, dus op de duur lukt het wel een beetje. In de pauze drinken we goedkope dubbeldrank, verdund met spuitwater, uit plastic bekertjes die een van ons thuis heeft omgespoeld. Ver weg is de wereld van glamour en status: we doen het al jaren en zouden het honderd, tweehonderd, driehonderd jaar geleden (mutatis een paar mutandis) net zo hebben gedaan.

Een andere enclave is het archief, wat mij betreft meestal het Amsterdams Gemeentearchief. Hier is het, toegegeven, wel anders dan honderd jaar geleden, zelfs dan twintig jaar geleden. Maar wie denkt dat de wereld van nu een rattenrace is, moet maar eens komen kijken. Zwijgend, geduldig zijn mensen van alle leeftijden verdiept in rafelige folianten en moeilijk leesbare brievenboeken. Bejaarde genealogen speuren in notariële archieven, historici lezen oude kranten op microfiches, zachtjes tikken de laptops de computer heeft het leven van de archiefonderzoeker onherkenbaar veranderd en zo nu en dan hoor je een gedempt: tsss. Of gegrinnik. Dat is iemand die iets leuks gevonden heeft, iets over een beeldhouwer in 1893 of een weduwe in 1680. Het geluk in de studiezaal.

De wereld van het oud papier kent trouwens vele luwtes. In de meeste antiquariaten kun je gemakkelijk vergeten dat er zoiets bestaat als `financiële dienstverlening'. En op de kijkdag van de boekenveiling komen mensen die weten wat de Nasdaq is, helemaal de deur niet in.

En er zijn nog meer veilige plaatsen. Bij mensen thuis, in huizen die geen zweem van een `interieur' vertonen. In de bus, op de deel, in ten dode opgeschreven winkeltjes. Op de volkstuinen, al wordt daar de laatste tijd wel griezelig veel over geschreven. En misschien in de kerk, dat zou ik niet weten.

Noordpolderzijl? Ja, Noordpolderzijl is ook zo'n enclave, een gehucht langs de Groningse kust waar je met een boot kunt komen als die niet te diep steekt, en als je het met opkomend tij weet uit te mikken (motorbootrijders kunnen dat meestal niet). Noordpolderzijl, een sloot die tussen de kwelders door het land in steekt, tot hij doodloopt op een steiger: dat is de haven. Er wonen twee vissersboten, en bij eb lig je in de modder. Er is geen winkel, geen bank en geen havenkantoor, alleen het oude polderhuis dat nu een café is. De weidsheid van het uitzicht vanaf de dijk doet je de adem stokken. Wie per se naar een winkel wil, krijgt een lift van havenmeesteres/caféhoudster Joke naar Uithuizen, waar Albert Heijn al helemaal is voorbereid op de euro.

Misschien dromen de dochters van Joke wel van de E-go creditcard voor jongeren van de Postbank, misschien willen zij wel beleggingsadviseur worden. Niet iedereen houdt van geldvrije enclaves, en eigenlijk zijn zij onbestaanbaar met kinderen, telefoon en een wekkerradio. Maar zelf weet ik niets prettigers dan het gevoel van in zo'n enclave te zijn.